Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/groente_bonen

Tuinadvies

Toon alles uit: "Peulgewassen"

Bonen: (Phaseolus vulgaris)

Familie: Vlinderbloemige – Fabaceae
Andere gekende vlinderbloemigen zijn lupine, luzerne, klaver, soja, labboon,…

Oorsprong: bevinden zich in de 16de eeuw in Europa na invoer vanuit Zuid Amerika.

Soorten:
Er zijn verscheidene soorten en vormen, waaronder voor ons de meest bekende : stokslaboon, prinsessenboon, pronkboon, spekboon, kouseband, sperzieboon, …

Tip: kies voor draadloze soorten, deze geven minder werk nadien in de keuken voor verwerking! Soorten met draad zijn over ’t algemeen de oudere soorten.

Telen:
Zaden kunnen in potjes gezaaid worden vanaf midden april onder koud glas of anders ter plaatse in volle grond vanaf midden mei.
Nadeel van in potjes zaaien is dat de penwortel makkelijk door de potjes durft komen vooral bij turfpotjes. Beschadiging is dan ook niet gering, wat onherroepelijk leid tot algemene achterstand van de plant.

Zaai op een diepte van maximaal 4cm. En bevochtig de grond liefst een dag op voorhand.

Weet ook dat de grond warm genoeg moet zijn voor een vlotte kieming mogelijk te maken. 12°C is goed als bodemtemperatuur en 15°C als dagtemperatuur.

Je kan zaaien tot uiterlijk de 2de week van juli. Indien je wenst kan je met zwarte plastiek enkele weken op voorhand de bodem laten opwarmen.

Vooraleer we in volle grond beginnen zaaien hebben we de nodige opstellingen nodig, tenzij we kiezen voor de struikvormen natuurlijk. Voor de klimsoorten maken we best gebruik van staken (zie foto’s). Staken kunnen bestaan uit lange stokken hout of bamboe (van degelijke kwaliteit), of van een ijzeren pijp met een fietswiel voorzien van de nodige koorden waarop de bonen kunnen groeien en hechten. Staken kunnen makkelijk tot 3 meter lang zijn, al naargelang de gekozen soort. Maak hiervoor een bedding van 1 meter breed en zet de stokken verdeeld aan beide zijden schuin in de grond, verbind bovenaan met dwarsligger. Je kan met stevig koord de staken bovenaan extra vastsnoeren als je wil.
Let op : Staken zijn erg onderhevig aan windstoten daar zij veel wind vangen. Omvallen vermijden door extra koorden te spannen. (Zie foto in bijlage). Eens de staken gezet zijn, kunnen we starten met zaaien.
Zaai steeds in een halve cirkel aan de binnenkant van de staak, dit doen we speciaal voor de plant goed te laten hechten.(Bij het groeien komt de plant automatisch de staak tegen). Zelf zaai ik een 10 tal zaden verdeeld per halve cirkel.

Aanaarden gebeurd na de eerste bladvorming, opgelet voor wortelschade! De bonen hebben een oppervlakkig wortelgestel.

Meststoffen hoeven niet gegeven te worden, de bonen brengen zelf stikstof in de grond. (Gezien we de normale compostgiften van de groentetuin naleven).
Wanneer teveel stikstof word gegeven kunnen zouten zich gaan ophopen in de bodem wat wortellekkage en verbranding kan geven.
Voorzie voren voor watergiften, en mulching kan dan ook toegepast worden.
Verder moet er gewied worden om het bed onkruidvrij te houden.
Zaai geen bonen dicht bij gewassen als erwt, venkel en alliums (ui, knoflook,enz…).

De boon hoort thuis op het bed van de peulgewassen en de teeltwissel van minstens 1 op 4 jaar moet gehandhaafd worden.

 

Oogsten: voorzie steeds struikvormen deze geven veel vroeger peultjes maar minder productie. Verder voor staken heb je zowel vroege als latere soorten, wat op zich mooi is om een gespreide oogst te realiseren.

Uit de mooie bloemwijze die alle kleuren kan hebben, komt dan de boon tevoorschijn die onderaan soms al plukklare bonen hebben met aan de top nog te vormen bonen. Daarom steeds voorzichtig de boon van de stengel halen ! (zie foto in bijlage).

Weetje: 1 pakje zaad van staakbonen 70 gr. Geeft al snel 20 kilo boontjes. Voor struikbonen is dit echter maar de helft!

 

Zaden: meestal kan zaad gewonnen worden van eigen planten. Laat hiervoor de laatste peulen afharden, en verwijder na verharding van de peul de zaden voor volgend jaar. Let wel op bij aanplant van verscheidene soorten, hier kan kruisbestuiving voorkomen. De planten op zich zijn zelfbestuivend.

Tip: ontsmet zaad steeds van eigen winning door een warmtebad te geven! Leg hiervoor de zaden enkele uren in water 30°C, en dompel ze na spoeling in een bad van 50°C gedurende een tiental minuten! Warmere baden geven schade aan de kiem, dus opgelet.

Gebruik geen gerimpeld, gevlekt of beschimmeld zaad.
De kiemkracht is maximaal 2 jaar.

 

Gewas: na de teelt mag het gewas op de composthoop indien deze vrij is van enige schimmels of virussen !

 

 

Ziektes en plagen:

  • dierlijke belagers: bonenvlieg, bonenluis, konijnenvraat, bonenkever, spint, slakken (naakt).
  • schimmels waaronder: Botrytis cinerea, bonenvlekkenziekte, Sclerotiniarot.
  • Virus waaronder: mozaïekvirussen.
  • Bacteriën waaronder: vetvlekkenziekte.

 

Weetje:
stikstofbinding
: gebeurd door symbiose van bacteriën met de plant die de mogelijkheid geeft om deze vanuit de lucht te binden. De stikstof wordt dan opgeslagen in kleine knobbeltjes (roze), die zich op de wortels vasthechten.
Tip
: Deze stikstof kan benut worden voor een volgend gewas als er binnen enkele maanden terug wordt geplant.

 

Keuken:
Hier hoeft weinig over gezegd, verscheidene bereidingen kunnen toegepast worden. Zowel in slaatjes, als soep, of gewoon als groente, enz.

Je kan ze inmaken of blancheren voor enkele minuten en daarna invriezen. Toch niets is zo lekker dan een verse boon.

Weet dat bonen een hoog eiwitgehalte hebben, dit kan makkelijk zijn voor mensen die vegetarisch eten.


#116

Auteur: Maurice Claes