Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/langs_de_kust_van_ligurie-3

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    dinsdag 22 oktober 2019

Langs de kust van Ligurië

Wij verbleven eens een week in San Remo, een stad die een goede uitvalbasis vormt om van daar uit de Riviera dei Fiori (bloemenrivièra) te verkennen.   Dit deel van de Middellandse Zeekust is al minstens 150 jaar een populaire winterverblijfplaats van de rijken uit heel Europa die er hun stempel op drukten.  Ze lieten er prachtige villa’s bouwen in belle époquestijl en een Russische tsarina zelfs een  … Russisch-orthodoxe kerk
Mooie parken vind je even buiten het centrum langs de Corso Cavallotti zoals de Villa Nobel en de villa’s Zirio en Ormond.  Er staan tal van soorten palmen en exotische planten  en ze zijn voorzien van kleurrijke bloemperken.

Exotische tuinen in San Remo
Exotische tuinen in San Remo

De naam bloemenrivièra komt ook doordat er hier overal in de streek bloemen en planten worden gekweekt, vroeger voor de parfum industrie in Grasse en nu meer voor de export van snijbloemen en sierplanten.

De talrijke kweekserres maken van de dorpen rond San Remo ‘glazen dorpen’.
De talrijke kweekserres  maken van de dorpen rond San Remo ‘glazen dorpen’.

Allerlei citrussen, Strelitsia’s, Agapanthussen, bananaanbomen, of oude olijfbomen,
 Allerlei citrussen, Strelitsia’s, Agapanthussen, banaanbomen, of oude olijfbomen, …
staan  op de kwekerijen te wachten voor de export naar … wie weet, misschien wel België of Nederland.

 Met de trein of met de wagen is Ventimiglia dat pal tegen de grens met Frankrijk aan ligt, vanuit San Remo vlot bereikbaar.  Een eind buiten de stad in het dorpje La Mortola bezochten  we er de Hanburytuin, het levenswerk van Thomas Hanbury (1832-1907).  Een absolute aanrader voor wie ook ooit eens in deze streek verblijft.
Reeds op 35jarige leeftijd was Thomas Hanbury schatrijk geworden dank zij de handel in kruiden, thee en zijde met China.  De rest van zijn verder leven zou hij, bijgestaan door zijn broer Daniel, een apotheker en ook plantkundige, en enkele  gespecialiseerde plantenkwekers en tuinontwerpers, wijden aan de creatie van een unieke tuin.
Hij kocht daarvoor 18 ha verwaarloosde landbouwgrond op een zuidgerichte helling,  met voornamelijk fruitbomen, wijnstokken en olijven.   Tegelijk met de restauratie en uitbreiding van een bestaande villa, midden op dit terrein, werden ook een stelsel van trappen en paden aangelegd om alle plaatsen goed toegankelijk te maken.
Hanbury’s echte ambitie ging echter verder dan het  creëren van een mooie tuin.  Het werd al gauw een reusachtig  botanisch experiment voor de invoer en acclimatisatie van exotische planten.
Rustieke pergola’s werden aangeplant met toen nog ongekende subtropische klimmers en ook met de nieuwste geïmporteerde rozen uit China.  Er kwam een boomgaard met zeldzame exotische fruitbomen, een bos met Australische vegetatie, allerlei soorten palmen en enkele hellingen vol met succulente planten van over de hele wereld.


Honderd meter, bedraagt het hoogteverschil tussen de ingang van de tuin en het verste punt, op zeeniveau.

Weliswaar met minder wetenschappelijke bedoelingen, maar onder de indruk van de schoonheid van deze tuin kreeg zijn creatie al gauw navolgers bij vele eigenaren van villa’s langs de Ligurische kust en de Franse Rivièra.
Thomas Hanbury stimuleerde ook de rozenkweek in deze regio en werd  stilaan een milde weldoener voor de streek.  Niet voor niets kreeg hij een standbeeld in Ventimiglia.
Ook de Britse R.H.S. zal hem wel nog steeds dankbaar zijn want hij schonk deze organisatie het stuk grond waar de Wisleygardens later op werden aangelegd.  Om maar even te schetsen hoe belangrijk deze man wel was voor de tuinkunst en voor de plantenkunde in het algemeen.
Na zijn dood in 1907, bestuurden zijn zoon Cecil en schoondochter Dorothy Symons, verder het landgoed en legden weer andere accenten, vooral verfraaiing.  De tuin had tijdens en tussen de twee wereldoorlogen erg te lijden door verwaarlozing en vernielingen en de restauratie werd financieel heel zwaar.
Zo kwam de tuin door schenking, in handen van de Italiaanse staat die meteen een herstelprogramma opstartte.
Sedert 1983 wordt de tuin beheerd door de universiteit van Genua.  De totale plantenlijst bevat tegenwoordig zowat 7000 soorten en variëteiten van planten

Mijn bezoek aan deze tuin was in de snikhete maand augustus.  Genieten van de alom aanwezige, vroegbloeiende blauwe overvloed van Wisteria’s, Echium candicans of Paulownia en Jacaranda was al niet meer mogelijk en de stokoude klimrozen waren in die hitte al lang weer hun krachten aan het sparen voor een uitbundige bloei in de volgende lente.  Toch bracht ik er een paar zalige uren door, soms puffend en zwetend de pijltjes volgend langs de van links naar rechts en weer omgekeerd, slingerende paden en trappen, tot helemaal beneden en dan weer klimmend naar de uitgang.
Meestal ook wel iets trager wandelend in de dichte schaduw van de overgroeide pergola’s of de bosjes en vaak langer pauzerend op de vele prachtige uitkijkpunten met zicht op mooie plantengroepen,  de zalmkleurige villa, een azuurblauwe zee  of op een van de mooie fonteinen en gebouwtjes, verspreid doorheen heel het domein.

de drakenfontein Rechts: de Fontana Nirvana
    Links: meegebracht uit Kyoto: de drakenfontein           Rechts: de Fontana Nirvana

In dit seizoen overheersten  bij de klimmers nu de felle warme kleuren van Bougainvillea, Campsis en Mandevilla en in de ondergroei en langs de paden, robuuste groepen met bijvoorbeeld Beloperone, Agapanthus, siergembers, zeldzame botanische Pelargoniums en tal van Bromelia- of Salviasoorten.  Dat is ook mooi maar de bloei in de lente moet zeker nog meer overweldigend zijn.
Ik hoop er ooit nog eens terug te keren, maar dan in de maanden april of mei.   Lezers die ook eens een bezoek overwegen, informeren zich best goed over de rijtijden van het openbaar vervoer vanuit  Ventimiglia, want dat kan beter.  Wij namen alvast een taxi voor de terugrit… .

Mausoleum
Links:  Het echtpaar Hanbury werd begraven in hun tuin onder dit Mausoleum in Moorse stijl
Rechts:  Vanaf dit paviljoentje, in de cactustuin voor de villa, heeft met een mooi uitzicht over de zee

Serre de la Madone
Dit soort rustieke pergola’s vindt men ook in de tuin Serre de la Madone in het nabije Menton.
Een voorbeeld van de invloed van T. Hanbury   op de tuinstijl in de regio in die tijd.

Zoals altijd met tuinreizen, is er ook wat afwisseling nodig en wil men ook wel eens iets anders doen.   Onze tuinliefhebbers zie ik echter niet zo gauw winkelcentra afdweilen of, bakkend in de zon op een strand, liggen bekomen van een bruisend uitgaansleven, wat daar ongetwijfeld ook wel kan.  Ik weet dat niet zo goed.
Nee, ik denk dat zij net als wij, eerder die landschappelijk fantastisch mooie Ligurische kust verder willen gaan verkennen.  
Voorbij Genua begint de Riviera di Levante en zijn de stranden smaller tot onbestaand.  Hier heeft men over het algemeen een steile kliffenkust, bebost of op de best toegankelijke plaatsen, beplant met wijn- of olijfgaarden.
Een aantal kleine vissershaventjes zijn daar zo mooi en intussen internationaal zo bekend, dat de visserij er nauwelijks nog van betekenis is en de bevolking  overwegend leeft van toerisme.
De dure, exclusieve plaatsen Santa Margherita  en Portofino zijn er daar al twee van.  Een hotelverblijf daar zou ik  niet aanraden maar er zijn geregelde bootverbindingen met Rapallo dat daar beter geschikt voor lijkt.
Het is vooral een streek voor wandelaars en mensen die graag genieten van de fijne Italiaanse keuken.
Onze bezoeken aan beide plaatsjes waren maar kort en ze blijven zeker nog verder op de verlanglijst staan voor een meer uitgebreid bezoek.

In Santa Margherita bezochten we al eens de14de eeuwse  abdij La Cervara.  De gebouwen en de tuin werden vanaf 1990 piekfijn gerestaureerd en de locatie wordt nu gebruikt  voor feesten, congressen en  als exclusief hotel.  Bezoeken zijn slechts mogelijk, iedere eerste zondag van de maand, of  op aanvraag dagelijks, maar dan voor groepen van minimum 30 personen.
Na de verplichte rondleiding  in de gebouwen en in de abdijkerk, nauwgezet in het oog gehouden door de gids, geraakt men uiteindelijk in de tuin, maar het wachten wordt beloond.  Lange pergola’s in kleurig metselwerk omzomen de diverse terrassen en ondersteunen o.a.  Bougainvillea’s, Toscaanse jasmijnen en ook de stokoude Wisteria  die lang voor de restauratie door zijn steunen gezakt was tot op de grond.  Er werd een jaar lang een kraan gehuurd die de hoofdtakken zonder breken iedere week enkele centimeter hoger takelde tot hij weer kon ondersteund worden.   Dit om maar een idee te geven over de kosten en de moeite die werden gedaan om van de tuin weer een toptuin te maken bijvoorbeeld.
De tuin is niet erg groot, maar de beplanting is zeer kleurrijk en  naar Italiaanse normen zeer verzorgd.  Vanaf de terrassen heeft men  een mooi uitzicht op de baai van Portofino en de luxejachten die er voortdurend in- en uit varen.

De gerestaureerde abdij La Cervara
De gerestaureerde abdij La Cervara, zowat halfweg het kustbaantje tussen Santa Margherita en Portofino

Portofino bezoeken met de wagen of een tourbus is niet alleen moeilijk maar het wordt er ook niet aangemoedigd.  Het makkelijkst komt men er ook weer met de boot vanuit Rapallo of Camogli.
Van zodra de boot dan het haventje binnen glijdt, word je dadelijk gecharmeerd door de veekleurige typisch Italiaanse huizen met hun dichtgeklapte luiken tegen een achtergrond van donker bos.  Dan legt de boot aan bij de Piazetta, het grootste plein waar ook al de winkelstraatjes op uit komen.  Wie niet kiest voor een fikse wandeling in het natuurpark dat het hele schiereilandje beslaat,  neemt best links het naar omhooglopende straatje naar de Chiesa San Giorgio, een opvallende kanariegele kerk .  Een poortje in de ommuurde begraafplaats achter die kerk, geeft uit op het wandelpad naar het Castello Brown.  Dit kasteel, eigenlijk een oud fort uit de 15de eeuw, kwam in de 19de eeuw in handen van een Britse familie die het bewoonbaar maakte en, zoals men van Britten kan verwachten, op de binnenkoer een tuin aanlegde.


Langs de begraafplaats loopt er een steil pad omhoog naar het Castello Brown.

Vanaf het wandelpad heeft men geregeld prachtige uitzichten op het haventje, de mooie villa’s in de heuvels en op de grillige rotskust, maar dit is nog maar een voorsmaakje van het panorama dat men te zien krijgt vanuit de kasteeltuin.  
Groot is ook deze  tuin weer niet maar het is er aangenaam verpozen in de schaduw van de twee reusachtige parasoldennen en midden de subtropische beplanting.   De rozen, uit de kluiten gewassen pelargoniums en pergola’s met druiven, rond het kasteel en de mediterrane beplanting langs de paden, maken er een idyllische wandeling van en zeker de inspanning waard.

Het haventje van Portofino
Het haventje van Portofino gezien vanuit de tuin bij Castello Brown.
Hier brengt de jetset hun vakantie door.

Niet speciaal omdat er befaamde tuinen zouden te vinden zijn, tenzij men het hele natuurpark en de terrasvormige wijngaarden er rond als één grote tuin beschouwt, maar de Cinque Terre  moet men zeker ook eens gezien hebben.
Over een afstand van een vijftiental kilometer liggen er vijf kleine dorpen met langs steile hellingen, opeengestapelde  kleurrijke huizen.  Dit is Italië op zijn mooist en de hele regio is UNESCO-werelderfgoed.
Vroeger waren ze  enkel verbonden en bereikbaar via ezelpaden, waardoor de tijd er een beetje is blijven stil staan.  Nu zijn er wel al autoparkeerplaatsen  buiten de dorpen maar ze zijn duur.  Wij bezochten enkel nog maar Riomaggiore en dat kan heel vlot met de trein vanuit Sestri Levant of vanuit La Spezia.  Ieder dorp heeft er een station op deze spoorlijn die zich via een stelsel van tunnels en bruggen langs deze rotskust kronkelt.

Vooral in de zomer verplaatsen hele slierten geroutineerde-  en gelegenheidswandelaars, zich voortdurend  langs het Sentiero Azzuro, het pad dat de vijf dorpen verbindt.  Een deel van dat pad, het  makkelijkste en meest vlakke deel en voor iedereen toegankelijk, noemt de Via dell’Amore.  Het loopt van Riomaggiore naar Manarola, het volgende dorp.
We raakten zo gecharmeerd, alleen al door eens de trapstraatjes van Riomaggiore te beklimmen vanaf het pittoreske haventje  tot in de wijngaarden, dat deze streek meteen  ook weer op onze verlanglijst kwam te staan voor een langer verblijf.
Ik weet zeker dat dit bijna bij elke bezoeker het geval zal zijn.

De wijngaarden op de steile rotshellingen in de Cinque Terre
De wijngaarden op de steile rotshellingen in de Cinque Terre en het wandelpad langs de rotswanden dat de vijf dorpjes verbindt. 

Hier in Riomaggiore.

#4996

Auteur: Joël De Coster
www.tuinadvies.be/tuin/132411/jdcoster