Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/zwaluwen_leren_herkennen

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    zondag 8 december 2019

Zwaluwen leren herkennen

In het voorjaar zijn ze er weer. De eerste zwaluwen arriveren rond maart vanuit het zuiden om zich hier voort te planten. Ze gaan dan meestal op zoek naar hun oude nestplaats. Maar door het verdwijnen van vele nestplaatsen door onder andere het renoveren van oude stallen en woningen, neemt hun aantal de laatste jaren drastisch af.

Zwaluwen zijn bijzondere vogels die echt wel wat extra aandacht verdienen. Beeld je een hemel in zonder zwaluwen die door de lucht gieren als ware acrobaten terwijl er een aanhoudend scherp maar vrolijk geluid weerklinkt. Ze kondigen de lente aan en blijven tot in de zomer of in het najaar.

Zwaluwen zijn voor hun broedplaatsen afhankelijk van de mens en gelukkig kunnen we ze een handje helpen door zwaluwnesten op te hangen aan onze gevel. Afhankelijk van de soort zwaluw, bestaan er verschillende modellen.

Boerenzwaluw (Hirundo rustica)

Een boerenzwaluw heeft een prachtig glimmend verenkleed met metaalblauwe bovendelen, een witte onderzijde en een roodbruine keel en voorhoofd met zwarte borstrand. Zijn staart is lang en gevorkt. Hij leeft van insecten die hij behendig uit de lucht plukt tijdens zijn vlucht.

De boerenzwaluw leeft in de buurt van boerderijen en broedt bij voorkeur in schuren en onder afdaken maar ook onder bruggen. Het nest maken ze van klei, modder en stro en heeft de vorm van een kom. Je ziet ze ook vaak in de omgeving van water waarover ze scheerlings vliegen of rustend op een telefoonkabel, in groepjes naast elkaar.

Deze zwaluwsoort komt rond half april naar ons land en blijft tot oktober. Dan trekt hij terug naar Afrika om daar te overwinteren. Om ze te helpen kan je kunstnesten voor boerenzwaluwen ophangen of schuren inrichten met broedplanken.

Huiszwaluw (Delichon urbicum)

De huiszwaluw heeft zich volledig weten te integreren onder de mensen. Van oorsprong uit nestelt hij zich tegen rotswanden maar intussen voelt hij zich ook thuis tussen onze huizen, bij voorkeur in oude woningen of onder bruggen. Hij heeft er zijn naam ook aan te danken.

De huiszwaluw is te herkennen aan zijn volledig spierwitte onderkant, witte stuit en wit bevederde poten. De bovenzijde van zijn lichaam is glanzend zwartblauw. De staart is kort en gevorkt en de snavel stomp. Zijn kwetterende zang is eerder ingetogen.

Hij leeft vooral van muggen maar ook van andere insecten en wordt dan ook het meest aangetroffen in de buurt van water. Het nest maken ze van modder en stro vermengd met speeksel en is net zoals bij de boerenzwaluw komvormig maar met een kleinere opening. Ze broeden in kolonie en hebben 1 à 2 legsels per jaar. Daarna trekt hij terug naar Afrika.

Om de huiszwaluw te helpen kan je een kunstnest aan jouw gevel ophangen, bij voorkeur onder een dakoversteek. Om hinder van uitwerpselen te voorkomen, kan je een plank onder het nest monteren. Hang steeds meerdere nesten bij elkaar.

Gierzwaluw (Apus apus)

Wat je misschien nog niet wist is dat de gierzwaluw eigenlijk geen echte zwaluw is. Hij behoort tot de familie van de Apodidae, een totaal andere orde dan de echte zwaluwen. Hij heeft meer weg van een kolibrie dan een zwaluw. De vogels zijn sterk aangepast aan het leven in de lucht en brengen het grootste deel van hun leven door al vliegend. Dag en nacht, zelfs om te slapen, landen ze niet. Hun poten zijn dan ook heel klein en weinig functioneel. Enkel om te broeden zitten ze op hun nesten.

In april komen ze vanuit Afrika na een lange tocht aan in onze contreien en dat is niet ongehoord. Hun ‘gierende’ schreeuw weerklinkt door de straten en typeert een warme zomeravond. Hij doorklieft de hemel razendsnel en kan tot 200 km per uur vliegen bij het duiken. Ze hebben een donker verenkleed met een lichte keelvlek en hebben lange, sikkelvormige vleugels.

Hun voedsel zoeken ze op grote hoogtes in luchtlagen die op dat moment het meeste insecten bevat. Ze lusten ook wel eens een dag- of nachtvlinder en een spin. Hun nest maken ze in de buurt van gebouwen, onder de dakgoot, onder oude dakpannen of in muurnissen. Ze hebben 1 legsel per jaar en trekken vanaf eind juli/augustus al terug weg uit ons land in grote groepen. Hun nest is eerder slordig en een samenhangsel van allerlei bouwmaterialen.

Bij nieuwbouwwoningen kan je voor deze vogels nestpannen voorzien in het dak. Er bestaan ook losse nestkasten die je tegen de gevel kan ophangen.

Oeverzwaluw (Riparia riparia)

De oeverzwaluw tref je minder aan in de stad maar eerder in waterrijke gebieden. Hij is kleiner dan de andere soorten en schuwt mensen. Ze broeden in zandige oeverwanden in open gebieden met zoet water en gebruiken rietvelden als slaapplaats. Door het verdwijnen van deze natuurlijke gebieden neemt hun aantal sterk af. Gelukkig zijn er plaatsen waar er oeverwanden kunstmatig worden aangelegd met aandacht voor deze unieke zwaluw.

Hun onderkant is wit met bruine bovendelen en een opvallend bruine borstrand. Hun staart is kort gevorkt. Ze voeden zich vooral met insecten die net boven het wateroppervlak vliegen.

#5688

Auteur: Inge
Redactie Tuinadvies