Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/tuin_aanleggen_onderhoud

Werkwijze bij het aanleggen van een tuin

Welke tuin wil je?

Ga bij het aanleggen van je tuin bedachtzaam tewerk.

Bedenk goed waarvoor je de tuin wil gebruiken:

  • Wil je er kinderen in laten ravotten of wil je een geniet-tuin?
  • Kies je voor privacy of wil je zicht op landschap bewaren?
  • Hou je van mooie en zeldzame planten?
  • Steek je graag de handen uit de mouwen of kies je voor een onderhoudsarme tuin?
  • Moet er plaats zijn voor schommel, moestuin, tuinbank, ...?
  • Ben je een zonneminnaar of heb je graag wat schaduw?

Een tuinarchitect is ideaal geplaatst om al je wensen in een perfect tuinontwerp te gieten. Een goed ontwerp zorgt voor een mooie tuin net na de aanleg, maar ook tien jaar later als alle bomen en struiken goed zijn uitgegroeid.

Wil je je toch aan tuinaanleg wagen, dan ga je best stap voor stap tewerk. Geef jezelf de tijd om je tuin te leren kennen. Wie alles in het eerste jaar aanplant, komt meestal nadien tot het besef dat hij het liever anders had gedaan.

De basis
Een tuin begint nooit vanaf nul. Sommigen hebben het geluk te kunnen starten vanaf een bestaande tuin. Ook al deelde de vorige eigenaar niet jouw smaak, wellicht zijn er enkele mooie bomen of struiken die je nieuwe tuin structuur kunnen geven.
Jonge bomen en plantjes zijn aardig, maar geven weinig karakter en … schaduw.

Naast bestaande planten, zijn er ook de andere elementen die je tuin bepalen:

  1. De oriëntatie: het warme zuiden, het natte westen of het koude noorden
  2. De bodem: zand, leem of klei
  3. Zon of schaduw (door bodem, gebouwen, …)
  4. Locatie dicht bij zee of diep in het binnenland …

Bij de keuze van je planten dien je hiermee telkens rekening te houden. Zoniet krijg je ongezonde planten en veel werk.

  • Aan locatie en oriëntatie kan je natuurlijk weinig veranderen.
  • Wanneer beplanting uit je eigen tuin een te grote schaduw werpt, kan je kiezen om een of meerdere bomen te verwijderen.
  • Ook de nadelen van het plaatselijk bodemtype, kan je door een bodemverbetering verminderen.

Ideale tuingrond

Planten zijn afhankelijk van de bodem voor

  • Voedingsstoffen
  • Water
  • Lucht
  • Steun

Een bodem moet daarom evenwichtig zijn samengesteld.
Bij de tuinaanleg moet daarom vooral gekeken worden naar een goede structuur, zodat de bodem luchtig genoeg is en voldoende water ophoudt.

Volgende problemen kunnen zich met niet-verbeterde bodems voordien:

  • Te zandig: de planten drogen te snel uit
  • Te hard: de bodem is moeilijk te bewerken, het water dringt niet in.
  • Te arm: onvoldoende humus in de bodem (na graafwerken)
  • Te nat: door een te hoog klei-gehalte of een ondoordringbare laag.

Bijna alle bodemproblemen kunnen opgelost worden door voor de tuinaanleg extra humus aan de bodem toe te voegen. Bij een goede bodemverbetering is de bodem voor tientallen jaren voorzien van de nodige humus.
Bemesting kan gemakkelijk nadat de tuin werd aangelegd, voorheen is vooral bodemverbetering van belang.

Bodemverbetering

Bij een bodemverbetering wordt de toplaag uit je tuin gemengd met een grote hoeveelheid vruchtbaar humeus materiaal. Verbeteren van tuingrond is te verkiezen boven het aanvoeren van teelaarde. De vruchtbare laag kan dieper gaan en er is geen scherpe grens tussen beide lagen.

Een ideale grondstof voor bodemverbetering is compost.

Compost:

  • bevat hoge gehaltes aan stabiele humus
  • bevat voldoende traagwerkende stifstof en fosfor, zonder dat je tuin overbemest wordt
  • is vrij van onkruidzaden en ziektekiemen
  • is gemakkelijk te hanteren
  • stimuleert het bodemleven
  • is goedkoper dan turf

Afhankelijk van de bestaande beplanting en het bodemtype wordt er best een ploeg of zware of lichte frees gebruikt om eerst de bodem om te werken en daarna de compost onder te mengen.

Hoeveelheden compost:

  • 2000 kg per are bij arme of zware gronden
  • 1200 kg per are bij renovatie van tuinen

Bij gebruik van groencompost of indien tussen de bodemverbetering en het inzaaien meer een maand tijd gelaten wordt, kan de dosis tot 50 % verhoogd worden.


#1976

Bron: VLACO