Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/tuinreis_naar_oost-engeland

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    zondag 17 november 2019

Een tuinreis naar Oost-Engeland

Sinds ik, in mijn stilaan uitgebreide bibliotheek van tuinboeken, het boek ‘Een bloeiende vriendschap’, de Nederlandse vertaling van ‘Dear friend and Gardner’ op een plank heb staan, stond een bezoek aan de tuinen van Beth Chatto op mijn verlanglijstje.
Deze gebundelde en in boek uitgeven boeiende correspondentie tussen twee Britse tuinreuzen, namelijk Beth Chatto en Christopher Lloyd heb ik graag gelezen. Zij schreven elkaar over alles wat met hun en ook andere tuinen te maken had, gebeurtenissen, bezoeken, successen en mislukkingen, bedenkingen, ze discusiëerden, filosofeerden en genoten van elkaars wederzijds respect voor hun verscheidenheid en deskundigheid.
Zes jaar geleden, het jaar van zijn overlijden, bezocht ik al eens Great Dixter, de prachtige tuin van Christopher Lloyd en ik was aangenaam verrast toen ik in het tijdschrift van de VVPV (Vlaamse Vaste Plantenvereniging) las dat een bezoek aan de tuin van Beth Chatto in een tuinreis was opgenomen. Ik moest over een inschrijving dus niet lang nadenken. Ik was daar duidelijk niet alleen in want er was meteen zoveel belangstelling dat er onvoorzien, zelfs een tweede keer moest afgereisd worden.
Op acht juli vertrok er, vroeg in de morgen, dus nog maar eens een bus met 60 tuin- en plantenliefhebbers via de kanaaltunnel in Calais, richting Engeland voor een reis die vlot en feilloos verliep. Als tamelijk vers lid van de vereniging kende ik nauwelijks iemand op de bus. In dit korte tijdsbestek kwam daar ook niet zo veel verandering in. Aan de kakofonie van dialecten te horen kwamen ze uit alle uithoeken van Vlaanderen. Het werd een voor mij boeiend gezelschap met mensen die naast plantenkennis ook wel iets van humor kenden. Beide eigenschappen scheppen al gauw een band en breken het ijs
Waren het weer en het eten helaas typisch Brits, de tuinen waren dat ook en dat maakte weer alles goed. De tuinen waren zorgvuldig uitgekozen op kwaliteit en verscheidenheid zodat iedereen er altijd wel iets vond om van te leren of op zijn minst, toch van te genieten.
Toen we na een lange busrit bij Hyde Hall aankwamen waren we al blij dat we eens onze benen konden strekken. In de tuin waren er hier en daar nog gedeelten in aanleg of heraanleg maar de rest was schitterend, zoals je van een tuin van de RHS kunt verwachten. Een hoogtepunt in die tuin (letterlijk en figuurlijk) hier was voor mij wel de ’ dry garden’ . Tussen grote rotsblokken en afgedekt met een dikke laag kiezel, werden hier praktisch enkel goed droogteresistente planten gebruikt: lavendel, saliesoorten, cistussen, sedum’s, Verbascum’s, euphorbia’s, de van dan af alomtegenwoordige sisyrinchiumssoorten, yukka’s, Cordylines en palmen, om er nog maar enkele te noemen.
Als de tuinen die we bezochten al iets gemeenschappelijks hadden, dan was het wel steeds een ‘dry garden’ Enerzijds inspelend op het heel wat drogere klimaat dat er heerst in dit deel van Engeland en anders ook fel onder invloed van Beth Chatto die in haar eigen ‘gravelgarden’ al twintig jaar experimenteert met dergelijke beplanting en er reeds veel over gepubliceerd heeft.
Weer een lange rit bracht ons naar de botanische tuin van Cambridge waar we ons een beetje moesten haasten en zelfs keuzes moesten maken wat we eerst wilden zien, om toch maar voor het sluitingsuur buiten te zijn. Ook hier was er weer een inspirerende staalkaart aan tuinelementen: vijvers, een uitgebreide en landschappelijk mooie rotstuin, diverse borders, maar vooral de stijlvolle kassen met tropische en subtropische planten vielen bij iedereen in de smaak.

Als toemaatje maakten de meesten nog een wandeling in het mooie goed bewaarde oude stadscentrum van Cambridge, met zijn vele kerken, oude gebouwen en colleges met soms verzorgde tuinen. Voor een rondvaartje op de River Cam met een punter, een met een afduwstok voortbewogen platbodemschuit, was het dan wel al te laat.
Bressingham Gardens op de tweede dag was nog veel indrukwekkender. Twee generaties van de familie Bloom, plantenkwekers, waren hier aan het werk om een ware demonstratietuin aan te leggen. Aanvankelijk volgt men een meanderend pad tussen eilandborders in een glooiend en perfect geschoren gazon. Border na border toont er gewaagde kleurencombinaties en grote groepen van dezelfde planten.

Ik schaamde mij even over de versnippering van mijn eigen bordertje van vier bij zestien meter met zijn tachtig soorten en vertelde dat even aan een medereiziger. Hij stelde mij gerust met de volgende bedenking: “ Het voordeel van die grote verscheidenheid en kleine plantengroepjes is, dat er altijd wel iets bloeit. Veronderstel dat zo’n grote groep van dezelfde planten in jouw tuin plots uitgebloeid is. Zul je dat dan nog zo mooi vinden?” Een dilemma om over na te denken … .
Een bewegwijzerd paadje liep naar de Foggy Bottom Garden, weer een verzameltuin met veel en veelkleurige coniferen en ook een grote vijver, iets minder verzorgd, maar mooi. Men komt er ook weer ogen te kort.
De vierde tuin, de East Ruston Old Vicarage was mogelijk nog mooier. Nee, hij was eigenlijk weer helemaal anders, maar al even groot en groots. De eigenaren hadden zich volgens mij toch wel wat laten inspireren door Hidcote Manor. We kwamen van tuinkamer in tuinkamer, soms kunstig ommuurd met creatief metselwerk, soms met haagstructuren en vooral met veel symmetrie, lange graspaden en zichtassen met vista’s op het omringende landschap.

In de exotische tuin, waar men vanuit een oosters aandoend paviljoen, uitkijkt op een designfontein en twee brede borders met palmen en bananenplanten zou men zich in pakweg Indonesië kunnen wanen. Via de opeenvolgende terrassen van de mediterrane tuin kwamen we in de woestijntuin die de illusie moest scheppen van een droge rivierbedding zoals men ze in Arizona zou kunnen vinden. Tal van palmen, cordyline’s ,y ucca filamentosa en yucca rostrata, agaves en (bloeiende) opuntia’s worden er aan elkaar geweven met een zee van eschscholzia’s en verbena bonariënsis. Prachtig gelukt, net echt.

De derde dag mochten we dan eindelijk naar de Beth Chattogardens.
Het devies van deze grote dame in de tuiniers- en plantenwereld is: “De juiste plant op de juiste plaats”, en het was er aan te zien. Nu al meer dan 50 jaar tuiniert en experimenteert zij uiteindelijk met succes in haar tuin op de meest verscheiden bodemsoorten. Of het nu om de beplanting in de droge tuin gaat, in de vijver- en moerastuin of om de bomen en de kruidlaag in haar bostuin, een aandachtige en geduldige waarnemer raakt er niet op uitgekeken. Opmerkelijk was volgens mij ook haar aandacht voor speciale bladstructuren, bladvormen en –kleuren.

Haar kwekerij was zeer verzorgd, overzichtelijk en met stevige gezonde planten voor tamelijk schappelijke prijzen. Dit leidde al vlug tot een zodanige ongeremdheid in koopgedrag van mijn medereizigers dat onze buschauffeur ook letterlijk in de bloemetjes werd gezet, tot in de middengang van de bus.

Ik heb volop genoten van deze tuinreis en ik hoop er nog wel meer te kunnen meemaken met deze vereniging

#3193

Auteur: Joël De Coster
www.tuinadvies.be/tuin/132411/jdcoster