Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/tuinreizen_naar_italie_deel1

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    zaterdag 21 september 2019

Tuinreizen naar Italië

Wanneer ik me vroeger een beeld vormde van Italiaanse tuinen dacht ik vooral aan heel formele, architecturale  en kunstmatige tuinen met trappen vol tuinvazen, beelden, kunstmatige grotten, waterbassins en fonteinen en verder veel, heel veel keurig geknipt en geschoren groen.  De renaissance-  en baroktuinen met andere woorden.
En inderdaad, in Toscane en Lazio kan men heel wat van dergelijke tuinen bezoeken.  Vaak staat er wel zo’n tuin op het programma van Italië-rondreizen en soms zijn ze ook onderwerp van een themareis. Het verschil met de Engelse of Normandische cottagetuinen waardoor ik me voor mijn eigen tuin graag laat inspireren kan niet groter zijn. 
Toch ging ik, vermoedend dat er daar op tuinvlak toch ook nog wel meer moet te beleven zijn en aangetrokken door het warme klimaat en de prachtige landschappen, al enkele keren naar Italië op tuinreis.  
Rond de Italiaanse meren bijvoorbeeld, met vooral het Lago Maggiore en het Comomeer liggen er nogal wat prachtige villa’s en paradijselijke tuinen die ook de meest veeleisende tuinliefhebber nog wel in vervoering kan brengen.
En dan is er nog de lange Ligurische kustlijn vanaf Ventimiglia, over Genova tot voorbij La Spezia.
Misschien minder bekend om zijn tuinen maar door de gunstige ligging aan de zuidkant van de Alpen en profiterend van de warme winden uit Afrika, groeien er veel soorten subtropische planten.  Landschappelijk is het er zeer mooi en daardoor al sedert lang een vakantieparadijs.
Ik laat de lezers van Tuinadvies graag wat meegenieten.

Deel 1   Renaissance- en baroktuinen in Toscane en Lazio
Deze tuinstijl is nu niet meteen mijn favoriete stijl maar toch  werd ik vaak gecharmeerd door de manier waarop de weidse landschappen eromheen bij de tuin betrokken worden en stond ik vol bewondering voor de kunstzinnige architectuur en vooral ook het technisch vernuft waarmee men eeuwen geleden reeds fonteinen en waterpartijen duurzaam van water kon voorzien.  Systemen die na al die tijd, nog steeds goed functioneren.

In de omgeving van Lucca bezochten we, als eerste kennismaking,  in het dorpje Marlia de Villa Reale di Marli.  Bij de villa, gebouwd in de 15de  eeuw werd in de 17de eeuw eerst een  pure renaissancetuinaangelegd met o.a. een citrustuin met een formele vijver, een aantal fonteinen en een groentheater dat nog steeds  gebruikt wordt .


Villa Reale de Marli met bezijden een uitgestrekte grasvlakte, de citrustuin en een grote formele vijver.

De landschapstuin naar Engels model met de enorme grasvlakte en eindigend met een natuurlijke vijver, werd later aangelegd in opdracht van de zuster van Napoleon Bonaparte, die daar een tijd woonde.   Nog latere eigenaren voegden er de ‘Spaanse tuin’ aan toe, geïnspireerd op de Moorse tuinen in zuid Spanje.
Helaas zijn niet  alleen alle gebouwen in de tuin dringend aan restauratie toe, maar ook de tuin kan een faceliftje wel gebruiken.   Wie zich niet stoort aan deze ‘details’ kan van dit ontwerp, de geschiedenis erachter, de oude knarren van bomen en de hele entourage best wel genieten.


De vergane glorie van deze gebouwtjes creëert soms ook een romantiek die ze, gloednieuw gerestaureerd, misschien niet zouden hebben

In  Lucca zelf is de baroktuin bij het stadspaleis het Palazzo Pfanner, zeker een bezoek waard.  De beperkte inkijk vanaf de brede stadswallen nodigt al uit om het te bezoeken.
Deze privétuin dateert van het einde van 17de eeuw en wordt keurig onderhouden.  Een groot gazon wordt doorkruist door twee centrale paden met op het snijpunt een grote achthoekige vijver met een hoge fontein. Een aantal grote witte marmeren beelden, waarvan er o.a. vier, de vier jaargetijden voorstellen en heel wat geurende citrussen in grote terracottapotten flankeren deze paden.
Camelia’s en Azalea’s, rozen en Pioenen en later Hydrangea’s, samen met Pelargoniums, canna’s en enkele Salviasoorten zorgen hier  het jaar door voor opmerkelijk veel kleur.
De mooie oranjerie die tegen de stadswal aanleunt is eveneens een sieraad in de tuin en maakt het plaatje dat men te zien krijgt vanaf de monumentale buitentrap naar de hogere verdieping, volledig af.
Het interieur van het palazzo zelf is zeker ook het bezoeken waard en er lopen permanent tentoonstellingen.
Als er ook maar even tijd voor is zou ik zeker  nog een wandeling aanraden over een deel van de groene stadswallen.  De binnenstad is een labyrint van schaduwrijke straatjes en zonnige pleintjes met tal van kerken.  Voor wie een gezellige atmosfeer zoekt, snuisterijwinkeltjes en mooie terrasjes om iets te nuttigen, zou ik beslist de ovale Piazza dell’ Anfitheatro aanraden.


Voor een Italiaanse tuin is er opmerkelijk veel kleur in de tuin van het Palazzo Pfanner

Niet zo heel ver van Lucca ligt Pisa, de stad waar dag in dag uit tientallen en tientallen busladingen toeristen gelost worden om er naar de scheve toren te gaan kijken.  Slechts weinigen daarvan kiezen zoals wij, de weg naar de Orto Botanico die er op een korte wandelafstand vandaan ligt.   Samen met deze van Padua zou dit één van de oudste botanische tuinen ter wereld zijn.  Een Vlaamse botanicus  Joseph Goedenhuitze (Giuseppe Casabona) startte de tuin in 1591 op deze plaats.
Qua verzorging is het zeker geen voorbeeld maar de labeling van de planten is betrekkelijk goed en er staan heel wat bomen in van meer dan een eeuw oud.   Al aan de ingang staat er een reusachtige Chileense Jubea (honingpalm) en verder indrukwekkende  platanen, armendikke bamboes of bejaarde en breed uitwaaierende Ginkgo’s bijvoorbeeld.
Dat en het feit dat dit dus eigenlijk een historische plaats is  waar studenten en bezoekers reeds  een paar eeuwen lang over de paden schuifelen en soms toch heel eventjes in de perken stappen om het naambordje beter te kunnen ontcijferen, maken dat ik er gerust  nog wel een uurtje meer kon rond struinen.
Ik fotografeerde er heel wat planten die ik mooi vond of nog niet kende, of wie weet, ooit nog kan nodig hebben op de Digituin … .



Genietend van mooie planten in de Orto Botanico.
In wijzerzin:  Cestrum Foetidum, Cycas revoluta, Dunalia Australis, Iris caucasica, Crinum asiaticum, Melia Azedarach, Aesculus x carnea,

Rond Firenze

In de heuvels rond de stad Firenze zijn er ook, een aantal mooie en authentieke tuinen te vinden, vaak zijn ze openbaar toegankelijk maar soms zijn het privétuinen.
In het dorp Settignano, op slechts enkele kilometer te oosten van Firenze bezochten we de baroktuin van de Villa Gamberaia, een echte aanrader en niet alleen voor de tuin maar zeker ook voor het  prachtig panorama dat men er heeft over de Arnovallei en de stad Firenze.
Vanaf het centrum van het dorp is het naar de, naar buiten toe eerder onopvallende villa, hooguit een kilometer wandelen tussen zonovergoten olijfgaarden en tuinen.



Reeds een groot deel van de 1,2 ha grote tuin wordt ingenomen door een buxusparterre waarbij er geen gebruik gemaakt wordt van gras of bloembedden in de open ruimten, maar van spiegelende vijvers.
Deze parterre eindigt met een halfcirkelvormige vijver omringd door bogen van hoge cypressen die voor schaduw zorgen en doorkijk geven op het omliggende landschap.
Een lange bowlingbaan met gras geeft aan de andere kant  uit op een grotto en is tevens de verbindingsweg  via een helling begroeid met steeneiken naar de hoger gelegen citrustuin.  Dit zijn ook de oudste delen van de tuin.
Van daar daalt men dan weer af naar een kleinere verzonken tuin, geflankeerd met trappen en muren versierd met allerlei patronen in tufsteen.  Klimrozen en Hydrangea’s zorgen hier voor kleur en het nodige groen.


Rechts:  hoog boven de verzonken tuin bevindt zich de citrustuin met perfect verzorgde oude bomen in de grote stijlvolle terracottapotten uit Imprunetta


Rechts:  de lengteas van de buxusparterre met zijn vier gelijke en volkomen symmetrische spiegelvijvers
Links:  één van de vijvers.  Partijtjes rozen, Santolina en potten met pelargoniums doorbreken toch af en toe deze strakke structuur.

In de stad Firenze zelf, niet ver van de alom bekende Ponte Vecchio ligt de imposante Giardino di Boboli, ook een grote renaissancetuin uit de 16de eeuw. Deze tuin werd ontworpen door de architect Nicolo Tribolo in opdracht van Cosimo I de Medici.  Hij ontwierp verder ook nog de tuinen bij de Villa Castello, ook een villa van de familie De Medici, gelegen ten noordwesten van Firenze.
Ik bezocht de 32 ha grote Bobolituinen enkele jaren geleden in de zomer, helaas in een te korte tijd om in deze reusachtige tuin, alles heel rustig te kunnen aanschouwen. 
De toegangskaartjes koopt men aan de kassa van het museum Palazzo Pitti.  Zelfs voor een bezoek aan de tuin werd ik er eerst  grondig gescand hoewel terrorisme toen nog niet zo’n hot item was.
Mijn verkennende wandeling startte met het Amfitheater, rondom voorzien van nissen met beelden en middenin een antieke Egyptische obelisk.   Van daar volgt een tamelijk steile helling en via de vijver met de Neptunusfontein  komt men aan een kleine villa, het Casino del Cavaliere dat op de stadsmuren staat.  Hierbij hoort een rozen- pioenentuin. Vanaf hier heeft men een mooi uitzicht op de groene heuvels rond de stad en de mooie villa’s die er zich tegenaan vleien.
De helling weer aflopend in de richting van de Porta Romana komt men uiteindelijk aan het Isolotto.  Midden een grote ronde, uiteraard formele vijver ligt een klein eilandje met een prachtige fontein en een massa potten met al weer … citrussen.  Gietijzeren hekkens sluiten de twee bruggen  ernaartoe af maar via het brede pad rond de vijver is alles goed te zien.  In de tijd van de Medici’s zou hier de kleinveekwekerij geweest zijn.
Ik moest mijn wandeling besluiten zonder me eens te laten verdwalen in het kriskras lopend en schaduwrijk paadjespatroon in de diverse deeltuintjes tussen de hoofdassen van de tuin, wat zeker ook aangenaam zou geweest zijn.
Een bezoekje aan één van de grootste en mooiste grotto’s in deze tuin en misschien wel van alle Italiaanse tuinen en een kort wandelingetje in een aanpalende tuin, de Bardinituin, van waar men een prachtig panorama heeft over Firenze kon er nog net vanaf.


Links: het Isolotto                                                                                     
Boven:  de Grotto van Buontalenti.



Links en rechts onder: De tuin rond de oranjerie
Rechtsboven:  de koepel van de Duomo van Firenze gezien vanuit de Bardinituin 

De laatste  tuinen van deze bloemlezing uit de honderden bijna nog authentieke renaissancetuinen die men overal doorheen Italië kan bezoeken  liggen in Lazio.  We nemen echter nog niet onmiddellijk de snelweg, richting Rome en rijden eerst naar Siena, een stad die zeker een bezoek waard is.   De Duomo di Siena is één van de mooiste kathedralen die ik ooit bezocht en even slenteren rond de Piazza del Campo en in de aanliggende winkelstraatjes op zoek gaan naar lekkere Toscaanse streekproducten vormt een mooie afwisseling.
Dan, even buiten de stad, op een heuveltop bezoeken we deprivétuin Villa Vicco Bello.  Hetgrondplan van de tuin die al dateert uit de 16de eeuw is steeds voor een deel hetzelfde gebleven.
Men komt de volledig ommuurde tuin binnen via een monumentale poort en wandelt eerst door een schaduwrijk  steeneikenbosje.  Daar volgen diverse  brede terrassen, verbonden door natuurstenen en bakstenen trappen, de helling van de heuvelflank.   Vanaf het laagste terras heeft men, typisch voor dit soort tuinen weer een weids uitzicht over de stad en het omliggende landschap.  Dit terras met ovale bloembedden wordt volledig beheerst door twee monumentale bomen, een  Ginkho en een in de oorlog beschadigde Libanonceder uit 1620 die zich nog steeds staande weet te houden.
klimmen we een terras hoger, dan komen we in een  fruitboomgaard met diverse fruitbomen van appelen tot abrikozen.  Opvallend is hier de weelderige groei van de Centranthus op de immer lichtvochtige keermuren.   Nog hoger komen we in  de  volledig ingesloten citrustuin met zeer oude citroen- en sinaasappelbomen, een element dat in de meeste tuinen steeds terug komt.
Het is verwonderlijk, maar hier staat er ook weer,  net als in de tuinen bij Firenze een oranjerie waar alle citrussen de winter door brengen.  Winters kunnen hier dus toch nog behoorlijk koud zijn in deze heuvels en ver van de kust.


Prachtig panorama over Siena en het omliggende landschap vanaf de terrassentuin van Villa Vicco Bello


Villa Vicco Bello:  de fruittuin

Parco dei Mostri
Niet erg ver van de snelweg verder richting Rome, ter hoogte van de stad Viterbo ligt in een bosrijk gebied, het dorp Bomarzo. Daar bezoeken we het Parco dei Mostri (totaal 50 ha), aangelegd op het eind van de 16de eeuw.
In het gebouw aan de ingang krijgt men op de foto’s van de restauratie van het beeldenpark, al een voorsmaakje van wat we  zullen te zien krijgen.
Een paar eeuwen lag dit historisch erfgoed immers bedolven onder struikgewas  en braamstruiken tot het werd ontdekt en gerestaureerd in de jaren 50 van de vorige eeuw..
Het contrast met de vorige en de volgende tuinen kan niet groter zijn.  Hier vindt men geen geometrisch patroon noch strak geschoren en  getemde natuur maar schijnbaar willekeurig geplaatst, over een toch wel schilderachtig parcours, een aantal reusachtige, en op zijn minst zeer eigenaardige beelden.  Sommigen werden ter plaatse in de rotsen uitgehouwen en anderen in onderdelen vervaardigd en dan daar opgebouwd.
Ik wil me eigenlijk niet verdiepen in de uitleg die men probeert te verzinnen over het ontstaan en de betekenis van deze beelden en de mythologie waarop ze soms geïnspireerd zijn.  Wel denk ik dat ze moeten ontsproten zijn aan een enorm creatieve en ook een beetje een verdorven geest.
Een soort meerminnen met twee vissenstaarten en drakenvleugels,  Een reuzenschildpad met een toren op de rug, een reus die het lichaam van andere reus openscheurt, draken die vechten met leeuwen  … , zijn maar een paar voorbeelden van de bizarre creaturen die men in het park ontmoet.



Beelden ontsproten aan de geest van een fantast in het park der monsters in Bomarzo

Villa Lante (1,5 ha)
Weer verder in de richting van Viterbo op zowat 10 km, in het stadje Bagnaia ligt de Villa Lante , waarmee we weer één van de mooiste Italiaanse renaissancetuinen aandoen.
Deze  tuin, waar water zeker de hoofdrol speelt, werd aangelegd in het midden van de 16de eeuw, in opdracht van kardinaal Gambara en later zijn opvolger.  Ze lieten er ook elk, in perfecte symmetrie, een gelijkaardige villa bouwen.  Voor de beide villa’s ligt er een ingewikkelde, decoratieve water-buxusparterre .  In het midden van een vierkante vijver, omringd met balustrades, en bereikbaar met vier bruggen, staat er een fontein.
De bezoekersingang situeert zich wel naast de villa’s en op het niveau van deze buxusparterre maar het is zeker aangewezen meteen de trappen te nemen naar het hoogste terras van de tuin en zo de loop van het water dat de diverse fonteinen en waterspelen bedient te volgen.
Daar, zestien meter hoger stort het water, dat zoals vroeger, nog steeds aangevoerd door een rivier via een aquaduct, zich spetterend in een met mos en varens begroeide grotto.
Van daaraf begint het water ook, soms voorzichtig murmelend, klaterend of borrelend zijn weg langs de centrale as en over een aantal lager gelegen terrassen en voedt de verschillende fonteinen.
Het spuit en ruist nog zacht in de fontein met de dolfijnen, krijgt snelheid langs de steile met schelpvormen gemaakte waterketting en loopt dan onder en door de stenen tuintafel.  Hiervan was het zelfs de bedoeling dat de dranken tijdens feestmalen in de tuin, in dit water konden gekoeld worden.  Verder stort het water zich tenslotte met gedruis over de fontein met de reuzen en verdwijnt via o.a. de Pegasusfontein naar het omringende bosgedeelte.


De tuin van villa Lante
Rechts:  de fontein van de moren


Een spel van licht en schaduw onder de eeuwenoude bomen en overal geruis van water in de tuin van Villa Lante

Villa d’Este (3,5 ha)
Dan gaat de rit verder naar Tivoli, een stad op een heuvel, vijfentwintig kilometer oostelijk van Rome.  Van in de Romeinse tijd was deze plaats al het toevluchtsoord van de rijken en de machthebbers die er rust en koelte zochten, ver van het dichtbevolkte Rome.
Daar bezoeken we de meest bekende bezienswaardigheid van de stad en UNESCO-werelderfgoed, dewatertuinen van de16de eeuwse Villa d’Este.  Het gebouw en de tuinen zijn vooral een creatie van de ontwerper Pirro Ligorio, die zich eerder verdiept had in de geschiedenis en architectuur van de Villa Adriana, het paleis van keizer Hadrianus (2de eeuw n. Chr.), ook bij Tivoli.  Hij liet er zich mede door inspireren en ‘leende’ er ook veel bouwmaterialen.
Voor de Hydro-technische kennis werd beroep gedaan op de ontwerpers die in Villa Lante reeds hun vernuft op dat vlak hadden bewezen.
Kosten nog moeite werden gespaard om het nodige water van de rivier de Aniene  via een aquaduct en een tunnel onder de stad aan te voeren
De opdrachtgever was ook hier weer een kardinaal, Ippolito d’Este.  Of het echt wel de vrome wens was van de kardinalen in die tijd om zich te wijden aan contemplatie en gebed in de open lucht en de natuur, valt zeer te betwijfelen.  Hun tuinen waren evengoed als die van de wereldlijke machthebbers, vooral een teken van hun macht en rijkdom en een poging om elkaar te overtroeven.
Ooit  was het ook zo dat  gasten, die meestal uit Rome kwamen, het landgoed betraden op het laagste punt, dan eerst de lange laan door moesten en al de trappen op, om uiteindelijk de bij de villa aan te komen. Onderweg werden ze dan nog eens overweldigd door allerlei sculpturen, architectonische hoogstandjes en het alomtegenwoordig geruis en geklater van de 500 waterstralen waaronder die van de 50 fonteinen.   Ontzag zou en moest men er wel door krijgen.
Een bezoek aan de tuin start nu tegenwoordig op het hoogste punt en via het paleis. Eerst doorloopt men een aantal weelderig met fresco’s gedecoreerde kamers vooraleer men, vanaf het balkon een eerste indruk krijgt van de tuin en men geniet van het uitzicht over een groot deel van de stad.  Het feit dat men maar hier en daar een glimp van de fonteinen kan opvangen tussen de bomen, maar ze wel al kan horen, nodigt onmiddellijk uit om te gaan exploreren.


Links:  een deel van de fontein van het kleine Rome                                           
Rechts: de monumentale Neptunusfontein


De tuin bestaat uit diverse terrassen langs een behoorlijk steile helling.  Een schuin aflopend pad of brede trappen, met citrusbomen op de balustrades, brengt ons kriskras door de tuin, van het ene waterelement naar het andere.
Een vluchtig overzicht:
Heel imposant is de Neptunusfontein waar watervallen en veertien meter hoog opspuitende watergordijnen elkaar in gedruis trachten te overtreffen. Wanneer men vanaf dat punt een eind de hoofdas volgt spiegelen deze fontein en de villa op de achtergrond zich perfect in het rimpelloze water van drie rechthoekige visvijvers.
De ovale fontein:  uit een grote schelp stort er zich massaal water in een ovale vijver met deels er omheen een grotto met een twaalftal grotingangen.  Uit al deze holten spuiten ook weer fonteinen
Eén van de zijlaantjes, dat ook zeer vaak gefotografeerd wordt, wordt de laan van de honderd fonteinen genoemd.  Ze is honderd meter lang en uit de met mos en zachte varentjes begroeide wand spuiten er 240 waterstralen uit steeds weer verschillende dierenkoppen.
Dit laantje geeft uit op de mooie Romettafontein aan het verste punt van de tuin. Een aantal elementen ervan verwijzen naar het nabije Rome en de waterval en de ruïnes naar Tivoli.

Met deze tuin bereikte de Tuinkunst in Italië toen waarschijnlijk wel een hoogtepunt. 
De tuin bleef onovertroffen maar leverde inspiratie voor tal van tuinen over heel Europa
Hoewel er reeds enkele grondige restauraties plaats vonden na lange perioden van verwaarlozing en ook oorlogsschade, functioneren de originele waterwerken nog steeds goed.


Na meer dan vierhonderd jaar functioneren deze ingenieus ontworpen waterwerken nog steeds perfect
Links en onder: de laan der honderd fonteinen 

Tuinreizen Italië deel 2
Tuinreizen Italië deel 3

#4837

Auteur: Joël De Coster
www.tuinadvies.be/tuin/132411/jdcoster