Geprint vanhttps://www.tuinadvies.be/artikels/bomen_als_onkruid

Bomen die uitzaaien in de tuin als onkruid

Onkruidbomen.

Steeds meer nieuwe dingen ontdek ik in de tuin die ik een paar jaar geleden kocht met het huis dat erbij hoorde. Ogenschijnlijk een mooie tuin met een weergaloos uitzicht. Nu, twee jaar later ben ik bijna de brandnetel meester. De meeste bramenstruiken zijn gerooid en vernietigd, terwijl ik er nooit één braam aan heb zien hangen en alle grassoorten zijn met de diverse bloempjes kort gemaaid.

Tussen de buxus staat een halfdode hazelaar, omgeven door tientallen nieuwe scheuten van zo’n zes meter hoog. Die moet daar weg. Even verderop krijgt een leycesteria geen licht vanwege ook zo’n brede hazelaar. Bij nadere beschouwing is daarvan de oude stronk weggehaald, maar de jongere scheuten waaieren alle kanten uit. Die moet dus ook weg. Eerder gezegd dan gedaan. Het taaie hout laat zich moeilijk zagen. De stronk kan niet uit de grond, dus blijft er een litteken achter. Dezelfde littekens zie ik in het gazon. Ooit stonden daar ook bomen en wellicht allemaal hazelnotenbomen. Dit eerste jaar ruimen we handmatig acht bomen op en hopen dat de zwammen de stronken zullen opruimen, terwijl de klimop (Hedera) alles mooi bedekt.
De lelies die mooi in bloei stonden blijken rond een dergelijke stronk te staan, want regelmatig vind ik uitschot van de hazelaar rond de lelies terug. Wat ik aan takken terugsnoei komt dubbel terug, zodat de bomen steeds breder worden. Iedere dag trek ik de zaailingen uit de grond van niet alleen de hazelaar, maar ook van de essen (Acer) en de platanen (Platanus). Kleine plantjes nog, maar al wel stevig geworteld. Soms zijn ze al een halve meter hoog vóór ik ze ontdek. De buren hebben in hun verwilderd stuk grond enkele reuzenplatanen staan, dus die zaailingen heb ik ieder jaar weer, net als de vele, vele seringen en acacia’s.


zaailingen van de es

In het najaar komen enkele vrienden wat bomen ophalen. Ik kan zestig seringen leveren, tientallen acacia’s en honderden platanen en hazelaars. Eén enkele eik ontdek ik, maar die mag nog een jaartje. Zelfs mijn ‘steriele’ beuk produceerde zaailingen en zoiets moois heb ik nog nooit gezien. Zo’n opkomende beuk begint met twee stevige blaadjes, langs een zeer teer stengeltje. Ze lijken op een groene vlinder. In het midden een rossig puntje dat het begin is van twee echte beukenblaadjes. Erg mooi om te zien. Dit is dus geen onkruidboom, maar deze kweek ik op tot een haagje.


pas gekiemde zaailing van een groene beuk

Op zoek naar verscholen hazelaars buig ik één van de hoge laurierstruiken open en het lijkt of ik een blik soep opentrek. Ik snuif het aroma nog eens op en loop naar de keuken. Jawel hoor. Ik betaalde enkele euro’s voor een potje gevuld met een paar van deze blaadjes voor soepen en sauzen. Van deze metershoge struiken kan ik duizenden potjes vullen. Kosten? Alleen de potjes. Tak na tak na tak zaag ik terug tot bijna twee meter hoog. Na twee struiken hou ik het voor gezien. Nog acht te gaan en ik grijns tegen de zeker tien meter hoge laurier aan onze grens op buurmans kavel. Tienduizend potjes? Mooi twintig mille, maar voorlopig gaan we dagenlang zagen, breken en verpulveren. Zwaar werk, zonder machines. Ik creëer een composthoek van louter hazelaar en laurier en besef dat alle planten en bomen nuttig en mooi zijn, maar een overdosis vormt onkruid; in mijn geval onkruidbomen.


#1107

Auteur: Jeanine Leytens