Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/dieren_koolwitjes

Tuinadvies

Toon alles uit: "Dieren"

Koolwitjes en hun levenswijze

Inleiding:
Ronddwarrelende witte vlindertjes rond de bloemen in de tuin: een vertederend zomers beeld, dat deze diertjes ook de nodige schade aanrichten in de moestuin meerbepaald bij de koolgewassen is minder aangenaam. Het vlindertje op zich is wel onschuldig, het zijn vooral de rupsen die menig koolkweker radeloos maken. Deze gastheren hebben hun naam te danken aan de kolen, die ze verkozen hebben tot lievelingsplaats om er zich van ei tot vlinder te ontpoppen.

In onze streken zijn de koolwitjes één van de meest voorkomende dagvlinders. Men onderscheid vooral het kleine koolwitje (Pieris rapae) en het grote koolwitje (Pieris brassicae), hoewel ze ogenschijnlijk op elkaar gelijken zijn zowel de uiterlijke kenmerken van vlinder, ei, rups en pop als het toebrengen van schade verschillend van elkaar.

Verspreiding en habitat :
het herderstasje Het witte vlindertje is wijd verspreid en één van de dagvlinders van Midden-Europa die het vaakst voorkomt. Verspreiding: over een gedeelte van het noordelijke halfrond, in een groot deel van Noord-Afrika, West-Europa, van het centrale zuiden van Canada door de Verenigde Staten en Azië tot de 62e graad noorderbreedte, hoe noordelijker hoe minder de populatie. De activiteit is afhankelijk van de temperatuur en het aantal uren zon. Het koolwitje is alomtegenwoordig: in de stads, in open veld, in de bergen zelf op een hoogte van 1800 à 2000 meter

Waardplanten: De geliefde gastheren van de rups zijn de planten behorende tot de familie van de kruisbloemigen (Cruciferae) met vooral de koolgewassen, mosterdsoorten en nu en dan de kappertjesfamilie (Capparidaceae) zoals Oostindische Kers, andere geliefde planten zijn Judaspenning en het Herderstasje (onkruidgastheer).

De levenscyclus wordt vooral gekenmerkt door een metamorfose (gedaanteverwisseling): vlinder -ei – larve – pop - vlinder.

Soorten:

1. Het kleine koolwitje (Pieris rapae)

Vlinder:

Het kleine koolwitje heeft een vleugelspanwijdte van 45 - 58 mm en op de bovenkant van de voorvleugels een kleine driehoekige zwarte puntvlek, vanaf de onderkant van de vleugel is deze vlek eveneens zichtbaar.

Het wijfje heeft twee zwarte vlekken bovenop elk van haar bovenvleugels, het mannetje heeft slechts één vlek.
Het volwassen wijfje, dat overdag vrij actief is, kan wel honderden eitjes leggen op de onderkant van de gastheerbladeren, deze eitjes komen nooit in clusters voor, altijd afzonderlijk, dit in tegenstelling tot het grote koolwitje.

De vlinder is meestal drie generaties actief: de eerste generatie is er vanaf begin april tot eind juni (met een piek in de maand mei), de tweede en de derde generatie is actief van eind juni tot eind september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus). In gunstige omstandigheden kan er zelfs een vierde generatie uitvliegen!


vrouwtje


mannetje

De eerste koolwitjes (voorjaar) leggen eieren op het in het wild voorkomende kruisbloemigen (herderstasje, pinksterbloem….), ze richten weinig schade aan door hun beperkt aantal. De volgende koolwitjes (zomer) doen het des te meer en tasten de eigenlijke koolgewassen aan.

het ei van een koolwitjeDe vlinder voedt zich met de nectar van een brede serie planten zoals : vlinderstruik, Sedum, klaver, asters, munt , paardebloem,…

Ei
:
De eitjes hebben een gele kleur en zijn kogelvormig met kruiselings lopende oppervlakteranden. Tussen het uitbroeden van ei naar rups verlopen 3 tot 7 dagen. Van ei naar volwassen vlinder duurt het iets langer: 4 1/2 tot 7 weken afhankelijk van de temperatuur


de rups van een koolwitjeRups:
De groene rups vertoont een fijne gele streep in het midden van de rug, andere (ook gele) strepen bevinden zich aan beide zijden van het lichaam.

De larve voelt fluweelachtig aan en wordt tot 32 mm lang bij volwassen groei.

Rupsen van de laatste generatie zoeken een overwinteringplaats.

Pop:
Deze zijn meestal groen, maar de grijze tot bruin gekleurde poppen komen ook vaak voor. de pop van een koolwitje

De poppen hangen vast aan de onderkant van bladeren door middel van een met zijde gesponnen draad. De ontwikkeling van deze poppen gaat over een tijdspannen van 1 tot 2 weken

De poppen van de laatste generatie zijn te vinden in muurspleten, houtkieren…. (overwinteringplaatsen).


Schadebeeld:
schade koolwitjeDe rupsen voeden zich voornamelijk met de binnenste bladeren van koolplanten en maken daarbij ronde gaten in de bladeren, ze doorboren de kolen, in het laatste stadium leven de rupsen meestal in het ‘hart’ van de koolplant. De kolen zijn dan flink beschadigd, bevuild met uitwerpselen en dus niet meer geschikt voor consumptieverkoop.




2.Het Grote Koolwitje (Pieris brassicae)

Vlinder: groot koolwitje
Dit koolwitje is groter (zoals de naam aangeeft) heeft een vleugelspanwijdte van 65 mm .

De vlinders hebben op de bovenkant van de voorvleugel een zwarte randvlek die zich uitstrekt van de top tot over de helft van de vleugel. Vanaf de onderkant is deze randvlek eveneens zichtbaar, maar is de kleur eerder geelachtig grijs.

Het wijfje heeft zowel op de bovenkant als op de onderkant van de voorvleugel twee duidelijke zwarte stippen. Bij het mannetje ontbreken deze stippen op de bovenkant.

De eerste generatie is actief van eind april tot eind juni (met een piek tussen 10 en 31 mei), de tweede en derde generatie vliegen van eind juni tot eind september (met een piek tussen 10 juli en 20 augustus).


eitje van het grote koolwitje
Ei:
De eitjes worden, in tegenstelling tot het kleine koolwitje, in groten getale samen gelegd (clusters).

De gele eitjes worden in partijen van 20 tot 100 eenheden aan de onderkant van de koolbladeren gedeponeerd. Wijfjes kunnen tot 600 eitjes leggen !


Larve – rups:
rups van het grote koolwitje10 dagen na de eilegging ontwikkelen er zich jonge rupsen die zeer dicht bij elkaar vertoeven. Ze vervellen tot viermaal eer ze hun uiteindelijke volwassen lengte van 4 cm hebben bereikt.

De tamelijk lang behaarde rupsen zijn zwart met gele strepen en vlekken. Deze kleur betekent in de natuur een teken van waarschuwing aan het adres van de vogels en andere insecteneters dat ze uitermate giftig zijn. De rupsen halen zwavel uit de koolplanten en slaan dit op zodat ze voor vijanden onaantrekkelijk en oneetbaar zijn.

De rupsen zijn vraatzuchtig groeien zeer snel als gevolg van het verorberen van groen, dit tot 2 maal hun lichaamsgewicht per dag.

Wanneer de koolrups volgroeid is verlaat ze de waardplant en gaat op zoek naar een plaats waar ze kan verpoppen (muurspleten, boomstam, stengels van houtige planten, ….)



Pop:
De kleur van de pop is grijsachtig met zwarte en gele vlekjes. Ze is hoekig en maakt zich vast met een zijdedraad aan de verpopplaats.

Enkel de poppen van de tweede generatie overwinteren.


schade rupsen aan kolenSchadebeeld:
De rupsen van het groot koolwitje voeden zich vooral met de buitenste koolbladeren en verorberen systematisch het bladgroen, enkel de zware nerven blijven over. Ze bevuilen tevens de koolgewassen met hun uitwerpselen wat de kolen voor consumptie weinig aantrekkelijk maakt.


Bestrijden:
Hoge temperaturen kunnen de ontwikkeling van de larven afremmen en ook zware regenval kan hoge sterfte veroorzaken, dit is de reden dat er tijdens hete en/of natte seizoenen minder aantasting is dan tijdens koele en droge zomers.

Bepaalde vogels, egels en andere insecteneters behoren tot de natuurlijke vijanden van de rups.

Spuiten met chemische of biologische insecticiden (op basis van pyrethrum) op geregelde tijdstippen en vooral bij beginnende aantasting bieden eveneens een oplossing. Daar koolbladeren een olielaag hebben is het noodzakelijk de insecticiden te voorzien van een uitvloeier (nodig om het insecticide over gans het blad te verspreiden). Hou bij consumptie van de kolen echter wel rekening met de veiligheidstermijn na het spuiten. vliesdoek fleece

sluipwespen parasiteren koolrupsNatuurlijke vijand van koolrupsen zijn bepaalde sluipwespen (Apanteles glomeratus). Deze sluipwespen parasiteren via eilegging bij de koolrupsen. De eitjes van de wespen worden larven die zich op hun beurt tegoed doen aan de koolrupsen.

Men kan de eitjes stuk knijpen zodat ze zich niet tot rups kunnen ontwikkelen.

Beter voorkomen dan genezen is natuurlijk beter. Door het overdekken van de koolgewassen met dunne vliesdoek (verkrijgbaar in tuincentra) voorkomen we eilegging van de vlinders. Door de afschermende laag van het doek krijgen de koolwitjes geen enkele kans om zich te vermenigvuldigen !!!!

 


#14

Auteur: Wilfried Van Hecke