Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/planten_sleutelbloem

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    woensdag 23 oktober 2019

Primula vulgaris of stengelloze sleutelbloem

Botanische verscheidenheid.
1 FAMILIE: sleutelbloemachtigen
28 GESLACHTEN: waaronder Primula
400 Primulasoorten waaronder vulgaris
Per soort vele verschillende cultivars.

Tot de familie van de sleutelbloemachtigen behoren naast Primula ook nog Cyclamen, Anagallis, Lysimachia, e.a. 
De meeste van deze 400 Primulasoorten zijn inheems in Europa hoewel er ook veel soorten voorkomen in Azië (China en Himalaya) en in Noord-Amerika. Heel wat Primulasoorten zijn dan ook geschikte tuinplanten en een aantal doet het bovendien uitstekend als bloeiende potplant in de huiskamer. Zo’n kamerplant is de Primula vulgaris (vroeger: P. acaulis)

Primula vulgaris of stengelloze sleutelbloem.
Door aangepaste teeltmethoden en uitbreiding van het sortiment zijn de Primulatelers erin geslaagd het aanbod van die fraaie planten te spreiden van november tot ongeveer half april. Het selecteren van nieuwe rassen heeft heel wat om het lijf. Zo kunnen de veredelaars weinig aanvangen met selecties met te grote bloemen, omdat die immers onderhevig zijn aan ziekten tijdens het transport. Een kink in de kabel is het verschijnen van te lange bloemstengels. Dat komt door het feit dat er bij de selectie van de Primula vulgaris heel wat “bloed” van de Primula veris of de gewone sleutelbloem werd aangewend. Vandaar dat sommige planten soms de neiging vertonen om die langere bloemstengels opnieuw te laten verschijnen. De teelt zelf van Primula vulgaris is wat we noemen een koude teelt. Dat betekent dat het volstaat het gewas vorstvrij te houden.

Afhankelijk van het gewenste bloeitijdstip wordt er gezaaid tussen half april en half juli. Daar 2 gram zaad goed is voor de opkweek van 1000 planten gebeurt dit met een preciziezaaimachine. De kieming duurt 20 – 28 dagen bij ± 15°C. Na de kieming duurt het nog eens een maand voor men kan verspenen.

Het oppotten in potten van 9 cm kan midden augustus beginnen . De planten dienen opgepot te worden ingepot in primulapotgrond (die veel klei bevat). De Primulateelt begint dan als een buitenteelt. Zodra er echter vorstgevaar bestaat, wordt het gewas binnen gebracht in de koude serre. Daar blijven de Primula’s dan bij ongeveer 0 tot 13 °C en kunnen in bloei worden getrokken.
Men dient minstens wekelijks bij te mesten m.b.v. een meststofdoseerder. In het begin kiest men voor een meststof met een hoog stikstofgehalte en de laatste maand schakelt men dan over op een meststof met een hoge kaliumwaarde. Zodra de planten beginnen te bloeien vinden ze hun weg naar de bloemenwinkels en huiskamers.

Lange bloeiperiode.
Omdat Primula vulgaris zo koel wordt geteeld, stelt dat potplantje zich tevreden met een koele, lichte plaats in de huiskamer, waar het in de donkere wintertijd voor wat kleur zorgt. Om lang plezier te beleven aan een bloeiende plant moet je voor de Primula een frisse plaats zoeken zo ver mogelijk verwijderd van de centrale verwarming, in de buurt van een lichte venster.
Gieten moet met zorg gebeuren want Primula’s verdragen moeilijk wateroverlast en evenmin droogte. Dagelijks met de vinger even testen of de potgrond nog vochtig is blijkt de beste raad te zijn bij het gieten. Het onnodige bevochtigen van de bladeren en bloemen moet worden vermeden. Liefst geef je dus best water via een schoteltje onder de pot.

Uitgebloeide bloemen worden liefst tijdig verwijderd, zodat de plant geen energie verspilt aan zaadvorming, maar integendeel de jonge, pas gevormde bloemknoppen nog tot ontwikkeling kan brengen. Op die manier kan je de bloeiperiode van jouw Primula aardig verlengen. Om de vorming van veel nieuwe bloemknoppen in de hand te werken, kan je elke 10 dagen wat vloeibare meststof aan het gietwater toevoegen. Dat is zowat het geheim om maximaal te profiteren van een rijk bloeiende Primula op je vensterbank.

Teeltschema. Opkweek tot jonge planten:

ZAAIEN: zaaiperiode: half april tot en met juli
zaaiplaats: koude kas
zaaitemperatuur: 15 °C
Boven de 20°C wordt de kiemkracht afgeremd.
Zaden niet afdekken met grond (lichtkiemer), enkel lichtjes aandrukken.
VERSPENEN: periode: 5 - 6 weken na het zaaien
plaats: koude kas
in perspot (3 x 3cm)
ZORGEN: goed schermen, lage temperatuur, hoge luchtvochtigheid

TEMPERATUUR:
Een lage temperatuur bevordert de knopaanleg. Daarom ook is het noodzakelijk om in de serreteelt de temperatuur tot rond de vorstgrens te laten zakken. De serre goed verluchten om botrytis tegen te gaan.
Na de bloei kan de plant de tuin in, waar ze na twee maanden opnieuw kunnen bloeien.

GEWASBESCHERMING:
Chlorose (ijzergebrek): geel gekleurde bladeren met rode aders. Preventief: extra ijzerchelaat toedienen om dit te voorkomen
Spint: bladeren verkleuren geel en later bruin. Preventief: te droge lucht vermijden.
Botrytis: preventief spuiten met schimmeldodend produkt + verluchten.
Voetrot: wortels worden aangetast door een schimmel waardoor de plant geen water meer kan opnemen en afsterft. Behandelen met schimmeldodend produkt. Preventief: potgrond niet te nat laten komen.
Bladvlekkenziekte (ramalaria): spuiten met Tricarbamix.
Witte vlieg: preventief: ontsmetten van de serre en onkruiden opruimen. Biologische bestrijding met sluipwespen.

#330

Auteur: Kurt Vossaert
Hoofdredacteur Tuinadvies