Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/teeltplan_teeltwisseling_gewasgroepen_en_groenbemesters

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    donderdag 18 juli 2019

Teeltwisseling, gewasgroepen en groenbemesters

Anders dan in de siertuin wordt een moestuin elk jaar opnieuw ingericht met relatief kort levende planten waarvan wordt geoogst. Op die manier gebruik je de grond intensief. Om de bodem niet uit te putten en de planten gezond te houden, helpt het om gewassen te laten rouleren. Vrucht- of teeltwisseling is een vorm van preventie. Het is handig om hiervoor een teeltplan of roulatieschema te maken, gebaseerd op een praktische indeling van de moestuin. Peen, kliswortel, zuring, huttentut en pastinaak; van meet af aan zijn eetbare planten geselcteerd en gekruist voor meer opbrengt of een betere smaak.

Teeltplan: Teeltwisseling, gewasgroepen en groenbemesters

Het merendeel van de groenten wordt gezaaid of uitgeplant en na een korte groeitijd (pluksla) of langere periode (koolgewassen) geoogst. Om een teeltplan te maken ga je uit van gewasgroepen, groenten die een aantal groei-eisen en eigenschappen gemeen heben. Met een tuinindeling voor minimaal vier groepen kun je het overzichtelijk houden. Behalve een goede teeltopvolging is ook combinatieteelt een manier om planten en grond gezond te houden. Daarbij is het uitgangspunt dat plantensoorten elkaar gunstig beïnvloeden qua groei en smaak en dat ziekten en aantastingen worden verminderd. Bekend is de beproefde combinatie van uigewassen met wortelen (wortelvlieg). Mierikswortel zou ook een gunstig effect hebben op de smaak van aardappels. Ook afrikaantjes zijn geschikt om te combineren, met name Tagetes patula. De wortels scheiden een stof af die de populatie van wortellesieaaltjes (Pratylenchus) remt. Deze bodemaanltjes veroorzaken groeiremmingen.

Gewasgroepen

Moestuinplanten worden op basis van een aantal gemeenschappelijke karakteristieken zoals de voedingsbehoefte in gewasgroepen ingedeeld. Ze kunnen tot 1 plantenfamilie behoren zoals de koolgewassen (kruisbloemigen, Brassicaceae), maar dat hoeft niet. Die indeling wordt gebruikt om effectief te kunnen rouleren.

De basale voedingsbehoefte van planten wordt aangeduid met de letters N (stikstof), P (fosfor), K (kali). Dit zijn hoofdelementen die planten als minerale voeding nodig hebben voor hun ontwikkeling. N bevordert blad- en stengelgroei, P heeft effect op de wortelactiviteit en K geeft een goede plantkwaliteit. De meest algemene standaardverhouding voor (kunst)mest is NPK 12:10:18,

Een gangbaar teeltschema gaat uit van minimaal vier gewassengroepen/bedden volgens onderstaande volgorde:

  1. peulgewassen laten via wortelknolletjes stikstof achter in de grond en hebben weinig NPK nodig; kunnen worden gecombineerd met vruchtgewassen;

  2. koolgewassen zijn kruismbloeige planten die veel voeding (NPK) nodig hebben; minder geschikt voor zure grond zoals veen of zand (jaarlijks bekalken verhoogte de zuurtegrad of pH)

  3. bladgewassen zijn relatief korte teelten;

  4. wortel- en knolgewassen zijn merendeels schermbloemige planten, die hebben behoefte aan kali (K).

Als je ook aardappels wilt telen, dan heb je vijf bedden nodig. Aardappels worden als aparte gewasgroep beschouwd, behorend tot de nachtschadefamilie (Solanaceae). Bij voldoende ruimte richt je nog een zesde bed in zonder gewas, zodat de grond om de zes jaar rust krijgt. Grond moet je niet braak laten liggen, dat geeft erosie en een onkruidexplosie. Je zaait zo'n bed in met een groenbemester. Goed voor de grond en als je de drachtplant bijenvoer (Phacelia) gebruikt, ook goed voor bestuivende insecten.

Nuttige weetjes

  • Peulgewassen behoren tot de vlinderbloemenfamilie (Leguminosae of Fabaceae); door stikstofknolletjes aan hun wortels brengen ze voeding (N) in de grond (symbiose met bacteriën die stikstof uit de lucht binden.)

  • Kolen behoren tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae) waarvan alle soorten een belangrijke belager gemeen hebben zoals de vreetgrage rups van het koolwitje en de maden van de koolvlieg.

  • Ook radijs, raapstelen en meiknolletjes zijn Brassica's, maar met een kortere teeltduur dan (sluit)kool en minder hoge bodemeisen.

  • Snel groeiende bladgewassen zoals snij- en krulsla kunnen eventueel als voor- of nateelt worden gebruikt. Oogst de onderste bladeren, dan gaan de planten lang mee.

Meer weten of het teeltplan, teeltwissel, gewasgroepen of groenbemesters?
Bekijk het allemaal in "de mooiste moestuin" van Julila Voskuil

#5668