Deze vaste plantjes worden als eenjarigen geteeld. Ze vormen bosjes cilindrische holle bladeren die 20 tot 30 cm hoog worden.
Eenmaal in de grond, produceert de klister nieuwe meerdere klisters die net zo groot worden als de oorspronkelijke. Er zijn twee soorten, de grijze sjalot en de bruine sjalot. De bruine heeft minder loof en een minder uitgesproken smaak.