Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/marters_wezels

Soorten marterachtigen: wezel, hermelijn, bunzing, fred, steenmarter en boommarter

Bijna over de gehele wereld vinden we ze terug, de familie van de marterachtigen. Vertegenwoordigd door ongeveer 70 soorten in allerlei maten en gewichten gaande van de 30 gr wegende wezel tot de 32 kg zware reuzenotter. Het mannetje is over het algemeen groter dan het vrouwtje.
Tot de marterachtigen behoren de hermelijnen, de wezels, de bunzingen, de dassen, de fretten, de otters, de nertsen en de marters.

De meeste leden van deze familie verspreiden een sterke geur via de anaalklieren. Het zijn allen vleesetende roofdieren met een scherp stel hoektanden en knipkiezen. Ze hebben allemaal een lang lichaam en korte pootjes, de meeste marterachtigen zijn agressief van nature en kunnen uitstekend klimmen. De meeste soorten zijn nachtdieren en doen een winterslaap tijdens de koude maanden.

Welke kleine soorten landroofdieren leven er in het wild in onze regio? We zetten ze voor u op een rij van klein naar groot.

Wezel:
De wezel (Mustela nivalis) is meteen onze kleinste marterachtige. Van neus tot staartpunt worden de mannetjes slechts 27 cm en ze wegen ca 60 gram (minder dan een kippenei). De wezel heeft een roestbruine vacht met witte buik en borst. De wezel maakt een blaffend geluid, dit in combinatie met zijn favoriete prooi geeft hem de bijnaam 'Muishond'.


De kleine en sluwe wezel.

De 2 tot 6 jongen worden geboren in maart - april na een korte dracht van 6 weken en zijn in dat zelfde jaar nog geslachtsrijp. Twee worpen per jaar zijn niet ongewoon.
Ook de wezel is hoofdzakelijk een nachtdier maar als er jongen zijn kan je hem ook overdag tegenkomen. Hij komt vooral voor in cultuurlandschappen met houtwallen en ruigte. Zijn prooi bestaat voornamelijk uit muizen maar ook ratten en vogels zijn niet veilig. Vaak gaat de wezel nestkastjes binnen om de jonge vogels te verorberen.
Dit kleine roofdier is op zijn beurt het slachtoffer van grotere marterachtigen en van dag - en nachtroofvogels, ook de mens en het verkeer eist bij deze kleine wezel zijn tol.

Hermelijn:
De hermelijn (Mustela erminea) onderscheidt zich van de wezel door verschillende kenmerken: ze hebben een zwarte staartpunt, opvallend is ook dat de ivoorwitte en roestbruine lichaamsdelen strakker zijn afgelijnd. Bovendien is de hermelijn groter (tot 40 cm) en een gewicht van ca. 300 gram. Een hermelijn krijgt een sneeuwwitte vacht in de wintermaanden, de staartpunt blijft zwart. Na een dracht van twee maanden worden 3 tot 8 jongen geboren die nog in hetzelfde jaar geslachtsrijp zijn. Als nest wordt vaak een oud rattenhol, een mollenhol of een stapel hout gebruikt.


Hermelijntjes zijn verzot op eieren.

Een bosrand met houtwal en de aanwezigheid van water vormen voor de hermelijn het ideale biotoop. Zijn aanwezigheid zal sterk afhankelijk zijn van het aantal prooidieren in het gebied. In een duingebied met veel konijnen zal je beslist hermelijnen aantreffen. Deze agressieve jager zal konijnen achtervolgen tot in hun holen en deinst er niet voor terug ook in het water op prooien te jagen. Het is een uitstekend klimmer die met gemak eieren of jongen uit vogelnesten rooft en zelf prooidieren tot de grootte orde van een muskusrat zijn niet veilig. Dit roofdier jaagt zowel 's nachts als overdag en valt vaak ten prooi en uilen en dagroofvogels. ook de vos heeft de hermelijn op het menu. Zijn grootste vijand is uiteraard de mens, ook het verkeer maakt hier zijn slachtoffers. Hermelijnen komen over het algemeen minder voor dan wezels.

Bunzing:
De bunzing (Putorius putorius) of in het dialect een fis (een vissche) heeft een donkerbruine vacht met lichtere vlekken. De onderzijde van het tot 60 cm lange roofdier is roomkleurig. De kop is bruin met het gekende lichte 'masker'. Het vrouwtje is tot één derde kleiner dan het mannetje. Na een korte dracht van zes weken worden de jongen bijna spierwit geboren. Na twee maanden verlaten zij de nestplaats, meestal een verlaten konijnenhol of een schuilplaats in het hooi in de schuur, en binnen hetzelfde jaar zijn ze nog geslachtsrijp.


De bunzing met zijn opvallende oogmasker.

Als habitat kiest de bunzing bij voorkeur voor landbouwgebied met houtwallen en heggen. Vaak woont hij in schuren en stallen waar hij tal van muizen en ratten verorbert. Op het menu staan ook jonge vogels, eieren, amfibieën, insecten en vruchten. Ook hier zijn vervolging door de mens en het verkeer de grootste bedreiging gezien de bunzing hoofdzakelijk 's nachts actief is en net iets te groot is voor onze uilen. Ook onze goede vriend de vos lust nu en dan wel eens een bunzing.

Fret:
De fret (Mustela putorius furo) is een volledig gedomesticeerde ondersoort van de bunzing dat in het wild weinig tot geen slaagkansen heeft om te overleven. Fretten worden gehouden als gezelschapsdier of ingezet voor de jacht. Deze gezelschapsdieren komen voor in verschillende kleuren van chocoladebruin tot zwart en van spierwit tot licht bruine.


De fret, een huisdier dus!

Marter:
De marters in de Benelux zijn vertegenwoordigd door de steenmarter (Martes foina) en de boommarter (Martes martes).

De steenmarter is een bruin tot grijsbruin roofdier met een witte keel en borst. Deze marterachtige wordt tot 75 cm groot en een volwassen mannetje kan tot 2 kg wegen. De lengte van de staart is ongeveer 1/3 van de totale lengte. De steenmarter is monogaam en het mannetje en vrouwtje komen enkel samen tijdens de paring. Na een dracht van 38 weken worden 3 tot 7 jongen geboren die twee maanden in het nest verblijven. De jonge marters zijn pas geslachtsrijp in hun tweede levensjaar.

De steenmarter vertoeft graag in de omgeving waar mensen vertoeven. Zolders en schuren in een heuvelachtig landschap zijn voor hem het ideale habitat. Deze marter is heel ongeliefd door zijn voorliefde voor eieren van kippen en duiven. Hij kan het hele duivenkot in rep en roer zetten en weinig vogels zullen deze actie overleven. Verder staan ook zangvogels, kleine zoogdieren, amfibieën en vruchten op het menu. Dit nachtdier heeft heel weinig natuurlijke vijanden, de mens en het verkeer maken onder hen de meeste slachtoffers.

Zeldzamer in ons land is de boommarter. Deze marter gelijkt qua formaat en kleur sterk op de steenmarter al zijn de witte delen van het dier meer naar de gele kant. Zoals de naam al aangeeft verkiest deze marter het bos als zijn habitat en vermijdt hij zoveel mogelijk menselijk contact. Uiteraard is de boommarter een uitstekend klimmer. Vaak gebruikt hij een holle boomstam of een oud spechtennest als woonplaats.


De boommarter.


#3522

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p