Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/tuinreizen_naar_italie_deel2

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    vrijdag 13 december 2019

Tuinreizen naar Italië

 Het Lago Maggiore, een diep gletsjermeer wordt  o.a. gevoed door de  Zwitserse bergrivier de Ticino.  Deze rivier stroomt in Baveno in het meer en verlaat het meer dan weer in het zuiden,  richting de Povlakte.
Het  klimaat kent er zachte winters en warme zomers.  Toch kan het er flink regenen maar samen met de vruchtbare grond in de dalen en rondom het meer, maakt dit deze streek bijzonder geschikt voor een zeer diverse plantengroei.
Aangetrokken door dit milde klimaat en de mooie streek , kwam er zich al van in de 19de eeuw, heel wat Italiaanse- maar ook Europese adel en rijke industriëlen vestigen.  Ze bouwden er prachtige villa’s en lieten er de tuinen aanleggen waar hele scharen toeristen ieder jaar weer naartoe trekken.  De tuinen op de Boromeische eilanden zijn daarvan het best gekend.

De omgeving van Stresa
Stresa  is misschien wel de meest interessante plaats om van daar de streek  te verkennen en er zijn regelmatige bootverbindingen met de eilandjes en met Pallanza en Laveno aan de overkant.
Een eerste wandeling langs de meeroever vanaf het centrum in noordelijke richting leidt ons naar het station van de kabelbaan naar de berg  Mottarone.  Onderweg  krijgt men al een idee van de plantenrijkdom die hier groeit en van de inspanningen die men doet om de streek zo mooi mogelijk te maken.


De elitaire veelsterrenhotels langs de meerpromenade wedijveren voor de mooiste tuin.
Links: het Isola Bella in terrasvorm, lijkt van hier uit op een gigantisch passagiersschip

Achthonderd meter  hoog boven Stresa, in Alpino een gehucht van het dorpje Gignese, bevindt  zich de Giardino Alpinia.  Het woord zegt het zelf, een interessante botanische  tuin met een duizendtal, hoofdzakelijk alpine planten.  Ik deed de beetje avontuurlijke klim van minstens anderhalf uur te voet, maar de kabelbaan naar de Mottarone heeft daar een tussenstation.  Vanaf een uitkijkterras heeft men er een prachtig uitzicht op het meer en de Boromeïsche eilandjes.  Waarschijnlijk nog maar een voorsmaakje van het panorama dat men heeft op de top van de Mottarone, maar daar was helaas geen tijd voor, we kwamen voor de tuinen.


Gebergteflora van over de hele wereld in de Giardino Alpinia

 Zeker ook het bezoeken waard in Stresa is het Parco della Villa Palavicino, gelegen ten zuiden en aan de rand van de stad, maar op wandelafstand van het centrum.  Dit romantisch park in een hoofdzakelijk landschappelijke stijl op een zeer oneffen terrein meet  12 ha en werd aangelegd rond een 19de-eeuwse villa.  Het herbergt ook een dierentuintje dat vooral kinderen aantrekkelijk zullen vinden.  Ik bezocht de tuin tijdens een felle regenbui en kon er dus niet ten volle van genieten maar de bloemenmassieven met massa’s eenjarige planten, rozen en Dahlia’s zijn mij altijd bijgebleven.
Een voordeel van dergelijk weer is dat het aanzwellende  bergbeekje met zijn watervalletjes, dat door het park loopt, meer spektakel biedt dan gewoonlijk … .
Bij goed weer is dit zeker een park waarheen men een picknick en zelfs een goed boek kan meenemen.


Kleurrijke aanplanting in het Parco della Villa Palavicino

Een boottocht naar de eilandjes.

Afhankelijk van de tijd die men eraan wil of kan besteden en of men zich ook voor het rijke interieur van de palazzo’s interesseert of in het geheel niet, is het goed mogelijk de twee tot zelfs drie Borromeische eilandjes in één dag te bezoeken.
Met zijn 8 ha is het Isola Madre het grootste.   De villa werd reeds gebouwd op het einde van de 16de eeuw, maar de tuin ontstond in zijn huidige vorm pas in de 19de eeuw.  Voordien was het vooral een kwekerij van citrusvruchten.
Bij de creatie van deze tuin in landschappelijke stijl werden wel 500 soorten gebruikt  waarvan o.a. heel veel Camelia’s, Azalea’s en Rhododendrons.
Na hun uitbundige bloei is er in de zomer nauwelijks minder kleur.  Dan nemen  Newbiscussen, Lantana’s en Oleanders samen met de Bougainvillea’s, Solanum Jasminoides en Ipomoea’s die de muren van de villa bekleden het helemaal over.
Het park bevat veel oude monumentale bomen waar met veel kennis en inzet wordt voor gezorgd.  Een mooi voorbeeld daarvan is de  tweehonderd jaar oude Kashmircypres op het gazon voor de villa.  Na omgewaaid te zijn tijdens een storm in 2006 werd hij diep gesnoeid en met een daarheen overgevlogen kraan weer rechtgetrokken.  Momenteel staat hij al weer mooi groen en is de schade al bijna niet meer te zien.
Heel mooi ook zijn de tropische waterlelies in het basin op de patio voor de 19de eeuwse grafkapel in Moorse stijl.
Hier en ook op Isola Bella scharrelen er diverse soorten pauwen en kleurige  tropische fazantensoorten rond, maar meer vergelijkingspunten tussen de twee tuinen zijn er nauwelijks.


Papyrus, blauwe waterlelies en lotusbloemen in de waterpartijen voor de grafkapel.

Buiten  de palmbomen en de bebloeming van de oude huizen is er op het Isola dei Pescatori (het visserseiland) dan weer weinig tuinbeleving .  Een bezoek op de middag kan echter nuttig zijn.  Er zijn tal van (vis)restaurantjes en  wie nog een souvenirtje moet kopen kan daar zeker iets vinden tijdens een slentertochtje in de smalle steegjes.

Heel anders van ontwerp is het  Isola bella ( 6 ha).
Ooit was dit een rotsachtig eilandje, bewoond door vissers.  Er werd met de bouwwerken en de tuin gestart in 1632 en er werd 40 jaar aan gewerkt waarbij alle grond om de piramidevormige  terrassen  op te hogen vanaf het vaste land moest  aangevoerd worden.  Kijkend vanuit Stresa ziet het er nu uit als een groot schip of voor weer anderen, als een Mexicaanse Aztekenpiramide
Net als binnen in het barokke paleis dat zo overdadig rijk en druk gedecoreerd werd dat de bezoekers oververbluft als ze worden, bijna tot onverschilligheid neigen, zo is ook de tuin.
Een tiental terrassen, rijkelijk voorzien van waterpartijtjes, oude terracottapotten met sierplanten of citrussen en heel veel beelden volgen elkaar trapsgewijs op.  Net als binnen in het paleis worden ook hier vaak schelpvormen  en motieven met contrasterende keitjes  om wanden en vloeren te bezetten, gebruikt

Op de oostoever staan er een aantal grote bomen en dit gedeelte ziet er nog het meest natuurlijk uit.  Al de rest wordt voortdurend streng geleid, gesnoeid,  geschoren en twee keer per jaar met kleurige éénjarigen in geometrische vormen, aangeplant.  De buxusparterre op de boeg van het schip is daar het mooiste voorbeeld van.
De enige plaats waar planten in hun natuurlijke vorm en ook niet in rijtjes staan is in de tropische serre  aan de westkant waar ook  de teerste planten in de winter hun bescherming krijgen.


Wanneer men de laatste trappen van het ‘schelpentheater’(links onder) beklommen heeft kijkt men uit op de ingewikkelde buxusparterre aan de voorkant van  de tuin (boven) en op de zijdelingse terrassen.


Eén terras is weelderig aangekleed met rozen en Wisteria, andere weer met potplanten en mandarijnboompjes .
Enkele pauwen laten zich zo graag op hun mooist fotograferen dat ze er misschien wel voor getraind werden… .

Villa Taranto in Verbania-Pallanza
Van deze 20 ha grote tuin werden grote delen aangelegd in de Engelse landschapsstijl.  Dat is goed te begrijpen want de ontwerper was een Schot, kapitein Mc Eacharn.  Hij startte de tuin in 1931.   Later groeide de tuin uit tot een echte botanische tuin met een grote verzameling plantensoorten en van grote educatieve waarde .  De man stierf in 1964 en liet de villa en de tuin over aan de Italiaanse staat.  Zoals wellicht ook bij velen van ons was het zijn wens, in zijn eigen tuin begraven te worden en dat gebeurde.  Hij kreeg er zelfs een soort mausoleum of grafkapel.

Al snel nadat er eerst een irrigatiesysteem werd aangelegd met water uit het meer, werd er met de terrassentuin aangevangen.  Tussen felkleurige bloemenmassieven liggen daar diverse waterbassins die met kleine watervalletjes in elkaar overlopen.  Dit deel van de tuin is het meest gefotografeerde deel, maar de finesse ligt wel elders.
Mij zijn het meest de dubbele vaste plantenborder bijgebleven en de vochtige vallei die overspannen wordt door een wijde bakstenen boogbrug bijvoorbeeld.

Iedere bezoeker wordt wel weer door iets anders meest getroffen.  Voor bepaalde liefhebbers is er de Dahliaverzameling waar men via een kronkelpaadje de meer dan 300 soorten kan ontdekken of de  warme kas met  mooie tropische waterlelies waaronder de Victoria cruziana.

Of  men de tuin bezoekt  in de lente, de bloeitijd van Camelia’s, Azalea’s en Rhododendrons, of  in de herfst met het kleurenpalet van een Canadese Indian Summer, altijd zal deze tuin blijven boeien. 


Links: De typisch Engelse dubbele vaste plantenborder                                            
rechts: De waterterrassentuin in de zomer


De tropische waterleliekas


Half mei:  te laat voor de Azaleabloei maar de Rhododendrons  bloeien nog volop

Uitstappen in de omgeving:
Bij een tuinreis met alleen maar oog voor planten, tuinen en parken leidt dit zelfs bij gepassioneerde  tuinliefhebbers tot verzadiging en een daling van de interesse.  Tussenin eens wat cultuur opsnuiven,  een flinke wandeling maken, ergens in  winkelstraten slenteren of de plaatselijke wijn proeven op een zonnig terras  kan daaraan verhelpen.
Wij maakten o.a. een rondrit naar Locarno, in het noorden van het Lago Maggiore en naar Lugano aan het gelijknamige meer.  Beide steden liggen op Zwitsers grondgebied.
Ook Locarno heeft een zeer mooie meerpromenade en een klimpartij naar het Santuario della Madonna del Sasso (of desnoods neem je de kabelbaan), zou ik iedereen, gelovig of niet, aanraden.   Het interieur van deze 15de eeuwse bedevaartkerk is echt een pareltje en het uitzicht van op 340 m hoogte op de stad en het meer is grandioos.

In Locarno:  eerst naar het heiligdom van de Madonna del Sasso en dan wat kuieren langs de parken bij het meer

Lugano is nog levendiger en drukker, maar een vergelijkbare stad met statige, kleurige patriciërshuizen en verkeersvrije winkelstraten.  Ook hier brengt  een kabelbaan je naar de hogere stadsgedeelten en wijken met smalle trapstraatjes, mooie pleintjes en eeuwenoude kerken
De drukte kun je even ontlopen in het  Parco Civico gelegen aan de oevers van het meer.


Het  Parco Civico in Lugano

Een uitstap naar de Villa Carlotta in Tremezzo aan het Comomeer.

Bij deze 17de eeuwse villa in neoclassicistische stijl hoort ook een tuin van 5,7 ha in diverse stijlen.  De eerste Italiaanse formele buxusparterre bij de ingang aan de meeroever kan men het best bewonderen zodra men de trappen naar het terras tot op de vijfde verdieping heeft beklommen.  Dan heeft men de keuze, ofwel kan men er eerst het interieur en de talrijke kunstschatten (beelden en schilderwerken) bewonderen, of men gaat meteen de tuin in.
Paadje na paadje komt men in weer in andere delen van deze romantische landschappelijke tuin met o.a. ook heel mooie uitzichten op het meer en de stadjes aan de overkant.
De tuin werd aangelegd op tamelijk steile hellingen en omvat een aantal thematuinen.  Zo is er bijvoorbeeld een klein kloofdal met boomvarens en Hydrangea’s en via een hoge stenen trap en een Japanse houten poort, komt men in een bamboetuin van 3000 m2.
Een grote rotstuin werd eens niet met gebergteflora beplant maar ieder jaar weer met de cactussen en succulenten uit de serres en groepen  kleurrijke éénjarigen. 
Wij bezochten deze tuin in de zomer en konden natuurlijk niet meer genieten van bloei van de verzameling van 150 soorten Camelia’s, Rhododendrons en Azalea’s waarvoor deze tuin bekend staat.
Het vermelden waard is ook de lange, strak geleide loofgang met allerlei soorten citrusbomen.


Links:  een kleine kloof met boomvarens en blauwe hortensia’s
Rechts:  een deel van de  rotstuin waar de cactussen en succulente planten na de winter weer uitgeplant worden.


Met op de achtergrond, grote palmen en bananen, een ander deel van de rotstuin, beplant met contrasterende vlakken éénjarigen.

Tuinreizen Italië deel 1
Tuinreizen Italië deel 3

#4841

Auteur: Joël De Coster
www.tuinadvies.be/tuin/132411/jdcoster