Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/een_tuinreis_naar_londen-4

Toon alles uit: "Tuinreportages"

Tuinreis naar Londen (deel 4)

De koninklijke parken

We bezochten ze nog niet alle acht, maar waarschijnlijk toch wel de mooiste en ook meest interessante voor ons tuinliefhebbers. Hydepark, Greenpark, Greenwichpark en de nog verder van het centrum af gelegen parken Bushypark en Richmond zijn groot in oppervlakte en eerder goed voor sportieve recreatie, een picknick of een flinke wandeling in de natuur dan voor het bewonderen van bloemenpracht of van speciale bomen en struiken. Oorspronkelijk waren het allemaal Koninklijke jachtgebieden.

The Kew gardens (121 ha)

Het Kew palace, opgetrokken in rode baksteen, en lange tijd het zomerverblijf van de koninklijke familie is het oudste gebouw in het park. Later, zowat halfweg de 18de eeuw werden er meer mooie bouwsels en folly’s opgetrokken, werd er een artsenijtuin aangelegd en steeds meer exoten aangeplant in opdracht van de prinses of Wales Augusta van Saxen-Gotha, een gepassioneerd tuinliefhebster.

Na haar dood werd haar werk verder gezet en kwam veel van wat de ontdekkingsreizen opleverden aan nieuw en onbekend plantmateriaal hier terecht. Men experimenteerde, zaaide en kruiste. Plantenjagers werden de wereld rond gestuurd en brachten steeds meer nieuwigheden aan.

Zo kon Kew uitgroeien tot een der meest gerenommeerde botanische tuinen ter wereld en ook het centrum van waar veel nieuw ontdekte landbouwgewassen over de toenmalige kolonies verspreid werden.

Halfweg de 19de eeuw werd het park staatsbezit en begon de bouw van de bekende grote Victoriaanse kassen, het Palmhouse en het Temperatehouse. Tegenwoordig ontvangt Kew wel een miljoen bezoekers per jaar.

Landschappelijk is het park ook zo uitzonderlijk mooi dat het voor Londen een ware toeristische attractie geworden is waar elke plantenliefhebber dagenlang zou kunnen in rondhangen.

 De Arethusatempel dicht bij de Victoriagate, prins William’s tempel midden een mediterrane tuin van 2000 m2 en de Chinese pagode zijn maar een paar voorbeelden van de romantische gebouwtjes die het park sieren

Hoewel Kewgardens van alles wat we bezochten, het verst af ligt van het stadcentrum, is het makkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer. Een van de toegangspoorten, de Victoriagate ligt op een tiental minuutjes wandelen van het station Kew op de Districtline.

Wie slechts een halve dag te besteden heeft, zal zich ongetwijfeld moeten haasten om alles te zien en concentreert zich dan best op wat op een korte wandelafstand ligt van deze Victoriagate en dat is al heel wat.

Even het palmenhuis doorlopen moet men zeker doen. Met in het begin een bewasemde bril, dito cameralens en een fijne nevel die ergens vanuit de nok van de kas neerdaalt, waant u zich plots in een tropisch regenwoud. Wie de kruinen van de reusachtige palmen, mango’s of rubberbomen van naderbij wil bekijken neemt de rijk versierde smeedijzeren wenteltrap tot aan de gaanderij die rondom de grote koepelserre loopt. Ondergronds is er zelfs een zaal vol aquariums met tropische vissen.

 Ieder jaar wordt de parterre rond het palmenhuis twee keer voorzien van kleurrijke perkplanten

 Even gaan opwarmen in een tropisch regenwoud kan best aangenaam zijn in de prille lente.

Hoe mooi dit relict uit de Victoriaanse tijd ook is, de tijd staat niet stil en techniek evolueert steeds verder. Op het einde van de vorige eeuw werden er op Kew nog eens twee moderne kassen bijgebouwd. Het eerder kleine Davies Alpine House, midden de rotstuinen, vol zeldzame gebergteflora is daar een mooi voorbeeld van. Boogvormig, bijna zonder glasliggers en tien meter hoog is deze kas een ingenieus en vernieuwend ontwerp dat voorziet in de koele, droge en wat winderige groeiomstandigheden waar die planten nood aan hebben. Door de grote hoogte ontstaat er een soort schoorsteeneffect dat op zonnige dagen de warmte snel afvoert, terwijl er ook uitklapbare zonneschermen voorzien zijn.

 Half april bloeien er reeds heel wat planten in de rotstuin. Op de achtergrond: de nieuwe kas, gebouwd in 2006, voor planten die niet bestand zijn tegen het vochtige Britse klimaat 

Ook nog in dit deel van het park werd in 1987 de zeer energiezuinige en volledig computergestuurde Princess of Wales Conservatory gebouwd. In vergelijking met het Temperate House en het Palmhouse zijn deze kassen veel lager, voor een deel ondergronds en verschillend van grondniveau. Neem er gerust de tijd voor want in de kassen zijn tien klimaatzones gecreëerd, van woestijnachtig over savanne tot tropisch regenwoud en mangrovebos, met telkens hun specifieke beplanting. De interieurvormgeving en de voorstelling van de plantencollecties op een natuurlijke wijze is zeer mooi. De beplanting van de waterpartijen is zeer divers en maakt een bezoek aan het wat verder gelegen Waterlilyhouse bijna overbodig. Voor mij is dit een van de hoogtepunten van de Kew Gardens.

 The Princess of Wales Conservatory

 Ieder jaar, op het einde van de winter organiseert men hier het Orchids Festival met naast de planten uit de eigen collectie ook mooie arrangementen verzorgd door de grote kwekerijen.

Een ander tuindeel in de dichte nabijheid, zijn de plant family beds, gelegen in de vroegere moestuin van het Kew Palace. Hier staat alles in de vakjes op wetenschappelijke basis (DNA-onderzoek) gegroepeerd per plantenfamilie, waarbij van iedere familie die planten gekozen werden met de meest verscheiden, typische of opvallende kenmerken van de soort. Deze voorstelling van de planten is natuurlijk leerzaam voor aspirant plantkundigen maar evengoed ook mooi voor de modale bezoekers, temeer daar het middenpad dan nog eens volledige overspannen is door een 150 meter lange rozenpergola met klim- en liaanrozen die vooral gekozen werden voor de overvloed en lengte van hun bloei.

 De Plant Family Beds, gelegen tussen keurig geschoren en afgelijnde graspaden en de rozenpergola

Hebt u wat meer tijd te besteden, dan kunt u gerust, plannetje in de hand, eens langs het Kew Palace lopen. Van daar via het Rhododendronvalleitje, de bamboetuin en de brug over de grote vijver kom je ook weer naar de uitgang.

 De formele tuinen rond Kew Palace met rechts de groententuin en een Laburnumloofgangin volle glorie.

Het Saint Jamespark (23 ha) :

Bij een bezoek aan Londen, hoort voor de meeste toeristen vaak de wandeling langs Westminster en het parlementsgebouw met de Big Ben en verder naar de aflossing van de wacht aan het Buckingham Palace, kort voor de middag. De mooiste weg daarheen loopt dan ongetwijfeld langs de bochtige, schaduwrijke paden van het Saint Jamespark. De huidige vormgeving met de lang gerekte vijver in het midden en de bosjes met struiken en bomen, bleef sedert de heraanleg in 1827, bijna ongewijzigd. Dit was een ontwerp van architect John Nash, die ook tal van gebouwen langs Regent street en het masterplan voor Regent’s park ontwierp.

 Een vrolijke border met Primulas en Bellis perennis in de maand april. Het paviljoen op de achtergrond is een restaurant en werd gebouwd in 2004. Het heeft ook een groendak. 

Her en der zorgen bloemenborders met zowel eenjarige- als met vaste planten voor kleur langs de paden en een mooie maar niet vrij toegankelijke cottagetuin omringt het Duck Island Cottage. Dit rustieke huisje werd ooit gebouwd voor de verzorgers van de verzameling watervogels die de vijver bevolken. De traditie van hier pelikanen te houden gaat zelfs terug tot 1664. Ze waren toen een geschenk van de Russische ambassadeur aan de koning.

Wanneer we ook maar even iets eetbaars verkruimelen, komen er zich al wat soorten eenden rond ons verdringen voor de beste brokjes en worden we in geen tijd omringd door vluchten duiven en kauwen die voortdurend heel alert de omgeving afspeuren naar bezoekers met een zakje voer. Zeer vermakelijk zijn ook de brutale, bijna handtamme eekhoorns.

 Verzorgde vaste plantenborders in het Saint James park, hier op het einde van de maand mei.

 Het mooie panorama op Buckingham Palace in de ene richting en op Westminster in de andere, van op de brug over de vijver , toont de genialiteit van het ontwerp van J. Nash 

 Links: de Duck Island cottage omringd met een modelmoestuin en een cottagetuin in paars- en blauwtinten.
Rechts: hier is geen wandeling mogelijk zonder het gezelschap van dit bonte allegaartje opportunisten. 

Het Regent’s park (197 ha):

Dit park is via de ondergrondse vlot bereikbaar met de Bakerlooline en afhankelijk van wat men er zoal wil doen, kan men er al gauw een halve of zelfs een ganse dag in doorbrengen. Er zijn speelpleinen voor kinderen, een restaurant, bootverhuur voor wat peddelen op het meertje en soms zijn er optredens in het open lucht theater. Maar men kan er evengoed Primrose Hill beklimmen voor het prachtige uitzicht over Londen of de picknickmand meenemen en verder een dagje luieren op de ligweiden.

Wij startten onze dag aan Camdenlock en namen een van de smalle vrachtbootjes die werden omgebouwd voor passagiersvervoer, naar Little Venice, om vandaar naar het park te wandelen. Het Regents canal is eigenlijk ook een groene long in de stad. De jaagpaden zijn dicht begroeid en men komt af en toe voorbij statige villa’s met mooie tuinen of bebloemde woonboten.

 Een ticket voor de Zoo in Regent’s Park kan men op de waterbus kopen om dan daar eventueel reeds afstappen.

In het park moesten we ons wegens tijdgebrek helaas beperken tot wat, volgens onze informatie, de mooiste plaatsen waren.

Wij kozen voor de Avenuegardens langs The Broad Walk, de lange en brede dreef met Liriodendrons, aan de kruisende paden enkele imposante beelden en fonteinen en aan beide zijden kleurrijke vaste plantenborders. Steeds rechtdoor lopend geeft dit pad uit op de London Zoo. Neemt men echter de Chester Road naar links dan loopt deze weg recht naar de rustige, stille Queen Mary’s Garden met als hoogtepunten een imposante rozentuin aangelegd in twee cirkelvormen en omzoomd door golvende guirlandes van klimrozen aan dikke koorden. Er is ook een vijver met een eilandje waarvoor de ontwerper zijn inspiratie in Japan ging zoeken.

 De formele Avenue gardens met de kleurrijke bloembedden en tal van monumenten en fonteinen behoren wel tot de mooiste delen van het park.

 Niet voor zomaar een ordinaire picknick kwam deze Japanse familie piekfijn uitgedost naar de Queen Mary’s rosegarden, maar voor een heuse traditionele theeceremonie.

 Een ruisende waterval stort zich in het vijvertje in de Queen Mary’s Garden 

Al wandelend in het park hebben we af en toe ook een doorkijk op de mooie en merkwaardige architectuur rondom het park. De blinkende goudkleurige koepel en de minaret van de grote moskee is daar een van, maar zeker ook een aantal gebouwen in de zgn. Regencystijl. Ze nodigen uit om ze eens wat nader te gaan bekijken.

Langs de grote buitenring rondom het park vindt men, vaak midden het groen, de aaneengesloten rijen chique witte herenhuizen uit de eerste decennia van de 19de eeuw, alle in zowat dezelfde bouwstijl van de architecten John Nash en Decimus Burton. Kenmerkend voor deze Regencystijl zijn de klassiek Griekse- en Romeinse invloeden met open portieken, zuilengalerijen en beeldenrijke frontons. De Hannover Terrace en de Cumberland Terrace zijn wel de mooiste en geven er een goed beeld van hoe de Britse upperclass wel woont … .

Onze volgende wandeling ging kriskras door de City of London, op zoek naar nog meer verborgen tuinen en parkjes. Het relaas daarvan vindt u in deel 5. 

Bekijk tuinreis deel 1
Bekijk tuinreis deel 2
Bekijk tuinreis deel 3
Bekijk tuinreis deel 5


#5447

Auteur: Joël De Coster
www.tuinadvies.be/tuin/132411/jdcoster