Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/koolmees_vogel

Koolmeesjes zijn echte insectenverdelgers

Koolmees - Parus major

Zoals de Latijnse soortnaam 'major' = groot; al doet vermoeden is de koolmees is de grootste mezensoort. De koolmees is met zijn 14 cm en 20 gram ongeveer even groot als de huismus (14 a 16 cm). De koolmees is echter veel kleurrijker en is daardoor zeer gemakkelijk te herkennen met zijn zwarte kop en de witte wangen. Op de heldergele buik kun je ook een zwarte dwarsstreep waarnemen (stropdas) die bij het mannetje opvallend breder is dan bij het vrouwtje. 
Het is een zangvogeltje dat beschikt over heel wat verschillende geluiden. Het meest gehoorde lied van onze koolmees bestaat uit twee tonen: 'tuut-tuut'. Dit kunnen ze lange tijd blijven herhalen. De ene toon is vaak hoger dan de andere. Koolmezen hebben ook hun eigen territorium waar ze lange tijd of zelfs hun gehele leven blijven.

Koolmezen zijn meesters in het weg vangen van gigantische hoeveelheden rupsen uit de moes- en fruittuin. Een kweekkoppeltje kan tijdens de broedperiode bijna tienduizend rupsen aan hun jongen voeren. De ouders zelf eten in die periode ook nog een gelijkaardige hoeveelheid. Koolmezen eten voornamelijk insecten, spinnen en kleine rupsen. Indien er aan insecten een gebrek aan is, dan schakelen ze over op zaden, nootjes, bessen maar ook blad- en bloemknoppen moeten er dan aan geloven. Op de voedertafels eten ze zowat vanalles.


koolmeesje met een rupsje in de bek

In april bouwen ze hun eerste komvormige nest met mos, takjes, bladeren en gras. De binnenzijde van het nest wordt nog eens zacht gemaakt met behulp van haar (van schapen en paarden) en met dons. Het nest maken ze vaak in een holte in een boom of in een nestkastje maar ook vaak in een brievenbus.

 

Vanaf eind april worden de 7 tot 12 eieren door het wijfje in circa 2 weken uitgebroed. Vanaf dan zorgen beide ouders voor de jongen en vliegen onophoudelijk aan met voedsel. Na enkele weken kunnen de jongen het nest verlaten. Bij de jongen is het zwart van de volwassen dieren bruinachtig, het gezicht geel en de buikstreep nog niet zo sterk ontwikkeld.

Koolmezen zal je niet of zelden aantreffen in naaldbossen maar daarnaast wel in bijna elk ander landschap waar bomen en struiken te vinden zijn. Het hele jaar door zijn ze terug te vinden in loofbossen, parken en uiteraard ook in onze (stads)tuinen waar veel groen is of waar gevoederd wordt. Als de koolmees voldoende zaden en lichaamsvetten kan opslaan, dan is de kans groot dat ze de winter zal overleven. Door de steeds kleinere bossen en de te goed opgekuiste najaarstuinen daalt het beschikbaar natuurlijk voer. Vetbollen en voedertafels met een gevarieerde hoeveelheid zaden zijn daarom van belang voor de overlevingskans van deze mooie vogel.

Vanaf oktober komen er echter een pak koolmezen bij die vanuit het noorden maar eveneens uit Oost Europa naar onze regio afzakken. De koolmezen die we hier in de zomer aantreffen zijn grotendeels stand- of zwerfvogel.

Koolmees - Parus major

Great Tit (Engels)

Mésange noir (Frans)

Kohlmeise (Duits)


#1432