Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/onderhoudsvriendelijke_kamerplanten

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    maandag 21 oktober 2019

Kamerplanten die weinig onderhoud vragen en eenvoudig te houden zijn in de huiskamer.

Kamerplanten die weinig onderhoud vragen.

Ook zonder speciale aandacht zijn er planten die het in de huiskamer aardig redden. Door de gemakkelijke verzorging neigt men ze wel eens te vergeten en men kijkt steeds weer op als de reddeloos verloren gewaande plant er bovenop komt. Klaar voor een volgende verwaarlozingkuur. Nu is het geenszins de bedoeling dit plantenonvriendelijk gedrag  aan te moedigen. Wel is het goed om weten dat er ook planten bestaan voor mensen die het groen niet in de vingers hebben. Alvast goed nieuws voor studenten die hard aan de inrichting van hun kamer sleutelen.

Melk als wapen


Ficus benjamina

Ficus is één van de soorten die vaak in een studentenmilieu figureren. Hij dankt zijn populariteit allereerst aan zijn schaduw- en warmteminnende eigenschappen. Twee omgevingsfactoren die in nauwe studentenkamers planten vaak parten spelen. Zolang men zorgt dat de potkluit goed vochtig blijft en in het groeiseizoen maandelijks wordt bijgemest, groeit de plant voorspoedig.
Ficus heeft echter een hekel aan koude en natte voeten: de onderste bladeren gaan dan hangen en vertonen gele vlekken. In een tochtige omgeving durven ook spint, luis en witte vlieg de plant belagen. Maar alvorens naar de insecticide te grijpen kan je eerst proberen de bladeren te bespuiten of af te sponzen met een mengsel van 1/3 melk en 2/3 water. De beestjes krijg je er weliswaar niet mee klein, maar ze verliezen hun houvast op het blad. Bovendien bezorgt de melk het blad een opvallende glans.

Ficussen zijn er in allerlei kleuren en formaten. Dat is goed om weten, want in de schaduw van de grote treurvijg (Ficus benjamina) en rubberplant (Ficus elastica) zijn de kleine broertjes als de traag groeiende Ficus rubiginosa en de klimmende Ficus pumila in de vergetelheid geraakt. Nochtans zijn net zij, door hun geringe grootte, meer dan hun eminente verwanten voor kleinere kamers geschikt. Eigenlijk geldt dit ook voor de vruchtdragende mistelvijg (Ficus deltoidea) en zelfs voor de grootbladige vioolbladplant (Ficus lyrata), maar beide dienen met iets meer zorgen omgeven te worden dan voornoemde soorten. Iets voor de gewetensvollere student dus. Bedenk ook dat bonte variëteiten meer licht en warmte nodig hebben, zodat uiteindelijk de heersende temperatuur en de lichtinval de kleurenkeuze bepalen.

Gemakkelijk te vermeerderen:


Chlorophytum of de graslelie

Graslelies (Chlorophytum capense en Chlorophytum comosum) zijn dermate gemakkelijk te houden dat verzorgingsaanwijzingen eigenlijk overbodig zijn. Zelfs met geringe zorg ontwikkelen ze het gehele jaar door bloemstengels met fragiele, witte bloemetjes. Na de bloei ontspruiten hieruit op verschillende plaatsen nieuwe plantjes. Die jonge plantjes kunnen gebruikt worden voor de kweek van nieuwe planten. Wanneer ze een lichte standplaats hebben, is de groei dermate krachtig, dat ze zowel letterlijk als figuurlijk uit de pot barsten ofwel onder het gewicht van de overhangende stengels met pot en al omver kieperen. Hou daarom de groei in de gaten en verpot tijdig.

Vaderplanten (Tradescantia diverse soorten) zijn evenmin kapot te krijgen. Sommige soorten houden het maandenlang zonder een druppel water en doorstaan zelfs lichte vrieskou. Bemesting krijgen ze maar met mondjesmaat. Mochten ze het desondanks iets minder goed doen dan worden ze best teruggeknipt waardoor ze opnieuw kunnen uitlopen. Zodra hun schoonheid taant, kan men best van vooraf aan beginnen. Alle soorten kunnen gemakkelijk worden gestekt door enkele groeitoppen in vochtige aarde te steken. Die vormen snel wortel en groeien op enkele maanden tijd tot welgevormde planten uit. Door hun onbezorgde groei behoren ze van oudsher tot de uiterst gemakkelijk te houden kamerplanten. Het zijn hangplantjes met talloze bonte kleurvariëteiten, niettegenstaande tot voor kort slechts enkele soorten bekend waren.

Vrouwentongen
Wie kent geen vrouwentongen of Sansevieria (Sansevieria trifasciata), de roemrijke woestijnplant met de zwaardvormige bladeren. Lang symboliseerde ze de Vlaamse huiskamer. Een leven lang samen met oma en opa bezorgde haar een ouderwets imago, waardoor ze ietwat aan populariteit heeft ingeboet. Haar onverwoestbaar karakter houdt haar echter in de belangstelling. Op de Belgische markt vind je nog steeds vooral soorten met groene of geelgroene bladeren, niettegenstaande daarnaast nog heel wat andere interessante variëteiten bestaan.

Men moet het al grondig verknoeien om een Sansevieria klein te krijgen. Maar het kan, bijvoorbeeld door overmatige watergift of blootstelling aan vrieskou. Bij de juiste verwaarlozing ontwikkelt ze evenwel forse bladeren en komen er zelfs bloemen in de plant. Een jaarlijkse verpotbeurt volstaat om de plant van voldoende voedsel te voorzien.

Een misbaksel
De gatenplant (Monstera deliciosa) is eveneens een vaste waarde die terug is van weggeweest. Ze moet qua verzorgingsgemak niet onderdoen voor de vrouwentongen. De wetenschappelijke benaming ´monstera´ is allicht afgeleid van ´monstrum´ en betekent zoveel als ´misbaksel´. Mogelijk verwijst de allesbehalve beminnelijke naamgeving naar de talrijke gaten in het blad. Die vormen zich pas op latere leeftijd en hun aantal neemt toe naarmate de planten meer aan het licht worden blootgesteld. Met elk nieuw blad ontwikkelen ze ook enkele luchtwortels, waarlangs ze vocht opnemen uit hun omgeving. Van nature is de gatenplant een liaan die zich met de nodige geleiding doorheen de hele kamer kan uitbreiden. Is de ruimte voor zulke weelderige groei ongeschikt dan kan men beter zijn toevlucht zoeken tot kleinere soorten als Monstera pertusa.

Klimmen of hangen?

De klimop (Hedera helix) is een plant die we zowel als tuin- dan als kamerplant kennen. Het omvangrijke assortiment is vrij stabiel. De weinige nieuwe rassen die worden geïntroduceerd, wijken doorgaans weinig af van de bestaande soorten. De verschillende bonte en meestal kleinbladige vormen stammen af van de gewone klimop die bij ons ook in het wild groeit. Ze zijn echter niet volledig winterhard. Dit geldt in het bijzonder voor de kamerklimop (Hedera helix ssp. canariensis) - een ondersoort die zich door haar bruinrode bladstelen van de andere klimopsoorten onderscheidt. Niettemin houden ze zich in de kamer met een minimale verzorging wondergoed, zeker wanneer ze in een enigszins koele en vochtige omgeving gehouden worden. Spaarzaam water en regelmatig wat voedsel zijn de enige eisen die de plant stelt. Klimopplanten vullen gemakkelijk een donkere hoek, hoewel de bonte vormen op een lichtere plaats moeten gehouden worden, wil men de kleurvariatie in het blad niet verliezen. De naam verraadt het karakter van de plant. Het is een klimplant die graag zijn eigen weg zoekt en zich met korte luchtworteltjes aan muren vasthecht. Door een- of tweemaal per jaar de groeitoppen uit te knippen, kan men ze intomen en verkrijgt men een bossige en meer gedrongen plant.

Heeft de kamer een ietwat minder bescheiden vorm, dan kan men in een hoek ook een boompje opzetten met behulp van een Schefflera (Schefflera diverse soorten). De eerste soort die op de markt werd aangeboden kon in de natuur tot 40 meter hoogte uitgroeien. Het materiaal dat tegenwoordig aangeboden wordt, is gelukkig bescheidener van omvang en stamt van struiken met handvormig samengestelde bladeren. De meeste voorkomende variëteiten zijn te herleiden tot de soorten Schefflera arboricola en Schefflera venulosa, hoewel het niet helemaal duidelijk is welk ras tot de ene dan wel tot de andere soort behoort.

Oudere planten verliezen gemakkelijk hun onderste bladeren, waardoor ze een kale stam krijgen. Hieraan kan worden verholpen door de stam tot een halve meter terug te snijden. Op het resterende stamgedeelte vormen zich naderhand nieuwe scheuten en verkrijgt men een bossige plant.

Op een lichte standplaats is de Schefflera een uitstekende kamerplant. Niettegenstaande vaak op de behoefte aan een hoge luchtvochtigheid wordt gewezen, kan de plant vrij droge lucht verdragen, zolang die maar niet beneden de 60% relatieve vochtigheid zakt. Met water geven moet men voorzichtig zijn, vooral in de winter. Een regelmatige voedselgift is voor de snelgroeiende plant evenwel noodzakelijk.

Wanneer de weersomstandigheden het toelaten, kunnen de planten in de zomer zelfs naar buiten.

#1468

Bron: VLAM
www.vlam.be