Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/orchidee_cymbidium

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    woensdag 19 juni 2019

Cymbidium species: niet zo vaak geziene orchideeen in een collectie

Ik hoor al enkelen zich de vraag stellen, ‘Wat staat er nu in de titel? Niet zo vaak gezien… Cymbidium…? Lees ik dat wel goed?’ Ja ja , dat lees je goed, maar ik bedoel dan ook niet de Cymbidium die jullie denken. De hybride, die in elke bloemzaak te vinden is. De ‘beginnerplant’, waar iedere liefhebber vroeg of laat wel eens een exemplaar van koopt. Neen die zijn zeker niet zeldzaam in collecties.

Wat bedoel ik dan wel? De species. De warme species, waarvan sommigen ooit als voorvader van al de hybriden dienst deden, doch welke door hun nazaten quasi volledig werden verdrukt. Nochtans zeker niet minder mooi. Waarom zien we ze dan zo zelden? Waarschijnlijk om dat de planten zo groot worden, omdat ze zo veel plaats innemen, omdat ze ‘uit de mode’ zijn geraakt, wellicht ook omdat ze niet zo vaak worden aangeboden.

Cymbidium finlaysonianumOoit won ik op een tombola een achterbulb van Cymbidium finlaysonianum. Jaren heb ik eraan gekweekt. Hij maakte verschillende scheuten, doch die werden nooit hoger dan 25cm. Tot ik in het Brusselse bij een kweker (Van Bosstraeten) die later stopte met zijn handel, een ander exemplaar aankocht. Dat stond broederlijk naast de ‘oude bos scheuten’ in de warme kas onder de Phalaenopsissen. Die plant groeide wel. Zijn scheuten, werden tot 80cm hoog, stugge diep gevouwen bladeren, verraadde, dat het waarschijnlijk wel eenzelfde plant was als de eerste, doch de groeikracht was onvergelijkbaar. Na 2 jaar en 3 scheuten, bloeide hij voor het eerst. Ondertussen was de plant reeds een 10-tal jaren in mijn collectie en sinds de eerste bloei heeft hij geen enkel jaar meer overgeslagen. De plant is reeds gescheurd, ik gaf reeds scheuten door, kortom een succes. En zeker geen moeilijke jongen. Ik pot hem op in een plastieken hangpot, van zo’n 30cm diameter. Als mengsel gebruik ik pure grove schors, wat ik bovenaan afdek met levend mos. Dagelijks sproei ik in de warme serre en de Cymbidiums worden zeker niet vergeten.


Cymbidium finlaysonianum

Je leest goed Cymbidiums, want ondertussen is de verzameling uitgegroeit. Ondertussen zijn ook C.aloifolium, C.dayanum, C.hoosai, C.longifolium, C.madidum en C.sinense aan de verzameling toe gevoegd. De meeste planten zijn volwassen en bloeiden ondertussen meermaals. C.madidum bloeide waarschijnlijk het spectaculairste, ooit zelfs met 8 takken te gelijk, al draagt elke tak amper een 10-tal bloemen. Als ik hier een opsomming maak van namen, dan zeg ik er graag bij dat het louter namen betreft die ik bij aankoop van de planten meekreeg. Uit de literatuur trok ik de conclusie, dat heel wat soorten enorm variëren. Bovendien is vaak sprake van oudere namen, die achterhaalt zijn.


Cymbidium
finlaysonianum

Onbedacht, ga je bij bezoekjes aan tentoonstellingen en kwekers ook uitkijken voor opportuniteiten binnen het Cymbidium geslacht om je collectie uit te breiden. Zo zag ik ooit in Parijs C.tracyanum ronduit prachtig. Eén van mijn vrienden was dat enthousiasme niet ontgaan. Hij ging op vakantie naar Groot-Brittannië en vroeg me op zijn planten te letten. Hij bezocht enkele bekende kwekers, ondermeer ‘The Eric Jung Foundation’. Als bedankje voor mijn zorgen bracht hij me een zaailing van C.tracyanum mee. Ik hoef niet te verduidelijken hoe leuk ik dat vond. Spijtig genoeg heeft die plant me niet bedankt met bloemetjes doch een strenge winter niet overleeft. Er zat maar één mooie scheut aan, en die kreeg waarschijnlijk net water toen de temperatuur wat lager daalde. Enkel weken later viel de scheut uit de pot...


C.aloifolium

Soms vind je ook wel eens een plant met dezelfde naam, doch die er volledig anders uit ziet. Zo zag ik bij een Nederlandse kweker een C.finlaysonianum die er heel anders uitzag dan mijn exemplaar. De bloemen, waren stuk voor stuk mooier, de sepalen en petalen, waren zeldzaam raar gevlekt. Het leken wel wijndruppels die op de geel-groene basiskleur waren opgedroogd, zodat een rodere rand bleef staan, met een lichtere inkleuring. Vanzelf ga je dan twijfelen aan de correctheid van de naam. Zo kom je te weten, dat de kenmerken tussen diverse soorten vrij specifiek is en dat de variatie in kleuren en tekening niet altijd kenmerkend is.

Zoals bij alle orchideeën is de bloeikracht enorm verschillend tussen verschillende planten. Erg verwant aan C.finlaysonianum is C.longifolium, zelf heb ik een plant, die tot 80cm lange hangende bloemtakken vormt. Zijn bloemen zijn overwegend roze van kleur, staan vrij ver uit elkaar en staan allemaal naar één richting georiënteerd. Ooit zag ik evenwel een plant met een veel kortere bloemaar. De bloemen stonden veel dichter op elkaar en de aar was haast rolrond. Blijkbaar weten de kwekers die zulke exemplaren aanbieden ook dat die verschillen de liefhebber nauw aan het hart liggen. Immers regelmatig, tracht men liefhebbers te verleiden met ‘nieuwe’ namen. Vaak gaat het om ‘oude’ hergebruikte namen, of louter om varianten die dan als subspecie worden aangeboden. Persoonlijk heb ik het niet hoog op met dergelijke praktijken.


C. erythrodtylum

Wie warm en vochtig kweekt moet succes kunnen hebben met deze planten. Wel dien je zeker rekening te houden met de afmetingen van dergelijke planten. Op zeer korte tijd kan een goed groeiende plant verdubbelen in afmeting. En de plaats die zo’n plant neemt, stemt al gauw overeen met een ruimte, groot genoeg om vele andere planten op onder te brengen.

Zelf breng ik graag al eens een plant mee naar de club, of naar een tentoonstelling. Met warme Cymbidium, sla je nooit een slecht figuur. Eén ding is daarbij evenwel problematisch… het transport. De hangende takken breken af voor je het weet. Opstaande bladeren, pot en hangende bloemtak meten samen al snel meer dan een meter. In een gewone personenwagen, vervoer je zo’n plant niet zonder meer.

Meestal preek ik dat je om succesvol planten te kweken hun groeiwijze inde natuur moet bestuderen. Wel Cymbidium zag ik in Zuid-oost Azië onder natuurlijke omstandigheden. In collecties een enkele in bloei in het wild geen ene. Planten evenwel bij de vleet. De meeste zaten in de eerste vork van bomen, gewoonlijk een 10-tal meter boven de grond, soms ook hoger. De planten leken elkaar te overtreffen in grootte, soms ruim meer dan een meter in diameter. Zo stopte ik ooit op een weg langs een plantage (ik weet niet zeker welke boomsoort, ik denk teak) Elke boom langs de weg droeg in de eerste vork een Cymbidium-plant. Enkele bomen, in de tweede rij droegen ook nog een plant, vanaf de derde rij, geen planten meer. Duidelijk, dus een kwestie van licht en luchtbeweging. Ik ben geneigd te stellen, dat het tweede wellicht belangrijker is dan het eerste. Immers in mijn serre bloeien ze ook. En ik heb een vrij schaduwrijke serre, die ik bovendien in de zomermaanden scherm met extra doek. Waar ze hangen in mijn serre, staat evenwel een computerventilator op hen gericht.


C.madidum

Mijn persoonlijke mooiste (uit mijn eigen verzameling) is wellicht de soort met de kleinste en minst opvallende bloemen. C.madidum. De plant lijkt jaar na jaar grotere bulben te krijgen. De bulben zijn ovaal tot 16cm hoog en 6-7 cm in diameter, enigszins afgeplat. Reeds enkele jaren produceert de plant telkens 2 bloemaren. De bloemaar, ontwikkelt zicht tussen de bulben, lijkt zich aanvankelijk op te richten, eenmaal de bloemknoppen uit het schedevormig blad komen, buigt te bloemtak naar beneden, om tenslotte, over de rand van de pot heen, naar beneden te bengelen. De bloemen zijn, slechts een 3-4-tal cm in diameter, de bloem staat mooi open gespreid en de sepalen en petalen, zijn afgerond. De kleur is fel geel-groen. Eenmaal de bloemaar begint te groeien gaat de verdere ontwikkeling erg snel. Op amper een week tijd komen de eerste bloemen open. Spijtig genoeg is de plant ook relatief snel uitgebloeid.

Bibliografie:

  •  ‘The New Royal Horticultural Society Dictionary’-‘Manual of Orchids’ Joyce Stewart; ISBN 0-88192-334-6

  •  ‘The illustrated Encyclopedia of Orchids’ by Alec Pridgeon ; ISBN 0 7472 0635 X

  •  ‘The Genus Cymbidium’ by David du Puy & Phillip Cribb ; ISBN 0-88192-119-X

 

#503

Auteur: P.Denissen - P.Mannens

Tuinadvies > Planten

Actieproduct in de kijker

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang gratis tuintips


Webshop producten

Zonet verkocht op de webshop