Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/halsbandparkieten_in_de_tuin

Halsbandparkiet verovert België en Nederland in sneltempo

De halsbandparkiet (Psittacula krameri) is een exotische edelparkiet afkomstig uit India (Himalayagebergte) en uit tropisch Afrika (boven de evenaar). De ruim 40 cm grote vogel is vooral groen met een blauwgroene staart, rode bek. De mannetjes zijn pas na ongeveer drie jaar goed van de vrouwtjes (poppen) te onderscheiden door hun opvallende halsband die ze pas dan krijgen. De halsband bestaat uit een zwarte streep met daaronder een streepje roze en netjes afgezoomd met een wit boordje. Het zijn vogels die graag in groep vertoeven en ze vallen vooral op door hun luide, schelle gekrijs.

De halsbandparkiet is zoals vele soorten parkieten naar Europa gehaald als volièrevogel. Echter zijn er in der loop der jaren vele vogels uit hun kooien ontsnapt en deze hebben zich weten aan te passen aan de omgeving en het klimaat waardoor ze hele kolonies hebben kunnen vormen. Zo heeft in 1974 de toenmalige directeur van de Meli-zoo te Brussel er een vijftigtal vrijgelaten om de hoofdstad wat meer kleur te geven. Het was echter een soort halsbandparkieten afkomstig uit het Indische Himalayagebergte waardoor ze zich zonder al te veel problemen wisten aan te passen aan onze Nederlandse of Belgische winters. In tien jaar tijd wisten deze vogels zich te vermenigvuldigen tot 250 stuks en na bijna veertig jaar zijn het er ondertussen ruim 10.000 stuks geworden die zich in en rond Brussel hebben genesteld. 

In België zijn de kolonies met halsbandparkieten momenteel nog voornamelijk in en rond het Brusselse terug te vinden, alhoewel er ook al gespot werden in andere provincies.
In Nederland zitten er in het wild eveneens al ruim 10.000 van deze edelparkieten. Daarvan is ruim de helft terug te vinden in en om Den Haag. Een andere grote kolonie van ruim 3000 vogels weet zich te handhaven rond Amsterdam.


Halsbandparkieten in de tuin. Zo af en toe komen er 2 of 3 halsbandparkieten pinda's eten in onze tuin.
Foto ingezonden door: Corrine uit Maarssen

Halsbandparkieten in het wild verblijven bij voorkeur in stadstuinen en -parken nabij grootsteden zoals Amsterdam en Brussel. Buiten de steden tref je ze aan in boomgaarden, loofbossen, tuinen en in de stadskernen. Meestal tref je ze dan aan in kleine groepjes van tien tot vijftien vogels. 's Avonds trekken ze echter in grote groepen van honderden tot duizenden stuks naar een gemeenschappelijke slaapplaats. Ze kiezen als slaapplaats vaak lindes, Italiaanse populieren, kastanjes of wilgen.
Het zijn vogels die houden van een vaste verblijfplaats. Hun nestelruimte zullen ze dan ook zoeken op een haalbare vliegafstand t.o.v. hun gemeenschappelijke slaapplaats.
Vanaf hun derde levensjaar zijn ze geslachtsrijp en zoeken ze een partner voor het leven. Halsbandparkieten zijn holenbroeders en gebruiken daarvoor oude nesten van spechten of maken zelf een nesthol. Vaak zitten er zelfs meerdere nestholen in eenzelfde boom waardoor ze met meerdere paren dicht op elkaar broeden. Het voordeel daarvan is dat ze elkaar kunnen helpen als hun nest door roofdieren wordt aangevallen.

Halsbandparkieten eten een beetje van alles met een voorkeur voor zaden, fruit, bloemen, granen en allerlei vogelvoor met een voorkeur voor pindanoten. De opmars van de vogels buiten de steden is beperkt, daar ze het op het platteland veel te moeilijk hebben om in de winter aan voldoende voeder te geraken.

Over de gevolgen van de groeiende populatie aan halsbandparkieten is er al veel gespeculeerd. De grootste slachtoffers zouden de inheemse holenbroeders zijn zoals (groene) spechten en boomklevers. Vooral deze laatste zou het gebied waar de halsbandparkieten nestelen verlaten. De halsbandparkieten leggen eind februari - begin maart reeds hun eerste eieren en als de boomklevertjes gaan nestelen in maart, dan treffen ze meestal reeds door halsbandparkieten bewoonde nesten aan. De kans bestaat dat de uitheemse halsbandparkiet de komende jaren steeds verder zal uitbreiden en het de talrijkste holenbroeder van ons land zal worden. Aangezien er voldoende voedsel en ook nog voldoende nestgelegenheden zijn, zal de populatie de komende jaren nog verschillende malen verdubbelen tot ruim 40.000 exemplaren en zullen ze zich ook naar andere provinciehoofdsteden en grote steden en omgeving verspreiden. De populatie aan boomklevers zou hierdoor een tien procent kunnen dalen.


#3257

Auteur: Kurt Vossaert
Hoofdredacteur Tuinadvies