Een inheemse struikvormige boom met open kroon en opgaande takken.
De bladeren zijn breder dan de andere soorten, hebben een elliptische vorm en de bladrand is licht gegolfd en gaaf.
Wordt ongeveer 10-m hoog, Kan geknot worden.
In de lente komen er katjes aan de bomen, de mannelijke herken je aan de ronde ovale vorm, bedekt met zilverachtige dons waar later de gele meeldraden verschijnen.
De vrouwelijke zijn langer van vorm en bleekgroen met witte dons.