Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/het_groene_effect

menu
Tuinadvies

https://www.tuinadvies.be   /    zaterdag 21 september 2019

Het groene effect

Groene planten zijn onmisbaar in natuur, tuin en milieu. Ze maken de zuurstof die de basis van ons leven vormt. ‘Eeuwig groene’ planten vormen daarbij de superklasse.

Waarom groen?

Groen is de basiskleur van het leven. Dat komt door het groene chlorofyl in levende plantencellen. Groen is absoluut (ook gevoelsmatig) de belangrijkste kleur in een tuin. Groen is – heel symbolisch – de verbindende mengkleur tussen aarde (rood en geel) en lucht/water (indigo en donkerblauw).

De levende, groene laag op onze aarde ontstaat letterlijk uit de verbinding van aarde, lucht en water. Samen met de ‘harde materialen’ zijn groenblijvende planten de meest constante elementen in een tuin en in deze tijd van het jaar brengen we ze ook graag in huis. Geniet ervan!

Het hele jaar een groene tuin

Planten die de tuin altijd groen kleuren, worden ook wel ‘wintergroene’ planten genoemd. Dat kunnen loofbomen, coniferen, heesters of vaste planten zijn. Wintergroene planten trekken zich weinig of niets aan van onze seizoenen. Ze gaan in de koude maanden niet in rust, verminderen hooguit hun activiteit een beetje en behouden hun blad.
Het is niet zo dat wintergroene planten geen blad laten vallen. Dat doen ze alleen niet ineens, maar geleidelijk (blaadje na blaadje het hele jaar door, net zoals bij veel planten in de tropen). Vaak hebben ze een special soort winterbescherming ontwikkeld: leerachtig blad, een waslaag op het blad, ze kunnen het opkrullen (bamboe) of de bladstand veranderen (Rhododendron) om de verdamping te verminderen en niet uit te drogen.

Soms veranderen ze ’s winters ook een beetje van kleur om zich te beschermen (volgroen wordt bij sommige coniferen bijv. bronskleurig of roodachtig).

Ilex mucronataLoofbomen

Vooral hulstsoorten en -cultivars (Ilex), met groen, blauwgroen, of goud- en zilverbont blad en rode, oranje, gele of witte bessen (aan vrouwelijke planten, als er tenminste een mannetje van dezelfde soort in de buurt staat) blijven goed groen.

Goede groenblijvers

Er zijn er honderden om uit te kiezen en mee te combineren. Ze komen bij alle plantengroepen voor:

Coniferen

Bijna alle soorten coniferen zijn wintergroen (uitzonderingen zijn de bladverliezende Larix, Metasequioa, de moerascipres (Taxodium) en Ginkgo). Het loof is fijn en schubachtig (bijv. bij Thuja’s) of naaldvormig (zoals bij sparren, dennen, ceders enz.). Soms zijn die naalden zacht en zelfs mosachtig, soms hard en stug.

Ze zijn er in allerlei tinten groen, blauw, geel, bont en u kunt kiezen uit hoog opgaande tot breed spreidende en zelfs miniatuur- en smalle zuilvormen. Heel bekend zijn (met naaldvormig blad): venijnbomen (Taxus), jeneverbessen (Juniperus), dennen (Pinus), sparren (Picea), zilversparren (Abies), mammoetboom (Sequoiadendron) en ceders (Cedrus). Geschubd loof hebben o.a. Chamaecyparis, Thuja, leylandcipres (× Cupressocyparis), Microbiota en Thujopsis. 

groenblijvende heesters

Heesters

Heel mooi en sterk zijn laurierkersen (Prunus laurocerasus) en de soort met kleiner blad (Prunus lusitanica subsp. azorica). Ze vertakken sterk en dicht (met als extra witte, geurende bloemen en rode resp. paarse bessen). Rhododendron’s kent iedereen, evenals het broodboompje (Aucuba) en het randpalmpje (Buxus sempervirens).

Hedera hibernica is een prachtige wintergroene klimop. Olijfwilgen (Elaeagnus) zijn er ook met goud- of zilverbont blijvend blad, evenals wintergroene sneeuwballen (Viburnum-soorten), de rood uitlopende en wit bloeiende Photinia × fraseri ‘Red Robin’, bamboes, bodembedekkers zoals Pachysandra en bergthee (Gaultheria) en nog veel meer.

Vaste planten

Groenblijvend zijn o.a. schoenlappersplant (Bergenia cordifolia), palmlelies (Yucca), dubbelloofvaren (Blechnum) en Nieuw-Zeelands vlas (Phormium).

#4973

Bron: Mooiwatplantendoen
www.mooiwatplantendoen.nl