Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/tuinvrienden/forum/22/cs-reisverhalen/21477/avonturen-uit-den-vreemde-door-ons-leden

menu
Tuinadvies
0

Avonturen uit den vreemde door ons leden

Ga naar meest recente reactie

Alain1

Hallo,

in deze vastgepinde Topic kan je reisverhalen lezen omtrent enkele avontuurlijke reizen door onze leden.
De verhalen gaan natuurlijk omtrent onze hobby : Cactussen en andere Succulenten.

De topic is vastgepind en de teksten worden door mij gebundeld, kwestie van een vlot verslag en lezing.

Indien opmerkingen kan je me steeds mailen.

Groeten Alain1

donderdag 27 november 2008 - 14:24

Alain1

Het betreft hier een verhaal van onze avonturier Alain Buffel (AlainFSD), die in 2006 het Zuiden van Ethiopië bezocht.
Er zijn ruwe, harde beelden bij ... maar dat is nu eenmaal de realiteit aldaar.
Soms door ons, Westerlingen, moeilijk te aanvaarden maar bekijk of lees het eens vanuit een ander standpunt.

Een indringend maar heel realistisch verhaal.

Getilteld door Alain Buffel :
VOLWASSENWORDINGSRITUS IN EEN HAMAR DORP (ETHIOPIE) EN DE FLORA IN DE NABIJE OMGEVING

Het is 29 oktober 2006 en we zijn op weg naar het uiterste zuiden van Ethiopië, zuidelijk Ethiopië is stammengebied waar de diverse etnieën er elk hun eigen taal, traditie en geloofsbeleving op na houden. Om het stadje Turmi te kunnen bereiken moeten we eerst een op deze tijd van het jaar bijna onmogelijke hindernis overwinnen, de oversteek van de Peka Kecke-Keskee rivier. Meestal bestaat deze uit een zanderige uitgedroogde rivierbedding maar na de hevige regens van de afgelopen weken is de rivier veranderd in een behoorlijk snel stromend waterbekken. We staan dan ook twijfelend met heel de bende aan de oever van de Peka Kecke-Keskee :
[afbeelding verwijderd niet-https]
De Isuzu vrachtwagen die ons eerder die dag was voorbijgereden is het alvast minder goed vergaan, ondanks de hulp van een bulldozer die in de nabijheid werd ingezet bij wegenwerken blijft de vrachtwagen onwrikbaar vastzitten in het stromende water :
[afbeelding verwijderd niet-https]
We besluiten het er met onze beide Landcruisers op te wagen omdat we in geval van nood elkaar nog uit het water kunnen winchen. We raken zonder noemenswaardige problemen aan de overkant :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Na een vermoeiende dag bereiken we onze kampeerplaats en gaan na het opzetten van onze tenten vroeg slapen.
De volgende morgen verkiest een deel van de groep een uitstap te maken naar de markt van Turmi. Omdat ik vind dat ik al voldoende prullaria en souvenirs in mijn rugzak heb zitten vraag ik aan de medereizigers of ze er een probleem mee hebben als ik de omgeving ga verkennen om er de plaatselijke flora te gaan bekijken. We zijn hier immers in wat bekend staat als de Omo delta vallei, het is er vruchtbaar en groen en bovendien de habitat van enkele zeer bijzondere succulenten. Een aantal groepsleden verkiest om met mij mee te gaan en we spreken af elkaar terug te zien op de kampplaats voor het middageten.
We zijn hier in Hamar gebied, van alle zuidelijk Ethiopische stammen vind ik deze ondanks hun soms zeer extreme tradities een heel open, vriendelijk en erg nieuwsgierig volk. Luttele minuten nadat ik een deel van onze groep op sleeptouw heb genomen verschijnen de eerste Hamar vrouwen die nieuwsgierig elk van onze bewegingen volgen :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Typerend voor deze stam zijn de kleurrijke versierselen waarmee zowel mannen als vrouwen zich plegen te tooien. Nog typerender is het mengsel van vet (bijenwas ?) en rode aarde waarmee de vrouwen hun haartooi tot een soort dunne gelijkvormige dreadlocks omtoveren.
De Hamar vrouwen maken ons met gebaren duidelijk dat ze met ons hand in hand willen wandelen. Ongelovig staren wij deze mooie mensen aan tot mijn vriendin zegt dat we nu maar eens moeten doen wat die mensen van ons willen en de volgende tijd lopen we dus allemaal met Hamar dames aan de hand, ik kan me ergere dingen in deze wereld inbeelden :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Deze streek is erg rijk aan succulenten en andere flora, een echte hotspot aan verscheidenheid en al snel zie ik diverse Aloë soorten evenals Sansevieria’s kriskras door elkaar staan:
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
En dan sta ik plots te kijken naar iets dat ik hier helemaal niet verwacht, een eerste, bijna uitgebloeid exemplaar van een mij onbekende Ammocharis soort :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Mijn reisgenoten zien duidelijk de verbazing op mijn gezicht en vragen me met een uitdagende grijns welke plant het hier dan wel precies mag betreffen. Koortsachtig zoek ik naar aanknopingspunten in mijn geheugen. Ik vertel hen dat ik een vrij grote knol onder de grond vermoed en dat het hier ongetwijfeld een Ammarilis-achtige plant betreft. Ik meen me immers te herinneren vele jaren terug gelijkaardige planten veel zuidelijker in Afrika te hebben gezien terwijl ik eigenlijk een Crinum in gedachten heb. Inmiddels zijn we bij enkele exemplaren aangekomen die in volle bloei staan, schitterende planten :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Wanneer ik enkele meters verder neerkniel bij een exemplaar dat met zaadbessen staat te pronken en die bij nazicht helaas onrijp blijken te zijn
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
is inmiddels het halve dorp toegestroomd en maakt er iemand aanstalten om een jong stamlid aan te manen een oude vrouw te halen (stamoverste ?) die blijkbaar geamuseerd is door mijn interesse voor deze plant. Verdere communicatie is helaas onmogelijk maar ze haalt er een primitief graafwerktuig bij (het leek mij meer een stamper om maniok mee te pletten) en begint zowaar de erg diep zittende knol uit te graven om ze met een brede glimlach aan mij te geven. Ik sta perplex en neem na een stamelend ‘thank you’ de plant in ontvangst. Of hoe deze exoot uiteindelijk geheel onverwacht in mijn eigen verwarmde kas is beland . . .
[afbeelding verwijderd niet-https]
Zo dat was weer eens een ander verhaaltje om deze donkere winterdagen door te komen.

Enkele feiten tot slot :
Het geslacht geslacht Crinum werd in 1737 door Linnaeus opgericht naar aanleiding van een studie van planten in de tuin van een Nederlander die zich enkele rariteiten had aangeschaft (Hortus Cliffortianus), waarbij Crinum een vervorming is van het Griekse woord voor komeetstaart (Krinos).

De door mij getoonde plant werd voor het eerst beschreven als Crinum tinneana door Kotchy en Peyritsch in 1867. Omdat de bladstand duidelijk afwijkt van de andere Crinums werd deze plant overgedragen naar het geslacht Ammocharis door Milne-Redhead en Schweickert in 1939. De eerste Ammocharis soort werd in Sudan verzameld door Tinné. Ammocharis tinneana wordt heel weinig in cultuur gehouden omdat die ex-habitat erg moeilijk aan de bloei te krijgen is (mijn exemplaar vertoont tweemaal per kalenderjaar een aantal groene bladeren die daarna terug verdrogen zonder bloemvorming. In habitat bloeien de planten er tweemaal per jaar na de regenperiode in april en oktober.
Voor de Google Earth adepten, dit zijn de coördinaten van mijn Waypoint 104 waar alle getoonde foto’s werden genomen : 04°58’39.0”N 36°30’58.8”E op een hoogte van 1030 meter.
Een snelle google sessie heeft me geleerd dat de meer algemeen voorkomende Ammocharis knollen gemakkelijk voor 50 £ of nog hogere bedragen worden verhandeld in Europa. Het lijkt me dan ook dat ik eigenlijk per ongeluk een juweeltje in mijn verzameling heb gekregen, dank u wel wijze vrouw van de Hamar stam.


Geraadpleegde literatuur :

- Flowers of Ethiopia and Eritrea (2003) Sebsebe Demissew, Inger Nordal & Odd Stabbetorp
- Namaqualand, a succulent desert (1999) Richard Cowling en Shirley Pierce
- Fynbos, South Africa’s unique floral kingdom (1995) Richard Cowling en Dave Richardson


Ik heb zopas mijn verhaal geschreven, het vervolg op mijn vorige artikeltje over onze belevenissen in Hamar gebied in zuidelijk Ethiopië.
Omdat het al bij al een nogal lang verhaal is geworden met 47 foto\\\\\\\\\\\\\\\'s heb ik het in episodes geknipt om het aldus leesbaarder te houden en gemakkelijker te kunnen posten :

Episode 1 :


Ik neem de draad weer op waar ik mijn vorig bericht had geëindigd. We bevinden ons dus nog steeds in Hamar land nabij Turmi in zuidelijk Ethiopië. Wanneer ik als de gelukkige bezitter van een Ammocharis tinneana verder de omgeving afspeur zie ik diverse kleine en grote Euphorbia’s van het medusatype,
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
deze mij onbekende soort staat bovendien in volle bloei met kleine kanariegele cyatha :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Na het einde van de reis neem ik via persoonlijke mails contact op met Volker Buddensiek en de Nederlander Rikus van Veldhuisen, beiden autoriteiten op gebied van succulente Euphorbia’s. Na wat heen en weer geschrijf en vergelijken van materiaal is het laatsgenoemde die me in de juiste richting stuurt door me Lavranos 18582 te suggereren en deze variabele soort voldoet als ik ze naast mijn foto’s hou, het is een vorm van Euphorbia septentrionales, een soort die gekend is uit het nabije Kenia.

Een maaltijd in dit grote land is geen vanzelfsprekendheid en een restaurant of snackbar is al helemaal onbestaande in het diepe zuiden. We zijn inmiddels bijna drie weken op reis en de dagelijkse droge koeken met smeerkaas of corned beef beginnen bij iedereen te vervelen. Omdat mijn vriendin haar verjaardag eraan komt stel ik voor om onze groep (14 koppen sterk) een feestmaal aan te bieden. We besluiten een paar geiten te kopen op de lokale markt en die ’s avonds gezamenlijk te verorberen. Iedereen is meteen enthousiast maar dat kan verkeren ...
Wanneer enkele uren later blijkt dat de slager met twee levende geiten naar onze kampeerplaats komt blijken het plots lieve aaibare en fluffy neerhofdieren te zijn geworden :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Wanneer de man die lieve beestjes dan ook eens voor een ‘live’ publiek de keel oversnijdt en ze ter plaatse begint te villen en in stukken te snijden blijkt de helft van ons gezelschap plotsklaps vegetariër te zijn geworden.
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Vooral enkele dames maken bezwaar, geen enkel probleem maar dan wordt het voor hen en nog enkele anderen weer beschuit met een driehoekje ‘la vache qui rit’ vanavond. Mijn vriendin die opgroeide op de boerderij van haar ouders probeert nog te bemiddelen door uit te leggen dat dieren nu eenmaal zo lang mogelijk in leven moeten worden gehouden omdat na de slacht vlees bij deze temperaturen snel kan bederven. De vraag waar het stukje varkensvlees, in de supermarkt mooi verpakt in piepschuim en cellofaan, dan wel vandaan mag komen doet toch nog enkelen bijdraaien. Tijdens de slacht kijkt de slager ons vragend aan wanneer enkele plaatselijke bewoners hun deel van de het vlees komen vragen. Dit zijn de dames met wie we eerder hand in hand hebben gewandeld en we knikken instemmend naar de slager.
Een plaatselijke jongeman die bovendien ook nog Engels praat biedt ons zijn diensten als kok aan en bereidt ons een lekker stoofpotje van geitenvlees.
Een lokale jongeling probeert het hart van mijn vriendin te veroveren :
[afbeelding verwijderd niet-https]
Wanneer de enige andere roodharige reisgezel, ‘Kiwi-Sue’, een Nieuw Zeelandse dame ook speciale aandacht geniet weten we dat deze gasten waarschijnlijk voor het eerst roodharigen zien.
Na de maaltijd worden alle remmen losgelaten wanneer op geheel traditionele Vlaamse wijze iedereen gezellig samen aan de drank geraakt en waarbij de ene al wat vlugger sneuvelt dan de andere . . .
[afbeelding verwijderd niet-https]
Tijdens het klaarmaken van onze maaltijd was de plaatselijke kok ons komen vertellen dat er de volgende dag in zijn dorp een ‘bull jump’ zal worden gehouden en dat hij mits enig aandringen bij de dorpsoversten er misschien wel zou kunnen voor zorgen dat we dit bij hoge uitzondering zouden mogen bijwonen. Dit uiteraard mits een financiële dotatie aan de dorpsouderen vanwege onze bende. Omdat ik toevallig enkele dagen voor onze afreis naar Ethiopië op de Britse televisie de aflevering heb gezien waarbij Bruce Parry in de documentaire BBC reeks ‘Tribe’ een Hamar stam bezoekt en er deze overgangsritus van jongen naar man meemaakt weet ik ongeveer wat ons te wachten staat. De financiële kant van de zaak wordt afgerond.
Na het ontwaken met een kater tengevolge het feest en een ontbijt bij het ochtendkrieken
[afbeelding verwijderd niet-https]
vertrekken we met de Landcruisers naar het dorp van onze gelegenheidskok. We worden na een lange rit gevraagd de kok te volgen voor een wandeling naar zijn dorp.
Einde episode 1

Begin episode 2

Onmiddellijk valt mij opnieuw de rijke flora op in de wijde omgeving, diverse Euphorbia’s, Aloë’s, Sansevieria’s, Adeniums, Adenia’s en andere succulenten zover het oog reiken kan :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Op enige afstand van het eigenlijke dorp worden de voorbereidingen getroffen voor het overgangsfeest dat op til is. De mannen, gewapend met takken en twijgen verschijnen het eerst op het toneel :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Onmiddellijk gevolgd door de jonge vrouwen, allen familie van de jongeman die later zal overgaan naar het volle wasdom als krijger van zijn stam. De meisjes hebben allen een kleine koperen toeter bij :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Dit alles wordt door ons en de kinderen van het dorp van op een veilige afstand tussen struiken en Sansevieria’s gevolgd:
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Einde episode 2

Begin episode 3

Voor gevoelige lezers is dit bericht absoluut te mijden !

Het eigenlijke ritueel begint wanneer de vrouwen uitdagend voor de mannen beginnen te springen. Allen hebben hun rug ontbloot en nu beginnen ze met hun toeters een vreselijk kabaal te maken. Ze gaan van man tot man die allen gewapend met hun twijgen eerst achteruit deinzen. Plots volgt met een striemende knal de eerste zweepslag met een twijg op een ontblote vrouwenrug. . . de vrouwen lijken nu echt in extase te raken en verdringen elkaar voor de man die de eerste klap heeft uitgedeeld. Een huivering gaat door ons gezelschap. Een tweede klap valt en daarna volgen er nog een hele reeks.
[afbeelding verwijderd niet-https]
De meisjes lijken de mannen op te hitsen en bedelen om meer en hardere slagen. Oudere vrouwen halen er de al te gretige jongedames tussenuit omdat hun rug inmiddels helemaal kapot geslagen is. Ik huiver en voel me een voyeur wanneer ik besluit de rest van de vertoning toch te registreren met mijn fototoestel. Het bloederig spektakel houdt na een tiental minuten op maar sommige meisjesruggen zien er inmiddels niet meer uit :
[afbeelding verwijderd niet-https]
In groep en nog steeds in trance trekken de vrouwen al dansend naar hun dorp
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
terwijl de mannen nog wat lijken na te praten over de geleverde prestatie
[afbeelding verwijderd niet-https]
In het dorp is inmiddels een dansfeest uitgebroken dat nog uren zal duren
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Oudere vrouwen smeren inmiddels de ruggen in van de geslagen meisjes met een mengsel van honing en houtskool omdat dit naast een snellere genezing ook duidelijker littekens zou nalaten :
[afbeelding verwijderd niet-https]

Einde episode 3


Begin episode 4

Inmiddels wordt het eigenlijke feestvarken door de mannen van zijn kledij ontdaan om zich voor te bereiden op wat hem te wachten staat
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
In de mannengroep worden de gezichten van de stamleden met stippen en kleuren versierd.
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Ook onze half verwesterde kok wordt als laatste onderhanden genomen om als het ware duidelijk te maken dat hij nog steeds tot de stam behoort
[afbeelding verwijderd niet-https]
Ikzelf wandel rond het kleine dorp op zoek naar succulenten; de Adenia’s en Adeniums zijn hier ronduit indrukwekkend, met of zonder begeleidende regenboog :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]


Dit is het ware paradijs voor een succulenten-liefhebber.

Einde episode 4

Begin episode 5

Inmiddels zijn de kinderen van het dorp erop uitgestuurd om het vee te verzamelen op een open plek even buiten het dorp
[afbeelding verwijderd niet-https]
Waarna de kandidaat springer de dieren keurt en er een zestal uithaalt.
[afbeelding verwijderd niet-https]
Deze dieren worden door z’n dorpsgenoten naast elkaar uitgelijnd en in bedwang gehouden.
[afbeelding verwijderd niet-https]
De jongedames die het feest eerder op de dag openden lopen nu al zingend en dansend rond de runderen
[afbeelding verwijderd niet-https]
De spanning stijgt en onder luid gejoel neemt de springer zijn aanloop en springt een eerste keer op de ruggen van de dieren en wankelt van rug op rug om er aan de andere kant terug af te springen
[afbeelding verwijderd niet-https]
Luid aangemoedigd door zijn dorpsgenoten moet hij dat nog drie keer herhalen :
[afbeelding verwijderd niet-https]
[afbeelding verwijderd niet-https]
Nadat hij zijn opdracht tot een goed einde heeft gebracht wordt hij voor drie dagen het dorp uitgejaagd. Wanneer hij dit weet te overleven komt hij als volwassen man terug naar zijn dorp waar hij zich enkele stukken vee mag uitkiezen en een gezin stichten.


Wanneer ik de laatste dag van onze reis samen met enkele medereizigers in Addis Abeba naar het nationaal historisch museum trek omdat we er persé het skelet van oermens Lucy willen zien krijg ik er een eerste aanzet die ons westerlingen een mogelijk inzicht kan geven in het rare ritueel waarvan we de bevoorrechte getuigen zijn van geweest.
Om dit te kunnen uitleggen even dit :
Ethiopië is een reusachtig land waar drie grote culturen elkaar raken; die waar wij het meest mee vertrouwd zijn is het orthodox christelijke noorden daarnaast is er ook het overwegend islamitische oosten met Harar als centrum. Tot slot is er het animistische zwarte stammengebied in het zuiden.
Uiteraard is dit slechts een vrij simplistische voorstelling van het ingewikkelde land met zijn acht min of meer autonome deelstaten en talloze talen en culturen.
De hoofdstad Addis Abeba is een smeltkroes van dit alles en groeide uit tot een miljoenenstad met meer inwoners dan België. Veel leden van de zuidelijke stammen trekken naar deze metropool in de hoop er een beter bestaan op te bouwen. Helaas met desastreus resultaat, niemand praat er hun taal en de officiële taal, het Amhaars is qua schrift een soort kruising tussen hiërogliefen en rhunetekens waar ook zij niets vzn kunnen maken. Ze belanden er in het beste geval in troosteloze sloppenwijken of indien erger in de prostitutie en/of het misdaadmilieu. Telkenmale de officiële autoriteiten een inventaris proberen te maken van die stammen blijkt helaas dat elk volk weer minder leden telt door het harde leven en de migratie naar Addis.

Ethiopië komt geregeld in het nieuws met verhalen over hongersnood en/of twisten met hun buurlanden. De meest recente zijn de oorlogen met het noordelijke deel dat zich later van het moederland afscheidde tot het onafhankelijke Eritrea. Recentelijk vecht het Ethiopische regeringsleger mee in buurland Somalië. Men dient ook te weten dat ondanks een jarenlange bezetting door Italië , Ethiopië zowat het enige Afrikaanse land is dat nooit gekolonialiseerd is geworden en dat alle inheemse volkeren daar een zekere fierheid hebben aan overgehouden.

In dit kader is wat we bij de Hamar te zien krijgen aldus verklaarbaar :

In Ethiopië is men nooit zeker om het volgende jaar te overleven vanwege de erg moeilijke levensomstandigheden.
De vrouwelijke familie van de jongeman die op het punt staat volwassene te worden laten zich slaan omdat naast de pijn de lidtekens hen ook een familiale status bezorgen.
Wanneer de levensomstandigheden extreem moeilijk worden moeten die lidtekens er die man aan herinneren hoe hard de dames zijn geweest en welke opofferingen ze zich hebben getroost ter zijner ere zodat hij er te allen tijde dient voor te zorgen dat zij die offers brachten de eersten zijn die door hem gesteund en gevoed zullen worden in hun strijd om te overleven.

De door mij genoemde Bruce Parry is documentairemaker voor de BBC en verblijft in de reeks Tribe onder andere bij de Hamar en neemt er zelf deel aan de initiatie rite van de stam,
Om dit te bekijken klik op de link hieronder :

http://nl.youtube.com/watch?v=eEbibwjm3eI

Geraadpleegde literatuur :

Euphorbia journal volume III pagina 129
Euphorbia journal volume VI pagina 64
Euphorbia journal volume VII pagina 54
Euphorbia world volume II N° 2 (augustus 2006) in het artikel van R.van Veldhuisen over Euphorbia subgenus Euphorbia section Triacanthium Jacobsen.
Ethiopia & Eritrea; Lonely Planet, 2nd edition
Persoonlijke mails zoals gemeld in mijn verhaal hierboven.

Alle getoonde foto’ s werden genomen met volgende camera’s :
Sony H-1
Nikon D 200

Mvg,
Alain

Einde


donderdag 27 november 2008 - 14:34

Alain1

Het betreft hier een 2de verhaal van Alain Buffel die in 2004 Chili bezocht.

Spectaculaire beelden betreffende het landschap aldaar met zijn purperen woestijn,Tristerix aphyllens, Copiapoa in vol ornaat, Euphorbia, ... lezen maar.

De reportage werd getiteld door avonturier Buffel :
Over maretak, ondergrondse knollen, purperen regen en gouden balllen, ... een alternatief Chileens Kerstverhaal.


Het kerstseizoen komt eraan en om min of meer in de stemming te blijven wil ik het hier graag even hebben over een deel van mijn Chili reis uit het najaar van 2004.

Het eigenlijke verhaal begint aan de bar van de Duinse Polders in Blankenberge tijdens de ELK van 2003. Ik sta er een biertje te drinken met Marlon Machado, een Braziliaanse jongeman die zich aan het voorbereiden is op zijn studies plantenkunde in Zurich, Zwitserland en een vage Brits/Nederlandse kennis die luistert naar de naam Paul Klaassen. Naar mate het bier vloeit worden de verhalen avontuurlijker en de anecdotes straffer . Ik vertel er hen onder andere over mijn maandlange trektocht met rugzak doorheen Cuba op zoek naar Melocactussen eerder dat jaar.

Blijkbaar is daar toch wat van blijven hangen want enkele weken later krijg ik een mail van Paul Klaassen (PK) waarbij hij me uitnodigt om samen met hem en enkele vrienden erop uit te trekken naar de Atacama woestijn in Chili eind 2004. Ik vraag 24 uur bedenktijd en zeg toe. We spreken af om na het boeken van onze vlucht de details te bespreken tijdens de ELK van 2004, enkele weken voor onze afreis naar Santiago de Chile. Tussen pot en pint schuiven twee andere Nederlanders een stoel bij. Marijke (MH) en Bart Henschel (BH), deze twee heel lieve mensen vertellen ons dat onze en hun reisdata elkaar gedeeltelijk overlappen en ze vragen of ze een stukje kunnen meereizen tijdens het Chili avontuur. Geen bezwaar, we spreken af elkaar te ontmoeten rond half oktober in het mijn- en havenstadje Taltal.

Paul vraagt me ook wat ik in elk geval zou willen zien tijdens deze reis. Wetende dat PK een groot Copiapoa liefhebber is besef ik dat ik hem op dat terrein onmogelijk kan overtroeven en half grappend vertel ik hem dat ik heel graag cactusvogellijm zou willen zien en de legendarische Euphorbia copiapina (ik ben al heel lang een Euphorbia liefhebber en wens dit niet te verloochenen in functie van wat toch hoofdzakelijk een Copiapoa reis zal worden) . Omdat PK niet vertrouwd is met het woord vogellijm, vertel ik hem dat dit het Vlaamse woord is voor maretak, aka mistletoe. Grijnzend zegt hij dat deze beruchte Tristerix aphyllus alomtegenwoordig is op Tricocereus chilensis (nu Echinopsis chilensis) maar dat ik zonder precieze gps locatie nooit of te nimmer Euphorbia copiapina’s zal kunnen vinden.

Half teleurgesteld zeg ik hem dat Frank Vincent’s Euphorbia site gewag maakt van ‘sanddunes around the city of Copiapo’. PK heeft er geen goed oog in en verklaart deze omschrijving als ruim onvoldoende vanwege de enorme hoeveelheid duinen rond betreffende stad. Geen nood, ik weet immers dat ons een fantastische tijd staat te wachten in de droogste woestijn op aarde. De Atacama wordt immers ‘El desierto del desiertos’ genoemd.

PK en een oudere Britse vrouw, Anne Adams (AA) vertrekken uit Londen, Heathrow in de namiddag op 30 september terwijl ik ongeduldig sta te popelen aan de incheckbalie van de luchthaven in Brussel. Eerder die dag werd immers voor het eerst in de vaderlandse geschiedenis Brussels Airport volledig platgelegd omdat er werd beslist dat het Europese HQ van de pakjesdienst DHL zou verhuizen van Brussel naar Duitsland, DHL is op dat moment al een poos een dochterbedrijf van Deutsche Post dus die verhuis was al bij al nogal voorspelbaar ondanks de politieke commotie daarover in ons land.

Gelukkig wordt in de late namiddag de staking beëindigd en aldus ontmoeten we elkaar bij het inchecken na overstap in de luchthaven van Frankfurt A.M.

Wanneer we in Chili zijn aangekomen rijden we met onze huurauto vanaf Santiago naar het noorden. Het wordt er steeds droger en reeds op dag twee zie ik er voor het eerst Tristerix aphyllus welig tieren op een Tricocereus chilensis wanneer ik even mijn benen strek terwijl PK onze wagen voltankt, we zijn nu op weg van Pichidangui naar Vallenar.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Deze parasiet is hier in zijn vruchtstadium te zien en dat betekent dat de met bessen bezaaide Trichocereus gedoemd is om de Tristerix aphyllus in zijn meterslange lijf te gedogen.

Parasieten komen wel meer in de plantenwereld voor, maar deze Tristerix is echt een buitenbeentje, al was het maar omdat cactussen zo goed als immuun zijn voor plantaardige parasieten, niet zo met dit creatuur. Wanneer een zaadje van Tristerix aphillus op een T. chilensis kiemt breekt deze met zijn wortel door de epidermis van deze Trichocereus. Het wortelgestel van de parasiet wordt vanwege zijn specialisatie ook wel een haustorium genoemd.

(Het ons allen bekende meeldouw heeft ook zo’n haustorium waarmee het zijn voedsel ontrekt aan de bladeren van zijn gastheer.)

Wanneer dit haustorium erin slaagt om zich door de toch vrij taaie cactushuid te boren komt die in contact met het vlezige binnenweefsel van het slachtoffer. Omdat het zachte weefsel weinig tot geen weerstand biedt spreidt het haustorium zich moeiteloos uit tot het bij de vaatbundels van de plant is aanbeland.

Wanneer een parasiet er niet in slaagt om deze vasculaire kanalen te bereiken zal ze sterven omdat ze slechts waterige cellen vindt zonder voedzame suikers . De parasiet sterft dan door uithongering.

Niet zo met Tristerix aphyllus uit de familie van de Loranthaceae. Deze vindt zijn weg binnenin tot op de vaatbundels. Het haustorium heeft als eigenschap steeds naar de donkerste plek te groeien wat hem zonder uitzondering richting cactus leidt en niet zomaar in alle richtingen zodat geen nodeloze energie verloren wordt.

Wanneer het haustorium tenslotte de cortex van zijn gastheer bereikt gebeurt er iets eigenaardigs. De parasiet sterft ogenschijnlijk. Het is een parasiet en had dus nooit de mogelijkheid om na kieming tot een volwaardige plant uit te groeien zonder gebruik te maken van zijn gastheer. Het enige dat het kon doen en ook deed was een aantal van die haustorium cellen in de cactuscortex zien ‘te smokkelen’. Dan verandert de parasiet van tactiek. De paar cellen die ze in de cortex wist te brengen beginnen zich te vermenigvuldigen en zo wordt een netwerk van cellen gevormd in de Tricocereus tot deze de suikerrijke vasculaire bundels bereiken. Nu de Tristerix cellen voedsel hebben aangeboord beginnen ze exponentieel te groeien in de gastheer. Dit doet ze zo voortreffelijk dat de cactus geen weerstand biedt en er nooit verkurking of een andere vorm van necrose werd vastgesteld bij onderzoek van aangetaste planten. Na de exponentiële groei komen de cellen voor hetzelfde probleem te staan als bij de weg naar binnen. Wanneer de haustoriumcellen aan de binnenzijde van de cactus tegen het epidermis beginnen te drukken vormen ze er zich om tot een klonterig bundeltje cellen ter grootte van een erwt. Deze ‘erwt’ verhoogt de druk tegen de cactushuid door te groeien tot ze er uiteindelijk doorheen weet te breken. Nu breken de bloemen van de parasiet doorheen deze openingen in de cactushuid en begint zo aan haar bloei. Vogels worden aangetrokken door de bloemen, bevruchten deze, eten van de vruchten en verspreiden deze zaden na doortocht door hun darmstelsel op een volgend slachtoffer dat op zijn beurt wordt geïnfecteerd. Na de bloei en de vruchtzetting sterft het uitwendige deel van Tristerix aphyllus af terwijl het inwendige deel overleeft en zich voorbereidt op een volgende cyclus. Er wordt verondersteld dat de parasiet zijn uitwendige deel laat afsterven omdat door verdamping de gastheer te veel energie zou verliezen en dat door het laten afsterven van dat uitwendige deel de Tricocereus chilensis voor uitdroging wordt behoed. Wanneer de gastheer sterft pleegt een parasiet immers zelfmoord. Bij erg milde en vochtige zomers werd wel vastgesteld dat Tristerix soms zijn externe delen behield. Inmiddels mag ook blijken dat de meeste Trichocereusen hier erg gezond zijn en er zelf enkelen staan te pronken met bloemen

[afbeelding verwijderd niet-https]

Het is pas veel later, tijdens onze terugreis richting zuiden wanneer we rond Huasco op zoek gaan naar een toendertijd pas beschreven nieuwe Copiapoa soort dat we oog in oog komen te staan met net in knop gekomen, bloeiende evenals tegelijk bloemen en vruchtendragende Tristerix aphyllus exemplaren.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Episode 2:

Wat ons meteen opvalt wanneer PK en ikzelf om beurt met onze trouwe Toyota hilux langs de Panamerica snelweg razen is dat de Atacama dit jaar erg veel vocht lijkt te hebben ontvangen.

Wanneer we op weg zijn van Vallenar naar Chanaral gooien we net buiten de stad Copiapo nogmaals onze benzinetank vol. We lachen er om het reclamebord dat er in raar Engels vertelt dat niets onmogelijk is. ‘Impossible is nothing’ wordt ons motto tijdens deze reis maar blijkt later ook de officiële advertentie campagne van Adidas te zijn geworden.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Terwijl ik naast het tankstation even verpoos met AA en PK bij een ijsje en een frisdrank

[afbeelding verwijderd niet-https]

probeert PK mij nogmaals duidelijk te maken hoe belachelijk mijn informatie is betreffende de vindplaats van Euphorbia copiapina. Inderdaad, de stad lijkt omzoomd door heel hoge zandduinen, zover het oog reiken kan :

[afbeelding verwijderd niet-https]

Eerder die dag, tussen Vallenar en Copiapo, had ik dikwijls de ruitenwissers van onze Toyota hilux moeten opzetten vanwege het miezerige weer, nu eens motregen, dan weer een mistbank verhinderen ons om voluit te gaan. AA die op de achterbank zit te doezelen schrikt wakker wanneer ik plots rem en met mijn elleboog PK aanpor die naast mij zit. Ik gebaar met een hoofdbeweging naar rechts en ook hij schiet meteen wakker wanneer hij ziet wat ik aanwijs. Voor onze eigenste ogen verandert een bruine kale heuvel naast de snelweg in een oogverblindend purperen bloementapijt. Miljoenen Calandrinia’s uit de Posteleinfamilie openen tegelijk hun purperen bloemen. PK vertelt me dat we de vorige avond waarschijnlijk net dat glaasje teveel Chileense Chardonnay hebben achterover geslagen. Wanneer hij ‘pull over man’ roept ga ik nogmaals in de rem en parkeer onze wagen op de pechstrook naast de snelweg.

PK, altijd bereid tot een woordspeling en een witz, zegt me nadat we minutenlang naar dit fenomeen hebben gestaard dat hij nu begrijpt waar Jimi Hendrickx zijn inspiratie heeft gehaald voor zijn lied ‘Purple haze’.

Mijn wederwoord is dat gezien de natte weersomstandigheden dit mij meer doet denken aan de klassieker van Prince, namelijk ‘Purple rain’

Kibbelend als overjaarse pubers, lopen we de heuvel op om dit van dichterbij te gaan bekijken.

Later leren we in Taltal van een Amerikaanse botanicus met internationale faam, die dit fenomeen met zijn privé-vliegtuig is komen onderzoeken ,dat zulks maar zelden gebeurt. Zijn wij weer even ‘lucky bastards’ of niet tijdens deze wonderreis?

(Wanneer ik later, net voor onze terugvlucht naar huis de bookshops op de luchthaven van Santiago afloop vind ik er een boek over de planten en bloemen van de Atacama waarin dit verschijnsel van de plots bloeiende Calandrinia’s op haast lyrische wijze wordt beschreven; citaat : “ Las flores del desierto dejaron caer sus semillas en las arenas, donde durmieron por anõs, basta que El Niño las besõ con una lluvia generosa y despertaron “

Ook al spreek ik de Spaanse taal niet, ik probeer er toch dit van te maken in het Nederlands :

In de woestijn begraven de bloemen er hun zaden waar ze vele jaren slapend zullen rusten tot ze er wakker gekust worden door de genereuze malse regens van het El Niño fenomeen. 't Is aan Pieter of zijn schone Peruviaanse madam om hier iets beters van te maken

Eat your heart out Doornroosje J )

En dan nu eindelijk de foto’s van dit ongewone fenomeen :

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Episode 3:

Rond Taltal, een kleine stad aan de kust temidden de barre woestijn staan een hoge concentratie aan Copiapoa soorten die allen te bezoeken zijn in een dagrit mits degelijk 4 X 4 vervoer.

[afbeelding verwijderd niet-https]
Omdat PK en ikzelf in het internetcafé bericht hebben gekregen van MH & BH dat ze er over een paar dagen aankomen en ons zullen contacteren met hun iridium telefoon besluiten we alvast de diverse Copiapoa soorten te gaan opzoeken in de wijde omgeving. Ik wil vandaag dan ook graag stilstaan bij één van die daguitstappen.

Onmiddellijk ten noorden van Taltal ligt haaks op de kust een vallei, eigenlijk een kloof tussen de heuvels van het kustgebergte dat gekend is als de enige habitat van Copiapoa krainziana, namelijk de Quebrada San Ramon :

[afbeelding verwijderd niet-https]

PK waarschuwt AA en mezelf ervoor voldoende frisdrank en water mee te nemen want we zullen tijdens deze trip niets anders tegenkomen dan cactussen en hagedissen.

Wanneer we de wagen bij het strand parkeren lijkt een eenzame gier ons oplettend te volgen van op zijn uitkijkpost

[afbeelding verwijderd niet-https]

Ook al is het hier extreem droog, toch vinden we in de San Ramon vallei op verschillende plaatsen moerasachtige plekken, nooit meer dan enkele vierkante meters groot en met metershoge grassoorten. Blijkbaar wordt de ondergrondse watertafel, gevoed door het water uit de Andes hier tot op grondniveau omhoog gedrukt tussen de rotsen van het kustgebergte.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Al gauw zien we de eerste exemplaren van Copiapoa krainziana verschijnen

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

En dan komen we bij het enige bloemdragende exemplaar dat we vandaag zullen zien

[afbeelding verwijderd niet-https]

Even verderop zien we de tweede Copiapoa soort die in deze vallei groeit en die we meestal kennen onder Ritter’s naamgeving : C. eremophila. Tegenwoordig wordt deze beschouwd als een bergvorm van C. haseltoniana

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Kleinere exemplaren ‘zaailingen …’ vinden we sporadisch tussen rotsspleten

[afbeelding verwijderd niet-https]

Dan staan we weer oog in oog met heel oude C. krainziana planten

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Om dan weer ‘zaailingen’ van beide soorten in dezelfde barst van een rotsblok te zien. Ik heb er even mijn polshorloge naast gelegd om een idee te krijgen over de grootte van deze plantjes.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Het enige dier dat we vandaag zullen zien is dit schuwe hagedisje

[afbeelding verwijderd niet-https]

De quebrada San Ramon is immers een heel desolate plaats met weinig begroeiing, kale rotsen met hier en daar ter versiering van het landschap een enkele pluk C. krainziana

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

We wandelen onder een verticale rotswand waarvan blijkt dat talloze C. krainziana in de barsten en spleten van die wand groeien

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Na een lange warme dag is het ook voor getrainde cactusreizigers even op adem komen voor we besluiten om terug naar Taltal te rijden waar we een welverdiende douche nemen voor we gaan eten in het restaurant van Club Taltal.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Episode 4 :

Ik spring enkele dagen vooruit met mijn verhaal, het is mijn absolute hoop om ooit gedurende mijn leven Euphorbia copiapina te zien te krijgen en het ziet er goed uit, zeer goed wanneer we op zoek gaan naar een Eriosyce soort in de duinen in de brede omgeving van Copiapo.

Euphorbia copiapina is een heel rare plant, summier beschreven door R.Philippi in zijn bekende werk ‘Reise durch die Wüste Atacama‘ uit 1860. Deze plant vormt een raapvormige ondergrondse knol die daar soms jarenlang onaangeroerd en in slaaptoestand ligt te wachten op een zeldzame regenbui. Pas dan stuwt ze enkele spaarzame groene takken tot boven het aardoppervlak waar ze in een zeer korte periode voor het nageslacht dient te zorgen. In een periode van enkele dagen, maximaal weken worden de cyatha gevormd met meteen daarna drie snel rijpende zaden per vrucht die na kieming opnieuw een onderaards knolletje vormen.

In de zandwoestijn rondom Copiapo staan net als tijdens onze ‘Purple rain’ ervaring ook hier de woestijnbloemen volop in bloei zover het oog reiken kan. De Calandrinia’s die we eerder zagen zijn hier niet alleen purper maar een bonte mengeling van gele, rode, roze, witte en uiteraard ook purperen exemplaren:

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Terwijl Anne, Bart en Paul overleg plegen bij een kaart op een van onze Hilux-wagens

[afbeelding verwijderd niet-https]

loop ik door de knieën gezakt één van de vele zwartwit gekleurde grote kevers na die in groten getale doorheen het zand spurten

[afbeelding verwijderd niet-https]

Paul, Anne en Marijke gaan rechts van de zandpiste op onderzoek terwijl Bart en ikzelf links van dat pad gaan wandelen. Terwijl we neus op de grond gericht tussen de Calandrinia’s lopen te zoeken is het al na enkele meters prijs, daar staat er één te blinken in al zijn pracht, om heel zeker te zijn breek ik snel een takje af en daar komt het typerende Euphorbia latex uitgedruppeld, we hebben ze dus gevonden, dit juweeltje :

[afbeelding verwijderd niet-https]

Driftig beginnen Bart en ik met onze handen rond de groene bovengroei te graven om ons ervan te vergewissen dat het hier wel degelijk over het knolgewas gaat waar we op hopen.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Minuten later staan we met het kleinood tussen onze vingers recht en kijken elkaar kijken elkaar breed glimlachend aan

[afbeelding verwijderd niet-https]

Ik draai me om wanneer ik Paul vanuit de verte hoor brullen : ‘EUPHORBIA’S !’

De man komt naar ons toegelopen met de melding dat hij met zijn hand over een plantje heeft gewreven en dat zijn handpalm in blaren was getrokken vanwege zijn gekende gevoeligheid voor het irriterende Euphorpbia sap.

Grijnzend toon ik hem wat Bart en ikzelf hebben uit de grond gehaald en met mijn meest brede glimlach antwoord ik hem ‘ in sanddunes around Copiapo. Er blijken vele honderden E.copiapina’s aan hun reproductieve periode te zijn begonnen wanneer we het zandveld verder onderzoeken. Wat mij betreft kan deze reis al niet meer stuk en er komt meer, onverwacht veel meer wanneer we morgen met ons vijven via een nationaal park naar Huasco trekken.

Episode 5 :

’s Anderendaags vertrekken we al vroeg in de ochtend richting NP Llanos de Challe. De weg vinden in Chili is niet altijd vanzelfsprekend omdat we er dikwijls aankondigingen zien van deze soort

[afbeelding verwijderd niet-https]

Later die voormiddag komen we dan toch aan de ingang van het grote nationale park

[afbeelding verwijderd niet-https]

Na onze verplichte registratie (een mens weet maar nooit wat ons kan overkomen in dit reusachtige park)

[afbeelding verwijderd niet-https]

probeert de parkranger aan Marijke uit te leggen welke richting we moeten volgen om te zien waar we voor zijn gekomen, namelijk de grootste en meest indrukwekkende Copiapoa soort, C. dealbata.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Al snel komen we de eerste grote groepen vormende C. dealbata tegen, de grootste concentraties groeien net achter de kustlijn van de Stille oceaan

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

heel af en toe staat er een bloem open op deze impressionante reuzengroepen

[afbeelding verwijderd niet-https]

Net als wij allen gaat ook Bart door de knieën voor deze prachtige planten

[afbeelding verwijderd niet-https]

Ten noorden van de stad Huasco staan wij in volle verwondering wanneer we plots bij een ons totaal onbekende, geheel verschillende Euphorbia staan. Dit is duidelijk geen Euphorbia copiapina, daarvoor verschilt de bladvorm te erg van de eerder geziene planten. Geen van ons weet welke soort dit wel mag zijn :

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Ook hier probeer ik een exemplaar uit te graven en al snel blijkt dat deze Euphorbia een veel grotere langwerpige onderaardse knol heeft dan de E. copiapina die we eerder zagen.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Van deze Euphorbia soort bestaan er twee verschillende vormen, de hierboven getoonde soort die ten noorden van Huasco groeit met grotere groene bladeren en de volgende dag vinden we zowaar de nog zeldzamere vorm ten oosten van Huasco met smallere, kleinere en veeleer purperen bladeren :

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Na onze reis sta ik te popelen om uit te zoeken wat we nu wel gezien mogen hebben, ook en vooral omdat Paul had aangekondigd dat hij graag een artikel wou publiceren over onze ontdekkingen. Daarom stuur ik een mail naar professor Buddensiek met onze bevindingen en foto’s van de geziene planten. Hij antwoordt me dat hij hier niets van af weet maar belooft me in zijn kennissenkring te vragen wie weet wat we gezien mogen hebben. Enkele weken later stuurt hij me een bericht dat hij in Berlijn iemand heeft gevonden die al zijn hele leven in de ban blijkt van ondergrondse Euphorbia’s uit de Chileense Atacama woestijn. Hij vertelt me erbij dat Wolfgang Ewest helaas geen email adres heeft maar hij bezorgt me wel zijn postadres. Gewoon geworden aan het bliksemsnelle email verkeer valt het me zwaar om met laatstgenoemde via het ouderwetse briefschrijven te communiceren, maar alles komt al gauw goed. Na enkele weken over en ’t weer geschrijf stuurt de heer Ewest mij een exemplaar van een mij tot dan toe ongekende tijdschrift, Avonia, waarin hij een artikel heeft gepleegd over deze uitzonderlijke groep van de wolfsmelkfamilie. Ik scan dat artikel in en mail deze door naar PK die zo eindelijk de naam kent van ons onderaardse juweel uit Huasco. Blijkbaar zijn wij de uitverkoren getuigen geweest van de bovengrondse bloei en vruchtzetting van beide vormen van Euphorbia thinophila ! Ook deze werd door Philippi beschreven in 1873 (in de analen van de universiteit van Chile boek 43) om daarna zo goed als vergeten te zijn geworden in de plantenliteratuur.

Episode 6: Over de gouden ballen :


Ik spring opnieuw enkele dagen voorwaarts gedurende onze reis uit 2004. Een melancholisch gevoel overvalt me wanneer we steeds verder naar het zuiden rijden want we zijn inmiddels drie weken op stap en het einde van ons avontuur komt snel dichterbij. Paul heeft een klein vakantiepark uitgekozen aan de kust waar hij gedurende een eerdere Chili reis reeds heeft verbleven. De bungalow ruikt er onfris. Het Chileense vakantieseizoen moet nog beginnen en het park is op ons na dan ook leeg.

Terwijl ik mijn bagage probeer te herpakken met het oog op de terugreis naar Europa lopen Paul en Anne wat rond in de nabije omgeving. PK komt enthousiast binnengestormd en vraagt of ik zijn ‘golden balls’ al heb gezien. Vragend kijk ik op en hij maakt me duidelijk dat de parkeigenaar twee voetbalgrote Eriosyce aurata’s in een bloempot heeft staan ter versiering achter onze cabaña.

Weet je wat zegt hij als zijn steeds enthousiaste zelf, morgen gaan we nar Fray Jorge naar de grootste golden balls van de hele wereld gaan kijken.

Het Nationale Park Fray Jorge is uitgeroepen tot werelderfgoed omdat deze plaats een restant originele dichte begroeiing bevat die heden alleen nog in het veel vochtigere en koelere zuiden van Chili voorkomt.

We vertrekken ’s anderendaags naar dat NP en onderweg worden we opgehouden door een kudde schapen die de grasbermen afgraast. De vegetatie is hier erg rijkelijk en in schril contrast met wat we totnogtoe gezien hebben in noordelijk Chili.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Struiken en éénjarige planten bedekken hier elke vierkante decimeter van de bodem tussen de vele Trichocereusen.

Een bord wijst ons de weg naar de ingang van het park.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Kort daarop zien we de eerste Puya’s, sommige bloeiaren zijn uitgebloeid en stervende, sommige zijn in volle bloei. Puya is een Zuid Amerikaans plantengeslacht uit de familie van de Bromeliaceae dat in de nabijheid van het Andesgebergte gedijt. Typerend voor dit geslacht is de groene bloemkleur evenals het feit dat de plant afsterft na de bloei. Ik heb een zwak voor groene bloemen en kijk dan ook met ingehouden adem naar deze schitterende planten.

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]
De bloeiwijzen van deze Puya chilensis worden gemakkelijk tot twee meter hoog. Eer het zo ver komt is de plant echter al gauw zo’n twintig jaar oud. (Zelf heb ik sedert een paar jaar een jonge Puya mirabilis in de serre staan en ik hoop van harte lang genoeg te leven om die ooit in bloei te zien). Hier nogmaals de schitterende bloemen met een close-up

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Nabij de ingang van het park zien we een Trichocereus (Echinopsis chilensis) met maar liefst tien geopende bloemen die door PK van dichtbij worden gekeurd :

[afbeelding verwijderd niet-https]

[afbeelding verwijderd niet-https]

Met hier een close-up van de binnenzijde van de bloem

[afbeelding verwijderd niet-https]

We zien hier echter ook diverse Tricho’s die zijn aangetast door de parasiet Tristerix aphyllus. Een gewisse dood staat hun gastheer te wachten over enkele jaren.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Net daarnaast meters van de ingangspoort van het NP staat die populatie erg oude heel grote ‘gouden ballen’. Ik ben echt blij dat PK er aan dacht me deze Eriosyce aurata’s te laten zien.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Wat zijn deze dingen groot en bij nader onderzoek blijken ze zowat allemaal bedolven onder de zaden die verspreid liggen tussen de ribben. De vraag blijft uiteraard hoelang die zaden al op de planten liggen te wachten (weken, maanden of jaren?). Feit blijft dat deze zaden extreem moeilijk kiemen en weken na onze reis krijg ik een thesis van een Chileense student die deze planten laat kiemen na ze te hebben geweekt in zwavelzuur. Ik heb de test overgedaan en het werkt. Omdat onverdund zwavelzuur extreem gevaarlijk is wil ik er hier echter niet dieper op ingaan.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Bij nazicht van een doorsnee plant blijkt deze een omtrek te hebben van ruim anderhalve meter !

[afbeelding verwijderd niet-https]

Paul had gehoopt om snel snel even de zaden van de plantenlichamen ‘ te stofzuigen’ tot blijkt dat de diameter van zijn stofzuiger kleiner is dan die van de E. aurata zaden. Net zoals ik moet hij dus zaadje per zaadje van de cactussen pulken om ze onder vrienden te verdelen

[afbeelding verwijderd niet-https]

Tot slot van mijn verhaal hier nog eens een prachtexemplaar van deze cactussoort. We zagen geen enkele jonge plant en weten met zekerheid dat dit een bedreigde soort is, dit vooral door zijn zeer moeilijke kieming. We zagen ook dode exemplaren.

[afbeelding verwijderd niet-https]

Met deze momentopnames uit een schitterende cactusreis wil ik elkeen prettige feestdagen wensen en bovenal een gezond 2009 . . .

Alle getoonde foto’s werden genomen met een Sony Mavica toestel (mijn eerste digitale fototoestel, werkend met een prehistorisch systeem waarbij een cd-schrijver in de camera was ingebouwd maar met een prima lens).

Geraadpleegde literatuur :


1) over de ondergrondse Euphorbia’s :

- The Euphorbia journal (deel 6, jaargang 1989) Succulent Euphorbia’s in Chile door Werner Rauh

- Persoonlijke correspondentie met Wolfgang Ewest en Volker Buddensiek

- Avonia (Heft 1, jaargang 1998) : Geophytische Euphorbien door Wolfgang Ewest

- Euphorbia World (volume 3, nummer 2 november 2007) : Geophitic Euphorbias from Chile door Wolfgang Ewest

2) over de kleine kortbloeiende Calandrinia’s en hun gedrag in slaaptoestand :

- persoonlijke gesprekken en contacten met prof. Michael Dillon

- Flora Silvestre de chile (1997) door Maria de la Luz Vial & Robinson Palma

- Flores silvestres chilenas / Mirando desde la III a la VI regiones (2003) door Jaime Alvarez & Mary Ann Streeter


3) over de cactus – parasiet Tristerix aphyllus :


- A cactus odyssey / journeys in the wilds of Bolivia, Peru and Argentina (2002) door James D. Mauseth; Roberto Kiesling en Carlos Ostolaza

4) over Copiapoa krainziana en Copiapoa haseltoniana ( de bergvorm gekend als C. eremophila uit Ritter’s boeken ) :

- Kakteen in Südamerika / vier banden (vanaf 1979(band 3 = Chile)) Friedrich Ritter

- Il Genere Copiapoa / piante Grasse special (1991) M.Meregalli & C.Donni

- The cactus file handbook#4 / Copiapoa (1998) door Graham Charles

- Copiapoa in their environment (limited edition #185 / 1996) door Rudolf Schulz & Attila Kapitany

- Cactaceas en la flora silverstre de Chile (segunda edición revisida y aumentada 2004, Ediciones Claudio Gay ) door Adriana E. Hoffman & Helmut E. Walter

- Copiapoa 2006 (2006) door R.Schulz
zondag 28 december 2008 - 09:21

Paronoto

Schitterende reportage! Voor de de derde keer al bekeken........
zondag 4 september 2016 - 21:47

Paronoto

Niet MINDER dan 39 schitterende beelden ! Niemand die daaover "struikelde"....toen.

Nu sputtert men al wanneer er niet eens zoveel achtereen te zien zijn ...... Zelf doen ze weinig of niks......

dinsdag 6 december 2016 - 22:06

Voeg een reactie toe

Log in of registreer om dit onderdeel te gebruiken