Geprint van http://www.tuinadvies.be/artikels/nothofagus_schijnbeuk.htm

> Planten (1495) > Bomen (145) > Loofbomen (76) > Nothofagus of de schijnbeuk en zijn soorten: antarctica, nervosa, obliqua, betuloides

Toon alles uit: "Loofbomen"

Nothofagus of de schijnbeuk en zijn soorten: antarctica, nervosa, obliqua, betuloides

Schijnbeuk

  • Nothofagus antarctica (bot.)

  • Southern beech, false beech, Antarctic beech (Eng.)

  • Hêtre à petites feuilles (Frans)

  • Scheinbuche, Südbuche, Pfennigbuche (Duits)

  • Fagaceae – beukenfamilie

De schijnbeuk valt op door zijn onregelmatige groeiwijze en de sierlijk krullende bladeren. Hij is het hele jaar door attractief met zijn geurende bladeren in de lente, de glanzend groene bladeren in de zomer, de gele herfstkleur in het najaar en de bizarre structuur van de takken in de winter. Hij is verwant aan de rode beuk, maar in Nederland zelden te vinden. Het is een kleine boom die hooguit 8 m hoog wordt en vaak meerstammig groeit.

De onderste takken liggen soms op de grond. De takken staan als visgraten in regelmatige afstanden van de hoofdtak af.

Herkomst

De schijnbeuk is inheems in Patagonië, Chili, Argentinië, Australië, Nieuw Zeeland en Guinea. Hij groeit daar in oerwoudachtige bossen.

mannelijke bloemen

Naamgeving

: Nothofagus komt uit het Grieks en betekent valse beuk.

vrouwelijke bloem

Plantkenmerken

Schijnbeuk is een bladverliezende kleine boom met een ovale, open kroon die veel licht doorlaat. Bij ons wordt hij niet hoger dan 8 m, terwijl hij in zijn thuisland 35 m kan bereiken. De kleine bladeren zijn eirond, heldergroen en hebben krullende randen. Zij verspreiden tijdens het uitlopen een zoete, kruidige geur. De herfstkleur is goudgeel.

De bloemen zijn eenhuizig, eenslachtig, groengeel en verschijnen in mei. De vruchten zijn onopvallend en lijken op beukennootjes.

Schors en takken zijn bruin. De jonge takken zijn, net als die van de beuk, voorzien van opvallende lenticellen (schorsporieën ).

Het is een snelle groeier.

Soorten

Er bestaan ca. 35 verschillende schijnbeuksoorten in de verschillende delen van de wereld.
Nothofagus antarctica is als struik te koop, en wordt ook als boom in zuilvorm opgekweekt.

Nothofagus betuloides

Nothofagus nervosa, afkomstig uit het Andesgebergte, kan 25 m hoog worden, maar bereikt deze hoogte bij ons niet. Doordat de hoofdtakken later gaan afhangen, ontstaat een bolronde kroonvorm. Het sterk generfde blad is fijn gezaagd en lijkt op dat van de haagbeuk (Carpinus betulus). De herfstkleur is goudgeel.

Nothofagus nervosa Nothofagus obliqua   

 

Nothofagus obliqua wordt in zijn land van herkomst 30 m hoog en is daar een belangrijke houtleverancier. Het roodachtige hout lijkt op eikenhout en is geschikt om er meubels van te maken. De eironde glanzende bladeren zijn aan de onderzijde blauwgroen en verkleuren in de herfst rood en geel. De bladrand is getand.

Nothofagus betuloides is een groenblijvende soort.

    Nothofagus antarctica

Standplaats

Een beschutte plaats is belangrijk voor alle schijnbeuk-soorten, want zij zijn gevoelig voor ruk-en valwinden. Er breken gauw takdelen af.

Schijnbeuk staat het mooist als solitair in de zon of halfschaduw. Hij houdt niet van een kalkrijke bodem, maar groeit het liefst op vochthoudende humusrijke grond.


#1230

Auteur: Brigit Kahlert
www.stemderbomen.nl

Andere artikels