menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    vrijdag 1 maart 2024

Prei-, wortel- en koolvlieg: herkennen en bestrijden

Hoeveel liefde je ook aan jouw tuin geeft, vroeg of laat krijg je toch te maken met rupsen, engerlingen, emelten, slakken, bladluizen,... en vraatzuchtige larven van diverse vliegjes. Het zijn allemaal kleine diertjes die flink wat schade kunnen aanrichten in de (moes)tuin. En vaak hebben ze een voorkeur voor een specifiek gewas (waardplant), zoals de wortelvlieg, koolvlieg, ui- en preivlieg. Maar met de juiste aanpak blijft de schade doorgaans beperkt.

Lees hier hoe je een plaag van de prei- of uienvlieg, de wortelvlieg en de koolvlieg aanpakt.

De preivlieg of uienvlieg 

De preivlieg en de uienvlieg (Delia antiqua) zijn identieke insecten en vertonen enige gelijkenis met de gewone huisvlieg. Ze hebben een lengte van 6 tot 7 mm en zijn geel tot grijs van kleur met vijf donkere strepen op het borststuk. Ze leggen hun eitjes aan de basis van planten behorend tot de Allium-familie, en bij prei in een later stadium ook in het hart van de plant. Naast prei en ui tasten deze vliegen ook knoflook, pijpajuin en sjalotten aan.

De larven die uit de langwerpige witte eitjes komen, voeden zich met de wortels of vreten zich een weg naar het hart van de plant. Dit kan leiden tot verzwakte planten en een verminderde opbrengst. De larven kunnen zich bovendien ondergronds verplaatsen naar andere planten om vervolgens ook deze aan te tasten. De verpopping vindt plaats onder de grond en na 15 tot 25 dagen vliegt een nieuwe generatie uit de kastanjebruine pop.

De preivlieg brengt jaarlijks 2 tot 4 generaties voort, waarbij de eerste generatie van eind april tot half juni de grootste schade aanricht. Vooral jonge preiplanten kunnen hier behoorlijk wat nadeel van ondervinden. Het gevolg is dat de toppen van planten geel worden, ze verwelken en uiteindelijke helemaal afsterven.

Preivlieg bestrijden

Met vangplaten kan je de aanwezigheid van de prei- of uienvlieg in jouw moestuin monitoren om indien nodig later de uitkomende larven te gaan bestrijden. Dat kan onder meer met aaltjes tegen bodeminsecten, een middel dat het meest effectief is als de larven nog klein zijn. De aaltjes dringen de larven binnen en beginnen ze van binnen aan te vreten met de dood tot gevolg. Je kan deze aaltjes in de maand mei ook preventief inzetten. De planten bestuiven met basaltmeel of besproeien met brandnetelgier kan eveneens een oplossing zijn. Kweek ook steeds jouw gewassen onder een fijn insectengaas om aantasting te voorkomen. Wied de planten 's morgens vroeg of op dagen met veel wind, dan is de vlieg minder actief. Teel ook niet elk jaar hetzelfde gewas op dezelfde plek (pas wisselteelt toe) en wissel steeds een rij wortelen af met een rij uien (combinatieteelt). 

Vaak wordt de preivlieg verward met de preimineervlieg. Dit kleine beestje is een exoot en kwam begin deze eeuw bij ons aan uit Oost-Europa. Het vliegje heeft dan ook geen natuurlijke vijanden en richt nog grotere schade aan dan de preivlieg. Gebruik insectengaas met een maaswijdte kleiner dan 0,8 mm om jouw gewassen er tegen te beschermen.


De wortelvlieg

Zoals zijn naam doet vermoeden heeft de wortelvlieg (Psila rosae) het gemunt op wortelen in de moestuin. Maar ook pastinaak, wortelpeterselie, venkel, selderij, knolselder, peterselie en dille blijven niet gespaard van dit insect. De vlieg is 5 tot 6 mm lang en heeft een zwart, groenachtig slank lichaam. Zijn kop is roestbruin en het achterlijf korter dan de vleugels. De poten zijn oranje van kleur.

Ze vliegen bij voorkeur op windstille locaties en komen af op de geur van schermbloemigen. Ze leggen geen al te grote afstanden af. Vervolgens leggen ze de eitjes aan de voet van de plant, waar het loof overgaat in de wortel. Per vlieg kunnen wel 100 eitjes worden afgezet. Na een cyclus van 4 tot 17 dagen komen de larven tevoorschijn waarbij ze onmiddellijk op zoek gaan naar wortels om zich te voeden. In eerste instantie wordt enkel het wortelhaar aangevreten, in een later stadium ook de wortel zelf (wormstekigheid).

Wormstekigheid bij wortelen

Een eerste generatie komt uit de overwinterende poppen in de wortelbedden van vorig jaar, in de periode mei-juni. Een tweede vlucht kan vanaf begin augustus en een derde generatie van september tot oktober. Ook deze vliegen kan je monitoren door gebruik te maken van gele vangplaten. Om aantasting te voorkomen maak je best een constructie van insectengaas en graaf je het gaas een stukje in om alle kieren goed dicht te maken. Wied 's morgens vroeg of na zonsondergang want dan is de vlieg niet actief, en laat voor de rest van de dag het gaas goed dicht. Wissel een rij wortelen af met een rij uitjes, knoflook of bieslook om de wortelvlieg weg te houden. Plant of zaai er eveneens wat Afrikaantjes (Tagetes) tussen want de wortelvlieg houdt niet van de geur van deze bloemen. En wist je dat de wortelvlieg niet hoger dan een meter kan vliegen? Als je wortelen in een verhoogde moestuinbak kweekt, dan zal de wortelvlieg er niet bij kunnen!

Bij het oogsten van schermbloemigen verwijder je ook best alle delen van de plant. Alle resten van het loof en de wortels trekken wortelvliegen aan en vormen de ideale omgeving om te overwinteren. Pas vruchtwisseling toe, ga voor een gemengde cultuur en kies eventueel voor resistente rassen.

De koolvlieg

Een paar larven van de koolvlieg (Delia radicum) zijn al genoeg om de ganse teelt om zeep te helpen. Net zoals bij de wortelvlieg en preivlieg legt ook deze vlieg haar eitjes in de nabijheid van de plant, verschillende soorten kolen (ook radijzen) in dit geval. De koolvlieg heeft ook veel weg van de huisvlieg en wordt aangetrokken door de geur van kolen. De eitjes zijn heel klein, ongeveer 1 mm en roomachtig wit van kleur. De larven zijn glimmend wit en in volgroeide toestand ongeveer 7 tot 10 mm lang.

De larven vreten aan de plant en vooral het ondergronds stengeldeel waardoor planten verwelken, bladeren grijsblauw worden en de plant uiteindelijk los in de grond komt te staan. De eerste en de derde generatie richten de grootste schade aan waarbij de eerste vlucht de jonge planten belagen en de derde generatie voornamelijk schade kan aanrichten aan vroege spruiten. Jonge plantjes die worden aangevreten, zullen slap hangen en afsterven.


Dek de kolen onmiddellijk na het planten af met insectengaas zodat de koolvlieg en ook het koolwitje haar eitjes niet kan afzetten op de gewassen. Koolkragen kunnen dit eveneens voorkomen en die kan je makkelijk zelf maken uit een stukje dikke plastic. Het dekt de onmiddellijke omgeving van de koolstengel af. 

Sterk geurende planten of een mulchlaag van bijvoorbeeld groene dennentakken zullen de vliegen in de war brengen en hen op afstand houden. Tagetes, kruiden of witte klaver tussen de kolen planten kan tevens helpen. Alsook het aantrekken van hun natuurlijke vijanden, zoals de kortschildkever, loopkever, gaasvliegen, sluipwespen, roofwantsen,... kan een rol spelen in het onder controle houden van deze plaaginsecten. Plant dus voldoende nectarplanten in de buurt van de moestuin om deze predatoren aan te trekken.

De koolvlieg, preivlieg, uienvlieg en wortelvlieg kan je bestrijden met aaltjes tegen bodeminsecten. Toepassen kan vanaf een bodemtemperatuur van 10° C. Conserve Garden van Edialux is een ecologisch insectenwerend middel dat eveneens doeltreffend werkt.

#6055Inge

Auteur: Inge
Redactie Tuinadvies

Terug naar boven icoon