Geprint van http://www.tuinadvies.be/artikels/granaatappel.htm

> Planten (1618) > Tropische planten (48) > Punica of granaatappel zorgt voor exotische sfeer op het tuinterras.

Toon alles uit: "Tropische planten"

Punica of granaatappel zorgt voor exotische sfeer op het tuinterras.

Granaatappel of Punica granatum

De granaatappel maakt met zijn rijkdom aan vruchten, pitten, bloemen, smaak en geur het wonder van het leven op aarde zichtbaar. Het is een oeroude boom, die de kracht en het weerstandsvermogen van de natuur symboliseert, haar diversiteit in de eenheid van het leven en haar vermogen tot vernieuwing en regeneratie.

Achter de rode schil van de granaatappel ligt een exotisch aroma verborgen die ons naar de sfeer van 1001 Nacht ontvoerd. Hij heeft geen botanische familieleden en is dus biologisch gezien een unieke vrucht.

Nieuwe onderzoekingen maken duidelijk waarom granaatappelbomen al 5000 jaar door mensen gecultiveerd worden. De vruchten zijn een bron van kalium, vitamine C en een grote hoeveelheid van stoffen die het immuunsysteem van mensen versterken.  

 

Plantkenmerken

In het Middellandse Zeegebied is de granaatappel een kleine boom of grote struik. Hij kan daar 8 m hoog worden. De boom heeft koude winters en hete zomers nodig en groeit het beste in subtropische streken. Na het derde jaar wordt de productie van de appels interessant.

De

bladeren zijn ca. 10 cm lang en glanzend groen. De oranjekleurige, buisachtige bloemen zijn zeer decoratief. De fris zoetzuur smakende pitten zijn omgeven door sappig vruchtvlees.

De

vruchten hebben een vrij dikke, lederachtige schil. Hun kleur is geelbruin, geeloranje of donkerrood. Het vruchtvlees kan roze of dieprood zijn. De lederachtige schil zorgt ervoor dat de granaatappel in tropisch en subtropisch klimaat maandenlang sappig blijft.

Bij ons wordt de granaatappel als kuipplant geteeld. Hij bereikt een hoogte van ca.2 ½ m. Hij moet ’s winters in een vorstvrije, maar koele ruimte overwinteren. De granaatappelboom groeit erg langzaam en bloeit pas ca. 6 jaar nadat men hem geplant heeft.

De vruchten komen bij ons niet tot volle rijpheid, maar de decoratieve, felrode bloemen zijn de moeite waard.

 

 

 

 

Naamgeving

Punica granatum betekent zoveel als vrucht met pitten uit Fenicicë. Het woord granatus betekent rijk aan pitten. Punica is afgeleid van het Latijnse punicus en heeft betrekking op één van de herkomstgebieden van deze boom: Karthago = Punica.

Wanneer een rijpe vrucht op de grond valt, schieten de zaden alle kanten op. Dat is de reden waarom de Fransen het wapen

handgranaat naar deze vrucht benoemd hebben.

De Spaanse stad en provincie Granada werd naar deze vrucht benoemd. De granaatappel is het embleem van deze stad.

 

Herkomst

Punica granatum werd al 5000 jaar geleden gecultiveerd in het oude Perzië, Pakistan, Egypte, Afghanistan, Marokko, Palestina en China. De oogsttijd begint in september en duurt tot december. Tegenwoordig worden granaatappels vooral uit Spanje,Turkeye en Iran geexporteerd, maar voor het grootste deel in eigen land geconsumeerd. De vruchten moeten rijp geoogst worden want zij rijpen niet na. Het vervoer van rijpe vruchten is niet rendabel.

In de Arabische landen is de granaatappel één van de favoriete vruchten.

 

Symboliek

In de beeldende taal van het

Hooglied van Salomo wordt de ronde vorm van de granaatappel vergeleken met de schoonheid van de vrouw. Het rode sap is de nectar van de geliefden en de geur van de bloemen symbool voor de ontwakende lente. Deze vrucht wordt in het Oude Testamant beschreven als één van de zeven plantensoorten, die in Kanaan gevonden en gezegend werden. Druiven en granaatappels golden als teken voor rijkdom en vruchtbaarheid.

 

Mythologie

De Granaatappel is één van de oudste, bekende vruchten uit het Middellandse Zeegebied. Op oude schilderijen werd hij vaak afgebeeld als symbool voor vruchtbaarheid, diversiteit in eenheid, zinnelijke liefde, onsterfelijkheid en passie. Het was de favoriete boom van de Griekse godin

Aphrodite, volgens de legende door haar voor het eerst geplant op Cyprus. Het oudste bewijs hiervoor is een Mesopotamische vaas uit de 4e eeuw A.C., gewijd aan Astarte, voorloopster van Isis en Aphrodite. De godin van de liefde en verleiding werd steeds begeleid door granaatappels. Tevens werden Hermes en Dionysos vaak met granaatappels afgebeeld.

In Syrië had de granaatappel dezelfde naam als de god van de zon

Hadad Rimmon. Wanneer hij openbarst, onthult de granaatappel zijn talrijke pitten, symbool voor de hoeveelheid van zijn nakomelingen en ook een teken voor hoop en wedergeboorte.

Dat is misschien de reden waarom voorname doden uit het oude Egypte samen met kransen van granaatappelbloemen begraven werden.

 

Rimmon = granaatappel was de bijbelse naam voor het schrijn van de vruchtbaarheidsgodin, afgeleid van rim = een kind baren. Volgens de Griekse mythologie werden de godin

Persephone als ook Euridice in de onderwereld vastgehouden omdat zij een granaatappel gegeten hadden.

In de Bijbel staat dat de zuilen van Salomons tempel met lelies en granaatappels versiert waren

(1.Koningen 7).

Als vruchtbaarheidssymbool mocht deze vrucht bij geen trouwerij ontbreken.

Een bijzondere verering genoot de granaatappel in Judea: alleen hij mocht naar het allerheiligste,

de Ark des Verbonds, gebracht worden. De Heilige Appel vertegenwoordigde het geheel van Gods geboden. Hij was ook het symbool van de Wet en tooide het gewaad van de priester. Hij was hij het teken voor geestelijke en creatieve kracht.

De profeet

Mohammed zou zijn zegen aan de granaatappel gegeven hebben omdat het eten van de vrucht haat en ijverzucht zou uitbannen.

In de christelijke symboliek verdween het zinnelijke aspect van de granaatappel helemaal en werd tot symbool van de vele deugden van

Maria zoals naastenliefde, maar ook de gemeenschap van de gelovigen en de bescherming door de kerk.

De rode kleur van de Punische appel werd geassocieerd met bloed, liefde, oorlog en macht. Door de vorm van deze vrucht met de kroonvormige kelk was hij de ideale rijksappel van de Moorse koningen van Granada en Hendrik IV van Engeland.

           

Gebruik

De vrucht van de granaatappel bevat veel sap en vitamine C. Door indikken van het sap verkrijgt men grenadinesiroop. Hij dient als basis voor limonade of dressings en om vlees te marineren. Om het verfrissende sap te winnen, wordt de gehalveerde vrucht als een citroen uitgeperst. Het sap wordt aan gerechten toegevoegd of samen met mint als verkoelende drank genuttigd.

In de Middellandse Zeegebieden maakt men er ook kruidenwijn van.

In vele Marokkaanse tuinen groeit tenminste één granaatappelboom. De robijnrode pitten van de ‘romman’ zoals men de vrucht daar noemt, worden meestal uit de hand gegeten.

Culinaire betekenis hebben granaatappels tegenwoordig alleen in Noord-India. De pitten van wilde granaatappelsoorten worden gedroogd en als keukenkruid gebruikt. Zij worden vooral aan groentes en peulvruchten toegevoegd.

Gedroogde granaatappelpitten kunnen als alternatief voor rozijnen in Europees gebak gebruikt worden.

Van granaatboomschors maakte men vroeger inkt.

 

Soorten

Naast de gewone granaatappel is de variëteit ‘Wonderful’ in cultuur. Hij bloeit met oranjerode bloemen.

Daarnaast kan men ook kiezen voor het dwergtype ‘Nana’, die slechts 60 cm hoog wordt.
 

Engels: Pomegranate
Frans: Grenade

Duits: Granatapfel

 

Punicaceae – granaatappelfamilie


#652

Auteur: Brigit Kahlert
www.stemderbomen.nl

Andere artikels