Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/slakkenjaar_2014_deel2

menu
Tuinadvies

Het slakkenjaar 2014 deel 2: huisjesslakken

huisjesslakkenHet is zo dat in vele gevallen en dit wereldwijd…de goede steeds betalen voor de slechte.
Zo komt het dat mensen de huisjesslakken vaak als boordoeners zien terwijl de naakslakken zicht overdag schuilhouden onder stenen, in de schaduw of zelf onder de grond terwijl ze zich ’s nachts volpropten met allerlei lekkers.
Huisjesslakken zijn veelal nuttige tuingasten en  komen voor in verschillende maten en vormen.


Ze voeden zich hoofdzakelijk met dood plantenmateriaal en eten zelf eitjes van de schadelijke naaktslakken. Slakken met een huisje, een overzicht:

Huisjesslakken

We beginnen dit verhaal bij de gewone tuinslak (Cepaea nemoralis). Deze slak draagt een huisje van ongeveer 25 mm en 5 omwentelingen met zich mee. Het huisje is al dan niet bruin gestreept waarbij de strepen de omwentelingen volgen.  De rest van het huisje is roze tot bruin. Slakken met vele streken leven in dicht begroeide plaatsen. Minder gestreepte slakken vind je meer op open plaatsen in het landschap. Het lichaam is grijs en de kop telt vier sprieten, twee lange met ogen en twee korte voor het waarnemen van geuren. Deze soort voedt zich met levende planten en heeft de voorkeur aan boterbloemen en brandnetels, voor velen twee ongewenste tuingasten. gewone tuinslak (Cepaea nemoralis)

De wijngaardslak (Helix pomatia) is een relatief grote soort met een grijsbruin lichaam, de kleur van het huisje (3,5 tot 5 cm groot) kan echter variëren van licht tot donkerbruin met lichtere strepen.  Opgelet, deze grote huisjesslak eet zowel levend als dood plantenmateriaal en is op zijn beurt een ware delicatesse in de Franse keuken.

In België en Nederland staat deze slak op de lijst van beschermde dieren.

wijngaardslak (Helix pomatia)
De witgerande tuinslak (Capaea hortensis) onderscheidt zich enkel van de gewone tuinslak doordat de rand van de opening van het huisje meestal wit is in de plaats van donker bij Cepaea nemoralis. Voor de rest kan deze slak variabel zijn in kleur en strepen.
Beide soorten zijn heel moeilijk te onderscheiden op enkel uiterlijke kenmerken. Naar inwendige kenmerken toe, de geslachtsorganen, zijn ze heel verschillend waardoor ze onderling niet kunnen kruisen! Enkel bepaalde waardplanten worden door deze soort volledig kaalgevreten, voor de rest voeden ze zich in hoofdzaak met dood plantenmateriaal.
witgerande tuinslak (Capaea hortensis)
Verder vinden we nog drie kleinere slakkensoorten in onze tuin met name de Barnsteenslak, de Segrijnslak en de Poelslak.
De Barnsteenslak (Succinea putris) heeft een ovaalvormige schelp met een spitse top. Het huisje is broos en scheurt snel bij aanraking en is groengeel tot oranjebruin van kleur.
Barnsteenslak (Succinea putris)
De segrijnslak of kleine wijgaardslak (Cornu aspersum) eet vooral jonge plantjes en verse scheuten en is dus zeer ongeliefd in de moestuin.
Ze zijn wel geliefd bij ratten, egels, merels en lijsters en ook in de Franse keuken worden ze geserveerd.
segrijnslak of kleine wijgaardslak (Cornu aspersum)
De Poelslak  (Lymnaea stagnalis)  valt hier een beetje uit de boot. Deze slak leeft in stilstaand zoet water en heeft een kegelvormig huisje van maximaal 6 cm.
Het huisje heeft 4 of 5 wendingen en is grijsbruin tot bruin. Ze voeden zich met rottend plantendelen, algen en aas en hebben platte driehoekige voelsprieten.
Poelslak (Lymnaea stagnalis)

Bekijk deel 1: Naaktslakken


#4386

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p