Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/dieren_sneeuwbalhaantje

Het sneeuwbalhaantje en de andere haantjes die planten in de tuin kunnen aantasten

Ook al opgemerkt: een complex systeem van doorzeefde bladeren op de Viburnum tinus? Op zoek naar enkele bloemen en ook takjes blauwe bessen schrok ik bij het zien van de aangebrachte schade op deze mooie groenblijvende sierheester.


Bloemen van Viburnum tinus

 


Bessen

Op het eerste gezicht leek het wat op de hagelschotziekte die als schimmelziekte  typische gaten in bladeren van  struiken kan aanbrengen.

Bij nader toezien was het echter vreetschade veroorzaakt door ongedierte. Er zaten talrijke kevertjes  op de plant. Na enig opzoekwerk bleek het hier om het Viburnumhaantje (Pyrrhalta viburni) of ook wel het sneeuwbalhaantje te gaan.

Benaming en waardplanten

De kleine bruine kevertjes die ook in de volksmond “haantjes” genoemd worden behoren tot de familie van Chrysomelidae.

Het Viburnumhaantje komt vooral voor op de verschillende soorten Viburnum (sneeuwbalstruiken), o.m. op de Gelderse roos en de Viburnum tinus vandaar ook de meer gebruikte Nederlandse naam voor dit kevertje : “sneeuwbalhaantje”.

Levenscyclus
Overwinteren doet het Viburnumhaantje  als eitje. Bij het opwarmen van de grond en zachtere temperaturen (zo rondom mei) ontluiken de eitjes. De geelachtige larven veroorzaken dan massaal schade, ze zijn zeer vlug volwassen (in 4 à 5 weken).

De verpopping van het insect vindt plaats in de grond en na een  10-tal dagen zijn er nieuwe kevers (juli).

Na de paring leggen de wijfjes, die groter zijn dan de mannelijke soortgenoten, eitjes in de toppen van de jong gevormde scheuten. Elk wijfje kan honderden eitjes leggen.

De onopvallende bruine kevertjes die tot 5 – 7 mm groot kunnen worden blijven in leven tot september - oktober.  

Opvallend en eigen aan deze kevertjes is dat ze bij het minste gevaar naar beneden vallen en bij aanraking gaan ze ook wegvliegen. Zoals bij  andere soorten kevers vreten ook de volwassen haantjes aan het blad.

Schadebeeld

Vooral de larven richten  de meeste schade aan. Ze vreten zich letterlijk te pletter aan de jonge bladeren. Meestal valt de schade  mee maar bij ernstige aantasting is er soms sprake van een ware ravage,  zowel aan het blad maar ook  aan  de jonge stengels.

Bestrijding
De haantjes kunnen chemisch bestreden worden met producten op basis van lambda-cyhalothrin of acetamiprid , ook biologisch met producten op basis van Pyrethrum. Niet vergeten ook onderaan de bladeren te spuiten om zo op de meest efficiënte manier de kevers te bestrijden. Onmiddellijke bestrijding bij het zien van de eerste larven is aangewezen, het voorkomt ernstige schade aan de struik en ook de voortplanting van de soort komt in het gedrang.

Er zijn (waarschijnlijk) geen natuurlijke parasieten van het viburnumhaantje, op het koolmeesje na.

Andere “haantjes” die planten in de tuin kunnen aantasten

Leliehaantje : (Lilioceris lilii)

Dit felrode kevertje is  even  mooi als schadelijk. Het volwassen haantje is ongeveer 6mm groot, het zijn vooral de larven (oranjerode kleur) die de meeste schade aanrichten door een vuile massa (uitwerpselen) na te laten achter de vraatbeurt. Ze zijn vooral terug te vinden op planten behorende tot de leliefamilie zoals: lelies, Lelietje-van-dalen (Convallaria majalis), keizerskroon (Frittilaria). De haantjes en de larven vreten gaten in de bladeren, beschadigen  de bloemknoppen en vernietigen bij ernstige aantasting de ganse  plant.
Het leliehaantje is vanaf half april actief, per seizoen zijn er  twee generaties, de verpopping gebeurt in de grond.De bestrijding ervan kan, indien sprake van  enkele aangetaste planten,  gebeuren door de kevers eenvoudig te vangen en te vernietigen. Ook hier is chemische en biologische bestrijding mogelijk.  

Zuringhaantje : ( Gastrophysa viridula)

 

Deze  opvallende groenkoperkleurige kevertjes zijn vooral terug te vinden op Ridderzuring (Rumex obtusifolius L.) maar ook op ander zuringsoorten, op planten uit de familie van de Duizendknoopfamilie (Polygonaceae), Rabarber, ook op keukenkruiden (o.a. Citroenmelisse en muntsoorten). Het zijn vooral de larven die in gemeenschap de onderzijde van het blad wegvreten, waarbij ze het hele blad kunnen skeletteren. Bestrijding : de volwassen kevertjes vangen en vernietigen of bij grotere aantasting chemisch of biologisch spuiten.

Elzenhaantje : (Agelastica alni)

Het haantje lijkt vrij goed op het zuringhaantje maar is iets donkerder .Het komt in veel tuinen voor maar richt er weinig schade aan. De larve van het elzenhaantje is veel schadelijker dan de kever zelf.  Het volwassen diertje is overal te vinden, de larven meestal alleen op elzen waar ze enorm veel vraatschade op de bladeren kunnen aanrichten.

Coloradokever : ( Leptinotarsa decemlineata )

Dit kevertje, in onze streken het best gekend, wordt ook bij de haantjesfamilie ingedeeld. Het haantje, waarvan zowel de larven als de volwassen kevers bladeters zijn, kan in een paar weken tijd een aardappelveld gans kaal vreten, dat komt door de bijzonder korte levenscyclus, tussen  eilegging en verpopping, er  is hier sprake van  een periode van  3 – 4 weken. Een volwassen vrouwtje kan tot 500 eieren leggen ! Het kevertje is afkomstig van Amerika waar het leeft in een  gebied aan de Colorado-rivier, vandaar de naam. Men treft het daar aan op nachtschade-achtigen.

De echte expansie kwam er  toen de aardappel werd geteeld, ganse aardappelvelden werden verwoest.  De bestrijding ervan was zeer moeilijk door de vlugge immuniteit van de kever. Hoewel het insect nog steeds in onze gewesten te vinden is, is grote schade zoals in het verleden verwaarloosbaar dankzij efficiënte bestrijdingsmiddelen.

Aspergehaantje: (Crioceris asparagi)

Deze  kever is terecht de schrik van menig aspergeteler, het beschadigt de opperhuid van de aspergeplant en dringt verder door in de zachte stengels waardoor er dan verrotting optreedt en de stengels afsterven. Het zwart met rood en witte kevertje voedt zich met het loof van de asperge en kan zo de aspergeoogst voor het volgende jaar compleet ruïneren. Hier worden, behalve chemische en biologische bestrijding, ook  sluipwespen (Tetrastichus coeruleus) ingezet.  


#26

Auteur: Wilfried Van Hecke