Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/stuifmeel_en_productie_van_stuifmeel

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    donderdag 18 juli 2019

Stuifmeel en productie van stuifmeel

Ze zeggen dat de liefde de wereld draaiende houdt, maar eigenlijk is het stuifmeel, of pollen. Waar zouden we zijn zonder stuifmeel? Het is niet overdreven om te stellen dat al het planten- en dierenleven, en daar horen jij en ik ook bij, afhankelijk is van stuifmeel. Stuifmeel bestaat uit korrels met het sperma dat de eitjes van vrouwelijke bloemen bevrucht, en planten steken er veel moeite en energie in om het transport van dat sperma naar zijn bestemming veilig te stellen. Als ze dat niet deden, zouden ze zich niet kunnen voortplanten. Ze zouden uitsterven en wij zouden geen planten hebben. En als er geen planten zijn, wat moeten we dan eten? Van pollen in de lucht kun je gaan snuffen en niezen, maar de wereld zou zonder veel armer zijn. Een ding is zeker: wij mensen zouden niet eens bestaan.

Stuifmeel en productie van stuifmeel

Stuifmeelkorrels zijn heel delicaat. Bij blootstelling aan de lucht drogen ze uit en sterven ze binnen een paar uur en nog sneller als de zon fel schijnt. Het is ook waar dat stuifmeelkorrels duizenden jaren kunnen overleven. Wetenschappers halen fossiele stuifmeelkorrels uit oude grond en bodemafzettingen en identificeren de planten waar ze van afkomstig zijn.

Omdat een stuifmeelkorrel delicaat is en van de ene plant naar de andere moet, heeft hij een omhulsel dat uit een dunne binnen- en buitenwand bestaat. De buitenwand is deels gemaakt van een van de taaiste en chemisch meest inerte biologische substanties die er zijn. Hij is niet geheel onkwetsbaar voor het natuurlijke rottingsproces, maar planten produceren zulke hoeveelheden stuifmeelkorrels dat in elk geval sommige buitenwanden overleven.

De meeste stuifmeelkorrels zijn bolvormig of ovaal. Die van de spar, de den en de zilverspar hebben twee of drie met lucht gevulde zakjes om ze te helpen oriënteren wanneer ze door de lucht bewegen, want zoals alle coniferen zijn het windbestuivers. Stuifmeelkorrels zijn er in verschillende maten. De kleinste is die van het vergeet-me-nietje, met een doorsnede van ongeveer 0,005 millimeter. De stuifmeelkorrels van een meloen zijn daarentegen veertig keer zo groot, ongeveer 0,2 millimeter. Wetenschappers zijn in staat veel stuifmeelkorrels te linken aan de plant waar ze vandaan komen. Deels zien ze dat aan de grootte van de stuifmeelkorrel, maar vooral aan hoe de korrel krimpt tijdens de vorming. Bij stuifmeel dat door dieren wordt gedragen, wordt hierdoor het oppervlak van de buitenwand in patronen van stekels, voren en poriën gebogen en verdraaid. Deze patronen zijn kenmerkend voor de plant. Door de wind verplaatst stuifmeel is anders. De korrels hebben een dunner omhulsel en zijn minder dicht. De buitenwand is gladder. Daarom zijn grassen bijvoorbeeld moeilijker te herkennen aan de hand van deze methode.

De stuifmeelproductie

De productie van stuifmeel begint in de helmknoppen, die ontstaan als massa's identieke cellen. Terwijl de bloem rijpt, differentiëren de cellen zich. Sommige in de buurt van de kern van de massa delen zich twee keer, zodat één cel vier wordt, maar zodanig dat elk van de vier slechts één reeks chromosomen heeft in plaats van de twee reeksen die in andere cellen worden aangetroffen. Dit zijn de spermacellen. De andere cellen in de helmknop vormen de binnenwand van de helmknop zelf, en buisvormige cellen om het sperma heen. Deze eencellige buizen en hun inhoud zijn stuifmeelkorrels. In bloeiende planten bestaat elke korrel uit drie cellen: de buisvormige cel met zijn eigen celkern, en twee spermacellen. Deze drie cellen zijn omsloten door een binnenwand, de intine, en een buitenwand, de exine. De poriën in de exine zijn de plekken waar de laag dunner is dan elders. Als de stuifmeelkorrel op een stempel terechtkomt, groeit zijn pollenbuis door een van de poriën in de buitenwand in de stijl van de vrouwelijke bloem.

Zodra het stuifmeel geheel gevormd en gerijpt is, is het klaar om te gaan. Wordt het via de lucht verspreid dan zal het moeten wachten totdat de wind opsteekt. Door de wind verplaatste stuifmeelkorrels zijn klein, tussen de 0,002 en de 0,006 millimeter, en omdat ze glad zijn aan de buitenkant plakken ze niet aan elkaar. Ze zweven mee op de wind totdat ze worden gevangen door het veerachtige uitsteeksel boven op een stempel die er compatibel mee is. Of totdat ze in iemands neus verdwijnen.

Omdat ze klein en licht zijn, reizen stuifmeelkorrels die door de wind worden verplaatst in hun eentje. Echt bijzonder zijn ze niet. Ze zijn het niet waard om op te eten, ook al zou een dier ze in de lucht kunnen opvangen, wat niet het geval is. Maar voordat ze vertrekken, wanneer de korrels allemaal bij elkaar zijn, zijn er een paar insecten die ze eten. De insecten die de mannelijke bloem van een bamboesoort bezoeken, dat een gras is, bleken tijdens observaties uitsluitend van het stuifmeel te leven. Het is mogelijk dat er tijdens het eten wat stuifmeel aan hen blijft kleven, maar ze waren zo slechtgemanierd en negeerden de vrouwelijke bloemen totaal, dus de plant had er eigenlijk niets aan.

Het is altijd mogelijk dat stuifmeel in de lucht met een insect botst voordat ze een andere plant bereiken, en dat kan verklaren waarom insecten soms stuifmeel van gras op hun lichaam hebben. Insecten zijn vaak statisch geladen, dus een andere mogelijkheid is dat stuifmeelkorrels naar insecten toe worden gezogen wanneer die door een stuifmeetwolk vliegen.

Insecten hebben de vroegste bloeiende planten bevrucht. Zo is het allemaal begonnen. Maar er zijn plekken waar insecten nauwelijks voorkomen. Daarom gingen planten hermafrodiete bloemen dragen om zichzelf' te kunnen bevruchten. Toen planten eenmaal stuifmeel produceerden dat niet samenklonterde, werd windbestuiving ook een mogelijkheid.

De planten hebben nog een probleem: de mens heeft stuifmeel ontdekt. Je kunt stuifmeel of pollen in de winkel krijgen als voedingssupplement en zelfs als voeding. Doe mij maar een lekker bordje stuifmeel, met patat graag. Het bestaat natuurlijk vooni1 uit koolhydraten en voor maximaal 35 procent uit eiwitten, maar je zou er veel van moeten eten om aan je dagelijkse behoefte te komen.

Meer weten over Plantenliefde van Michael Allaby?

#5669