Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/strix_aluco_of_bosuil

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    vrijdag 6 december 2019

Wie schreeuwt daar in het bos: Strix aluco

Bosuilen (Strix alucoZe spreken tot ieders verbeelding, jagers van de nacht, die nogal spookachtig door het bos zweven. Zweven doen ze geluidloos maar vanuit een boomtop schreeuwt deze gedrongen uilensoort -oeoeoe-oehoe- van maneschijn naar ochtendmist.
Bosuilen (Strix aluco) zijn nachtactieve roofvogels die overdag roesten in een hoge boomtop of een gedrongen knotwilg. Ze hebben brede vleugels waarvan de spanwijdte net geen 100 cm bedraagt. Het verenkleed van de ronde kop tot aan de korte staart is bruinachtig tot grijs, de borst is geelbruin met donkere strepen. Een verenkleed in ware camouflagestijl. De ronde kop wordt geaccentueerd door de grote donkere ogen binnen de hartvormige gelaatssluier en zoals bij alle uilen van het Strix- geslacht zijn de oorpluimen afwezig.

Strix nebulosa of de laplanduil

Dan toch even één van mijn favoriete uilen uit dit geslacht meegeven, Strix nebulosa of de laplanduil is enig in zijn soort, de ultieme verschijning in het hoge noorden.
Terug naar onze essentie, wat bij de meeste uilen opvalt, en dus ook bij onze bosuil,  is dat ze met een gemiddelde grootte van 41 cm en een gemiddelde spanwijdte van 95 cm slechts een gemiddeld gewicht van 500 g hebben. De dikke pluimenmantel, de spanwijdte en het lage gewicht maken van deze uil een machtig roofdier. Ook zijn lange scherpe klauwen zijn onder een pluimenjas bedolven. Zoals bij vele roofvogelsoorten zijn beide geslachten enkele door de grootte en het gewicht van elkaar te onderscheiden. Het vrouwtje is steeds groter en zwaarder. De bosuil komt voor in grote delen van Europa en Azië en Noord- Afrika en is alles behalve bedreigd in zijn soort. Ze houden vooral van loofhout maar ook in gemengde bossen tref je ze aan. Deze standvogels is goed bestand tegen koude winters.
Zijn broedplaats zoekt hij in holle bomen maar deze opportunist houdt ook van kant en klare nestkasten.

Bosuilenkasten hebben een ruime invliegopening en zijn tot 60 cm diep. Doorgaans worden ze op een hoogte tussen de 350 cm en de 500 cm opgehangen, dit met een vrije invliegopening weg van de overheersende wind- en regenrichting. Het vrouwtje kiest de nestkast en start reeds vroeg in het voorjaar met broeden, uiteraard is dit steeds afhankelijk van de weersomstandigheden van het moment. De 2 tot 6 eieren worden tot 30 dagen bebroed. Na vier à vijf weken verlaten de donzige jongen het nest. De zogenaamde ‘takkelingen’ kunnen nog niet vliegen maar fladderen en klauteren door de bomen, een kwetsbaar moment voor vele jonge dieren.

bosuil etenBosuilen spotten hun prooi van op de roestplaats. Na een korte periode van observatie stort hij zich van op zijn uitkijkpost op de prooi, veelal kleine knaagdieren maar ook egels, vogels, insecten en kikkers. De prooien worden volledig opgepeuzeld waarna de uil braakballen produceert om de onverteerbare overblijfselen opnieuw uit te scheiden.

We vinden deze soort, in tegenstelling tot wat zijn naam doet vermoeden, niet enkel in het bos. Deze uil doet het ook geweldig in parken, in grote tuinen en op kerkhoven. In open gebieden met voldoende groepen bomen, voorzien van holtes of van nestkasten, voelt deze uil zich opperbest. Heb jij er ook ééntje gehoord, aarzel dan zeker niet om op zoek te gaan. Een handige tip: ga eerst op zoek naar de braakballen en tracht dan de uil te vinden. Probeer deze mooie vogels in alle rust te spotten maar respecteer hun leefomgeving en hun natuurlijke leefwijze, een uil verdient immers alle vrijheid, let steeds op voor actieve broedparen!

#4906

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p