Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/padden_tuin_slakken

Padden in de tuin

Overal kan je ze tegen komen: in het bos, onder een steen, tussen het lange gras of in de tuin, de gewone pad (Bufo bufo) is uitstekend aangepast aan verschillende leefmilieus.
Dit landdier houdt zich overdag schuil en gaat op rooftocht wanneer de avond valt. Met hun kleverige dikke tong vangen ze vooral insecten, spinnen, slakken of regenwormen. Bij hevige regenbuien zijn ze uitzonderlijk ook overdag actief. Ze hebben een uniform bruine tot lichtbruine kleur, soms zijn ze zwart maar allen hebben ze een wrattige huid, relatief korte poten en bleke buikzijde. Met hun korte poten zijn het uitstekende gravers, zwemmen en ook kleine sprongetjes maken lukt nog net. Ze hebben opvallend grote oranje ogen met een horizontale zwarte pupil en zichtbare donkere gifklieren achter de ogen.

In het najaar gaan zij op zoek naar een geschikte plaats om te overwinteren. Zij graven meestal een kuiltje onder een steen, onder een houtstapel of tussen boomwortels. In deze sluimerstand ligt de stofwisseling van dit amfibie nagenoeg stil en eten of bewegen de padden niet.
Vroeg in het voorjaar ontwaken zij en begint voor hen een lange niet geheel ongevaarlijke trektocht, de paddentrek. Massaal trekken de volwassen dieren  terug naar hun voortplantingswater waar zij drie tot vier jaar geleden geboren zijn. Daarbij trotseren zij allerlei gevaren en staan zij met stip op nummer één in de lijst met verkeersslachtoffers. In gans het land worden in het voorjaar padden overzetacties georganiseerd waarbij vrijwilligers de dieren een handje helpen om de weg over te steken. Om geschikte locaties kan je in deze periode honderden padden tegelijk aantreffen.


Bleke buikzijde / korte poten

De voortplantingstijd is de enige periode dat we padden in grote hoeveelheden in het water zien.  Mannetjes die met hun 7 tot 10 cm een pak kleiner zijn dan hun wederhelft (tot 15 cm) vechten nu om een plaats op de rug van de vrouwtjes en daar blijven ze tot na de ei-afzetting. Padden planten zich namelijk voort door middel van uitwendige bevruchting. Het vrouwtje kan tot 8000 eitjes afzetten die onmiddellijk door het mannetje worden bevrucht als ze in tot 3 meter lange snoeren in het water tussen de vegetatie worden vastgezet. Van zodra de afzetting voorbij is verlaat het mannetje de rug van het wijfje. Zij wachten doorgaans nog op andere vrouwtjes terwijl hun eerste partners het water al snel verlaten.


Eisnoeren van de gewone pad.

De larven van de pad, de kikkervisjes of dikkopjes, verlaten na een tiental dagen het ei en hebben het water nodig om zich te ontwikkelen. In twee tot drie maanden tijd ondergaan zij een metamorfose en niet veel later verlaten zij als kleine padjes (10 mm) het water waar zij na drie tot vier jaar terug zullen keren om zich op hun beurt voort te planten. Padden kunnen in het wild tot 12 jaar oud worden.


de kikkervisjes of dikkopjes

Om te overleven vertrouwen padden volledig op hun onopvallend voorkomen en hun camouflagekleur. Ze hebben ook het vermogen zich op te blazen zodat ze goed vast komen te zitten in hun schuilplaats of ze richten zich opgeblazen op, op vier gestrekte poten, zodat ze er veel groter uitzien. Hun gifklieren produceren een mix van stoffen dat de slijmvliezen aantast en een zeer bittere smaak heeft. Vijanden zoals de ringslang en de egel zijn immuun tegen deze stof. Padden zijn nuttige diertjes in onze tuin en je kan ze altijd een handje helpen door het plaatsen van een paddenhuisje, zij zullen dan met plezier bij valavond je slakkenplaag te lijf gaan.


#3663

Auteur: Thomas
Redactie Tuinadvies
http://www.tuinadvies.be/tuin/145930/thomas-p