Resultaten Het Grote Vogelweekend

Het afgelopen weekend namen opnieuw tienduizenden Vlamingen een verrekijker bij de hand voor Het Grote Vogelweekend van Natuurpunt. Met meer dan 71.000 deelnemers kende dit grootste burgeronderzoek van Vlaanderen een recordeditie. De telling leverde niet alleen indrukwekkende cijfers op, maar ook boeiende inzichten in het leven van onze tuinvogels. Opvallend was de sterke opmars van de pimpelmees, die voor het eerst sinds jaren opnieuw de top drie haalde. Met de koolmees op nummer één, de pimpelmees die verrassend naar de tweede plaats stijgt, en de huismus op drie, laten deze tuinvogels zien hoe zichtbaar en talrijk ze in onze tuinen aanwezig zijn.Tijd dus om deze kleurrijke en levendige mezen van dichterbij te bekijken.

Koolmees (Parus major)

Meesjes zijn het hele jaar door in bijna iedere tuin te vinden, maar onze nestkasten worden het meest bewoond door kool- (Parus major) en pimpelmezen (Cyanistes caeruleus). In de recente telling van Het Grote Vogelweekend stond de koolmees op nummer 1, wat haar populariteit in tuinen nogmaals bevestigt.

De koolmees is de grootste van de twee, ongeveer 14 cm lang, en valt op door zijn opvallende kleuren: een zwarte kap over de ogen en wangen, die via een zwarte band over de felgele borst loopt. Vrouwtjes zijn meestal iets bleker gekleurd dan de mannetjes. Net als alle mezen zijn koolmezen echte acrobaten en houden ze van mezenbollen, pindanoten, zonnebloempitten en zelfs pindakaas. Voor dit bonte vogeltje is een nestkast met een invliegopening van 32 mm ideaal.

 

Pimpelmees (Cyanistes caeruleus)

De pimpelmees is iets kleiner dan de koolmees, ongeveer 12 cm, maar minstens zo slim en behendig. In de recente telling van Het Grote Vogelweekend stond hij op nummer 2, waarmee hij zijn sterke aanwezigheid in onze tuinen duidelijk toont. De telling bevestigt bovendien dat er dit jaar uitzonderlijk veel pimpelmezen zijn: ze arriveerden al in de herfst in West-Europa en Vlaanderen en blijven hier overwinteren. Omdat ze voldoende voedsel vinden, hoeven ze niet verder zuidwaarts te trekken. Het feit dat veel mensen tijdens de winter voeder aanbieden, helpt hen daarbij.

Net als de koolmees heeft de pimpelmees witte wangen, maar zijn kap en achterhoofd zijn blauw. De zwarte bef staat los van de gele borstband, en zijn ogen zijn omringd door een donkere oogstreep, waardoor het lijkt alsof dit kleine acrobatische vogeltje een charmant maskertje draagt. Aan de voedertafel of bij mezenbollen en pindanetjes wisselen pimpelmezen en koolmezen elkaar netjes af. Voor hun nest kiezen ze vaak een nestkast met een invliegopening van 32 mm, maar een kleinere opening van 28 mm is ideaal voor deze slimme tuinvogeltjes, omdat ze dan niet hoeven te wijken voor een dominant paartje koolmezen.

Zwarte mees (Periparus ater)

Een leuke tuingast is de zwarte mees, die meestal alleen in de winter op bezoek komt. Hoewel hij ongeveer even groot is als de pimpelmees, is hij iets gedrongener. Zijn opvallende kop heeft een zwarte kap en een brede zwarte hals; de wangvlekken zijn eerder grauwwit dan helder wit. Een belangrijk herkenningspunt, dat hem onderscheidt van bijvoorbeeld de matkop (Parus montanus), is de grauwwitte vlek op het achterhoofd in de zwarte kap.

De borst is zacht beige tot oranjebruin, en de vleugels hebben duidelijke bleke strepen. In tegenstelling tot kool- en pimpelmezen heeft hij geen zwarte borstband. Ook de zwarte mees kan broeden in een mezenkast met een invliegopening van 28 mm, maar hij blijft een stuk minder talrijk en opvallend dan de tuinvogels in de top 3. Vooral naaldbossen zijn zijn favoriete verblijfplaats, maar wie goed let, kan hem ook in de tuin zien.

Mat- of glanskop

De matkop (Parus montanus) is ongeveer even groot als de zwarte mees en heeft ook vergelijkbare kleuren. Net als bij de zwarte mees omvat de zwarte kap de ogen, en de smalle zwarte bef laat de wangen groter lijken, die mooi overlopen in de bleke beige tot lichtbruine borst zonder band. Dit kleine vogeltje is een holenbroeder en kiest soms een nestkast die normaal voor pimpelmezen bedoeld is.

Om het nog wat uitdagender te maken, heeft de matkop een bijna identieke tweelingsoort: de glanskop (Parus palustris). Het verschil? De glanskop heeft een iets kleinere zwarte bef of hals, en de zwarte kap glanst in theorie iets meer. Ook hun zang is duidelijk verschillend. Qua leefomgeving kiest de glanskop vooral voor gebieden met volwassen beuken, terwijl de matkop zowel naald- als loofbossen verkiest, vaak in combinatie met dicht struikgewas.

 

Staartmees (Aegithalos caudatus)

Een bijzondere verschijning is de staartmees (Aegithalos caudatus) – de kleinste tuinvogel met de langste staart. Staartmezen zijn razendsnel, luidruchtig en altijd in gezelschap. Ze bezoeken voederplaatsen meerdere keren per dag en zijn nooit alleen: ze vormen hechte groepjes waarin altijd op elkaar wordt gewacht. Samen uit, samen thuis!

Deze vogeltjes zijn zo’n 14 cm groot, waarvan de helft uit de staart bestaat. Hun verenkleed is een mix van zwart, wit en roze, met het zwart vooral op rug, vleugels en staart. De kleine kop heeft opvallende zwarte strepen, behalve bij de minder voorkomende noordelijke wintergast, de witkopstaartmees (Aegithalos caudatus caudatus).

Staartmezen broeden niet in nestkasten, maar bouwen bolvormige nesten van mos met een kleine zij-ingang. Deze pluizige bolletjes zijn zo uniek dat de staartmees een eigen familie vormt, los van de “echte mezen”.

Kuifmees (Lophophanus cristatus)

Tot slot nog een woordje over de kuifmees. Dit circa 12 cm grote vogeltje uit de naaldbossen is een prachtige verschijning, met een indrukwekkende zwarte kuif die overloopt in het fijn geschubde zwart-grijze voorhoofd. Zijn zwarte oogstreep en bijpassende bef vormen samen een elegante halsband, die de witte wangen en het achterhoofd mooi accentueert. Het gezichtsmasker is grijs, en de borst is zachtgrijs met een vleugje geelbruin richting de vleugelranden.

Wist je dat de kuifmees alleen in Europa voorkomt? Heb je een berkenboom in je tuin, dan is de kans groot dat deze schoonheid langs komt, want berkenhout is zacht genoeg voor het uithakken van een nest. Ook nestkasten worden soms door deze gekuifde charmante bezoeker gebruikt!