Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/orchidee_ancistrochilus

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    woensdag 17 juli 2019

Ancistrochilus: een vrij zeldzame Afrikaanse orchidee

Zelden gezien in een collectie: Ancistrochilus

Ik bezocht in Antwerpen Mevr. Vermeulen. Als je in haar serre mag rond kuieren, vind je altijd wel iets wat je aandacht trekt. Deze keer trok een zeer elegante verschijning mijn aandacht. Enkele vrij grote bloemen, zo'n 5,5 cm diameter. Met slanke witte sepalen en petalen en daar bovenop een drielobbige lip, waar de middenlob dieppurper gekleurd naar achter terug geplooid is. Nooit gezien. De plant droeg een drietal bloemen die ontsproten onderaan de oude bulb. Daarnaast de start van enkele nieuwe scheuten. Die scheuten ontwikkelden zich tegen de zijkant van een verdroogde, afgeplatte, als het ware ingezakte bulb. De plant op zich deed me wat aan Pleione denken, maar dat was hij duidelijk niet. Ancistrochilus rothschildianus wist Mevr. Vermeulen te vertellen. Nooit van gehoord moest ik toegeven. En dat is niet verwonderlijk, het geslacht Ancistrochilus stamt uit Afrika. En al zit de interesse voor Afrikaanse orchideeën in de lift. Bij menig liefhebber -waar ik mezelf dan ook moet bij klasseren- houdt de kennis van Afrikaanse geslachten op bij een tiental verschillende, zeg maar meest populaire geslachten. Voor mij was het zowat een feit, dat Angraecoide, Anselia en Bulbophyllum zowat de enige epifytische geslachten op Afrika waren. In mijn zoektocht naar informatie over Ancistrochilus werd ik evenwel heel wat slimmer. Wellicht vullen in de toekomst nog andere Afrikanen mijn verzameling, dat zoekwerk heeft mijn nieuwsgierigheid bijzonder geprikkeld.

Van dit epifytische geslacht zijn twee vertegenwoordigers bekend. A. thomsonianus en de hier vermelde A. rothschildianus. Hier En daar vind je ook vermeldingen van A. hirsutissimus, maar dat zou een synoniem zijn van A. rothschildianus.

Als je de Latijnse naam zou willen trachten te ontleden, dan vind je daar 'cheilos' lip , waarbij je alvast kan stellen dat de naamgeving heeft gewezen op een speciale eigenschap van de lip.
In het tweede deel van de naam vinden we een verwijzing naar 'ankistron' wat staat voor haak en daar verwijst men naar de terug geplooide scherpe middenlob van de lip.

Korte tijd na het bezoek aan Mevr. Vermeulen woonde ik een vergadering bij van de kring Noord-West Brabant te Breda. Daar bood Mr. Schalk deze plantjes aan. Vanzelfsprekend kon ik het niet laten een exemplaar aan te schaffen. En dan beginnen de problemen pas. Mooi erg mooi, een kansje zo'n plantje te kopen, maar dan komt de vraag: "Hoe verzorg ik nu zo'n plant". Wel zelf kijk ik dan liefst eerst en vooral naar de plaats van oorsprong. Ik tracht dan zoveel mogelijk informatie op te zoeken. De landen van herkomst zijn snel achterhaald; Centraal tot West-Afrika vanaf Uganda over Congo tot Siërra Leone. Maar dat is te algemeen. Budongo Forest, dat is al wat gedetailleerder. Het betreft laagland woud, wat in de natte periode heel wat hemelwater krijgt te verwerken, doch ook jaarlijks gedurende een twee- tot drietal maanden onder uiterst droge condities lijdt. Bij ons zijn de seizoenen evenwel niet zo duidelijk afgebakend. Je moet de planten observeren, en dan enkele zaken met uiterste zorg bewaken. Ik verklaar me. Ik kocht een oude bulb, met daaraan twee scheuten. Opgepot in een mengsel met klein geknipte barkbrokjes, kleine schilfertjes houtskool en wat perliet. Het mengsel stond erg nat. Volgens Mr. Schalk en Mevr. Vermeulen wellicht iets te nat. Ik liet de pot best in eerste instantie opdrogen, voor ik een volgende waterbeurt gaf. Bij die waterbeurten is het erg omzichtig om te springen met de jonge scheuten. Ze verdragen geen staand vocht in de scheut. En éénmaal de scheut rot, is nieuwe scheutaanzet vaak niet meer het geval, zoniet zet die scheut te laat aan, om tijdig een volgroeide bulb te laten ontwikkelen. Wat gelijk een serieuze beperking betekent om ook in het volgende groeiseizoen bloeirijpe planten te produceren. Groeit een bulb uit tot stevige zwaar gezwollen vorm. Dan zal in een volgend seizoen, bij de scheutontwikkeling een bloemsteel ontwikkelen vanuit de oude ineenschrompelde bulb. Later volgt een nieuwe opschietende scheut. Na de bloei mogen we dan vrij veel vocht geven, tot de plant zelf aangeeft in rust te willen gaan. De bulben zijn dan weer mooi gezwollen. En hoe kan zo'n plant dat beter duidelijk maken, dan door gewoon zijn bladeren te laten vallen? Je laat dan de pot opdrogen en tijdens de groeistop maak je gebruik om de plant te verpotten. Ergens las ik dat de plant best jaarlijks wordt verpot. Al durf ik dat in twijfel te trekken. Van origine is het immers een epifyt, ik concludeer daaruit, dat hij niet te veel meststoffen nodig heeft en dat hij in een arm mengsel gerust enige tijd kan overleven. Ook las ik dat bij dat verpotten, de zich vegetatief delende planten kunnen gescheurd worden. Dat zal vast wel een feit zijn. Immers al de door Mr. Schalk aangeboden planten hadden twee of meer nieuwe scheuten. Persoonlijk lijkt het me ook zeer interessant te overwegen enkele bulben samen te laten 'uitstruiken' tot een kluit. Dat moet een spectaculaire aanblik bieden.

Gewoonlijk sluit ik zo'n tekst dan af met, een aanrader om in je collectie op te nemen, of vergelijkbare uitspraken. Dat is in dit geval waarschijnlijk een wat giftige boodschap. De plant wordt immers zelden aangeboden. Maar voor wie hem toch vindt.... Een aanrader om in je collectie op te nemen. 

Bibliografie;

- The new Royal Horticultural Society dictionary - Manual of Orchids; ISBN 0-88192-334-6 
- Orchids of East Africa, door Frank Piers ; 1968
- The Illustrated Encyclopedia of Orchids, by Alec Pridgeon ; ISBN 0 7472 0635 X
- Orchids from Curtis’s Botanical Magazine,by David R.Hunt M.A. ; ISBN 0 902068 10 5

 

#771

Auteur: P.Denissen - P.Mannens